het moment (64)

zon en maan staan in hun strak verband. asfalt is het verdunde zwart der hemelen. het spreekt staccato de namen uit die het droeg in de eerste van de drie waanzinstreden die het ter plaatse houden, het grote op en af en uit spel van de adem: uitademing met een stoer mannelijk gestotter, vervolgens een akelige slaak inwaarts tot de buik zich als een zwangere opspant en dan een geheel onzijdig met een koppig zwijgen zich vastklampen aan de oprijzende hoest op zoek naar het punt aan de zin.

maar het diepere braken komt niet los. de klank van hun lijven zit versleuteld onder de maag en lager dan de navel. de paringsknoop wil er niet uit. profaan te kakken gezet roept het ‘ben ik te min’ en alle poolse paarden in de burgerwei naast het treurhuis trappelen verwoed de afwezige stranden met de regen om tot vunzig slijk. 

gelijk als gij is er niet één“, zo stiet het door het zomerbos, maar het kletsnatte brandhout wil geen vuur meer vangen op de stapel die het zich bereidde. het zal sterven in greppel bij nachte zoals het een echte dronkaard past, zijn zwarte stank ’s ochtends met geel bezeken kalk door de boer geblust.

zie daar de zon schiet door de wolken, een moment suprème alsof er nog ergens voeten een grond betraden of vingers handen vormden. beneden waggelt het dorp en zinkt in het duister van de bodemtroost. “bezet mijn stad”, mompelt het pathetisch in de spiegel, “vergeef mijn tuin met heel je nijd, sproei de bloemen tot ze rossen van ’t vergif. afgunst, liefste, is bij verdelging motor van de grootste kunst.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #129

jt129 – un optimisme intégral – SCHEPIJS

vanochtend las ik een opiniestuk in het NRC over wat met ‘afrekencultuur’ is gaan noemen, naar de Engelse vrees voor de ‘cancel culture’. ik ergerde mij daarbij nogal aan de wereldvreemdheid van de auteur, een historicus van wie je toch zou verwachten dat hij de actualiteit kan duiden vanuit het perspectief van zijn opleiding, die van alle richtingen in de menswetenschappen toch als minst wereldvreemde bekend staat.

in het volle besef van de futiliteit ervan schreef ik dan toch maar die ergenis van mij af in de hiernavolgende verbale gedachtenlozing, waarvoor mijn oprechte excuses.

over de afrekencultuur

het recht op vrije meningsuiting was en is een afgedwongen recht dat elk burger eender wat en waar mocht en mag beweren in weerwil van de overheid en hoe die het graag wil of zou willen horen.

zo is dat. dat mochten en dat mogen we. alleen is het nu zo dat je je mening net zo goed in je bed voor je zelf kan uit mompelen als je niet ergens toegang hebt tot een ‘platform’, een ‘spreekbuis’, een ‘medium’.

nu hoe je het amalgaam van plaatsen waar je mening kan gehoord worden ook noemen wil, heden ten dage is zo’n ‘locus’ weinig anders nog dan een betaald zitje.
het betaalde zitje is goedkoop zolang je mening onbelangrijk, neutraal en rendabel is: zolang het zichzelf ‘verkoopt’. eender welke opinie over de nieuwe haarkleur van Beyoncé is vaneigens zelfbedruipend en zal uitgebreid aan bod komen…

het betaalde zitje wordt duurder naarmate ze meer afwijkend, belangrijker, en/of onrendabel is.

dat maakt dat elke mening sowieso gekwantificeerd wordt: ze wordt op dat raster gelegd en haar prijs wordt bepaald. dat gebeurt niet door iemand, ook niet door een of ander duister consortium, maar door de zgn. ‘vrije’ markt die uiteraard wel bespeeld wordt door diverse schimmige tot gitzwarte ‘belangengroepen’.

wat men dan de ‘open debatcultuur’ pleegt te noemen stelt niet veel anders meer voor dan wat geschud met het raster ten einde te bepalen in welk vakje het gekweel in kwestie thuishoort zodat het naar behoren geprijsd naar de ‘vrije’ markt kan vloeien.

die onvermijdelijke kwantificatie van elke opinie in het moordende spel van vraag en aanbod wordt verder gekenmerkt door obstinate (koppige) afwezigheid van de overheid in de organisatie ervan.
de overheid wijst elke verantwoordelijkheid van de hand, want zij mag immers niet ingrijpen bij deze ‘vrijheid’ van meningsuiting.

wat volgt is dan, onder de verdeelde zitjes, het huidige zwarte pieten spel waarbij de verantwoordelijkheid wordt doorgeschoven of naar de media die stuk voor stuk op ‘vrije markt’ principes van vraag en aanbod zijn georganiseerd, of naar culturele opiniebepalers zoals universiteiten die eveneens als bedrijf worden gerund, of naar bepaalde satanisch kwaadwillige politici. in feite dus naar de dichtsbijzijnde Speerse spektakelfaçade voor het mombakkes, de eigenface van de kwantificatiecultuur zelf, die wij allen in ons midden toelaten en zelfs toejuichen.

want uiteindelijk is het natuurlijk allemaal onze eigen ‘schuld’: wij staan toe dat bedrijven als Facebook, Google en Twitter bepalen wat er wel en niet mag gezegd worden
wij staan toe dat er nagenoeg geen enkele vrijplaats, geen enkel onbepaald kanaal van informatie meer bestaat
wij dringen er bij onze overheid die wij verkiezen niet op aan dat er voor ons als burger zulk een digitaal platform dat vrij is van commerciële belangen wordt gecreëerd (de kostprijs daarvan is bij een degelijke uitbouw waarbij je de burger gaandeweg laat zien dat wanneer hij er direct zijn geld aan geeft ipv indirect via belastingen, wanneer je laat zien waarvoor zij betaalt, belachelijk klein)
wij beweren al sinds 1990 dat we ‘van computers niks begrijpen’ en het zijn wij, u en ik, die wat dit en vele andere dingen betreft al onze burgerrechten cadeau gedaan hebben aan voornoemde spelers, de uitbaters van het meningenpretpark waarbinnen ik hier, op Facebook en elders mag beweren wat ik wil, want tegen de financiële overmacht die deze macht over mij en jullie wil behouden als een rechtmatig verworven eigendom, kan ondertussen niemand meer op.

ofwel, misschien? ik zie het graag gebeuren…

dus kunnen we het woord ‘afrekencultuur’ misschien beter her-begrijpen, ‘hermunten’ – zo zeggen jullie dat toch niet? – als die cultuur waarin je als individu voortdurend afgerekend wordt op de marktwaarde die je hebt, dwz. hoeveel er van jou nog geëxploiteerd kan worden, wat de data die jij genereert door hier binnen de globale database van het internet voortdurend rond te klikken en jouw mening te fulmineren nog opbrengt aan de kassa.
een kassa die voor ieder van ons netjes afgesloten en buiten zicht en buiten bereik blijft, en zeker dan voor de naarstig speurende overheden, maar ach, da’s maar een zielig hoopje kleine adverteerders, een slecht georganiseerde bende prutsers waarvan de meest effeciënte elementen overigens ter controle een ruime toelage krijgen, rechtstreeks uit de kassa, hier, niet bij jou.

en deze afrekencultuur floreert geheel dankzij jouw al te bereidwillige medewerking, waarvoor niemand jou ooit bedanken zal, laat staan betalen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


het moment (63)

poëzie bestaat niet. het is burgerlijke inventie om het tij van de lyriek te keren. de taal ervan is de varkensmaskerade van een sadistisch universum dat zichzelf niet onder ogen durft te zien. vrij zijn wij, maar oud staan onze huizen wirrel warrel in het débacle dat we bij onze kinderen achterlaten. poëzie is de moedwil van het humorloze misverstand.

poëzie is kut met peren zoals elke beruchte krijgsmacht bestaat uit legers grauw en grijze troep, extreem mannelijk zwerfvuil dat alleen wil neuken en vernietigen waar het te slap voor is, zoals elke religie enkel het afrukken en afzuigen der priesterpikken dient, poëzie staat garant voor wat gemurmel in het snot van internet, alwaar het stijfsel mens al sinds Berners-Lee apocalyptisch verkouden naar porno loopt te loeren. poëzie is enkelpoëzie, de plooitjes van de broek daarop. poëzie is de slijmerige smurrie waarin dorpen waggelen, banken sudderen en kale kermiswoorden als virussen groeien wassen rotten razen en van onuitspreekbare zelfhaat stikken in hun letters en zinken.

poëzie is erger dan wilfried martens, erger dan de liefde van wilfried martens, erger dan wilfried martens die ons zijn innige liefde wil uitleggen.
met ons delen. alleen powesie is erger dan poëzie.

poëzie is de kapotte kadans bij marsman op de bodem van een oorlog die getrouw de oorlog volgde tot er weer oorlog was. poëzie is twee kroppen rotte sla die in elkaar vervloeien willen omdat het nou eenmaal zo in het boekje staat. is dit poëzie? is het wel poëzie? ben jij iets anders dan poëzie? ontkennen is bevestigen.

invoerteksten (2016): moment 105 106107

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #128

jt128 – l’uniformité de toutes choses – IJSSCHEP

stel je voor dat alle dingen, de dingen die wij zien en betasten en gebruiken, het koffielepeltje, jouw smartenfoon, de potloodscherper, de auto van de buren en het zwaard van ardoewaan, stel je voor dat al die dingen op ons zouden gelijken, niet oppervlakkig maar echt essentieel, in wezen, dus zoals jij en ik echt zijn, werkelijkheid vormen, ze zouden dan enkel verschillen in hun verschijningsvormen, in hun kleuren, hun geuren, hoe ze aanvoelen als je ze aanraakt en wat je ermee doen kan dus aja oké het spreekt dat je met het koffielepeltje geen moslim de arm gaat afhakken of dat je de potloodscherper niet neemt om naar het trouwfeest van je oudste zoon met de dochter van een maffiabaas te rijden en dat jij niet echt helemaal mij bent en ik jou niet als jouw lief je aan het neuken is, maar goed, stel je voor dat we allemaal toch in wezen en in essentie dat een en hetzelfde ding zouden zijn dat alle verschillen uiteindelijk één voor één wegvallen, na veel vijven en zessen, dat alle kleuren zouden samenvloeien tot een vaalgrijs witachtig schijnsel , dat alle geuren samenklitten als een garenkluwen tot een enerverende chloorstank, dat al het tastbare en al het tastende tot éénzelfde laag van uniformiteit zou zijn uit elkaar gevallen en dat er in gans het universum niks anders meer te zien, te ruiken of te voelen, laat staan te horen zou zijn en dat alles dus oef seg uiteindelijk die rust van het niets, nee van het eenvormige, het onderscheidsloze zou hebben gevonden…


op dat moment, wanneer je erin slaagt om je dat voor te stellen, om het te voelen, te ruiken, te zien, dan heb jij misschien ook bereikt wat Antonin Artaud vanochtend met mij klaarspeelde toen hij mij de 4 nee 5 woorden ‘l’uniformité de toutes choses’ te lezen gaf, maar toen belde een vriendin mij op om af te spreken voor vanavond, en jazeker ik ga graag met je mee zei ik en ik vergat alles van wat ik daarnet vertelde weer en een mooie avond was het, ja dat is het zeker geworden, maar toch ook weer een avond die voorbij is, zoals alle avonden daarvoor wel wat anders waren maar toch avond ook en voorbij vooral. 

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (62)

het spookt. het lief dat haar bezong is dood. ongehoord het vlijdt zich neer bij het afwezige. er zucht een zomerse zefier op het toneel en handen strelen haren die geen aanvang hebben, enkel glans. het bracht de sojoez dapper en vaderlandslievend in de baan en stort nu zelf ter aarde neer. het is een suizen dat versnelt.

petas lilith kama-rupa! phfoef. een glimlach uit het verre krult analoog aan een veeg in het laken. kijk, visioen! gods vinger is een roze rots die tepelt uit het bruisen van een flardenzee aan wolken. het wijst het aan! ter pen! een melding is het uit de geile grot van het genot.

het is verloren, kwijt in een wereld die het niet bewonen kan. er is alsof, alsof alsof, de vermenigvuldigingen daarvan, en daar doorheen de rechte lijnen van de eenzaamheid. feiten zijn slangen, het misbaar van mozes die zijn adepten aan zijn god verkocht voor manna hennep ambrozijn en 30 jaren ongebreidelde machtswellust.

de zon heeft al zijn roze jurkjes uit gedaan en staat nu naakt te branden, de vernietiging vol in het gelid. branding brand maar, branding keer en brand de kusten nog een keer. het daalt de kerker in, langs het koude van de ketting en het noteert het snuffelen van ratten die wachten tot het zich niet meer verweert.

invoerteksten (2016): moment 102 103

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #127

jt 127 – l’aplanissement de la vie – WERKDRUK

ochtendtekeningske van een fictief mens. mijzelf weer als een of ander verlopen rockwijf vermoedelijk.

ik heb mijzelf beloofd om te proberen een uitlegje te schrijven voor een tijdschrift, en meteen voel ik mij beklemd, benauwd, gevangen in de dwingende logica van een wereld die niet de mijne is. als een leeuw in een kooi, ha.

ik voel mij helemaal niet onbegrepen, dat is het niet. het probleem is eerder: ik hoor hier gewoon niet thuis. mijn denken, mijn aanvoelen, mijn motivaties en mijn bekommernissen zijn niet compatibel met die van de mensen om mij heen en van mijn inzichten moet niemand wat hebben want niets daarvan kan ooit stroken met hoe zij handelen. ik begrijp hun motivaties wel, ik zie waarom zij wat betrachten en ik zie er vaak de schoonheid van in , ik bemin zovele van hen daarom, van op veilige afstand toch, omdat hun streven altijd zo nobel lijkt en ook wel is en hoe zij dan falen telkens door hun eigen zelfzucht weer maar eens te onderschatten en door zichzelf buiten het vernietigende oordeel te plaatsen dat zij hoe dan ook wel over de ander blijven vellen en ach, wat zou het, ik weet heus wel dat men alles wat ik zeg of schrijf of doe zal blijven ontkennen tot ikzelf dood en vergeten ben en het veilig wordt geacht om eindelijk te gaan toepassen wat ik heel de tijd wou aanreiken. dat het dan veel te laat zal zijn maakt niet uit, het is immers het gebaar dat telt. een gedachte is veel waard.

als ik wil dat het beter gaat met hen, kan ik beter zwijgen, want alles wat ik zeg is sowieso onaanvaardbaar, alleen al omdat het van mij komt.

en ik wil helemaal niks. ik verfoei mijn gelijk als een verschrikkelijke vloek en ik wil niemand of niets ‘hebben’, en ik ben helemaal niet eenzaam of ongelukkig, ik wil enkel zoveel mogelijk van dat verdomde ik vanaf waar niemand wat aan heeft en ik wil enkel weten, zoals Bernard Réquichot, waar het werk mij heen wil voeren. niet waarom. waar, en hoezo, daar.

het werk wil ‘ik’ worden, er gans in oplossen, maar traagjes zoals na het vrijen je er in super slow mo kan op oefenen om het uit elkander glijden zo lang mogelijk te rekken. want ik wil tot op de laatste seconde van 4 mei 2054 ten volle blijven genieten van deze uiterst langzame dood.

dus, dag na dag, uur na uur, jaar na jaar zit ik bij mijn versie van de ‘voyante’ van Artaud [ARTAUD 1956, p.123-128] en samen bekijken wij stilzwijgend wat er nou weer uit mijn bewegen hier op aarde opwelt, wat er zich uitgebraakt wil zien, en hoe die ophoestingen verder uitvlakken in het leven, op de vaalt om mij heen. maar zoiets stuur je dus beter niet naar een tijdschrift, in this dying day and age.

‘I can see it all before me’ neurieën wij samen, en dan lachen we wel eens, maar meestal bekwamen we ons in stilte verder in het verabsoluteren van de onverschilligheid bij het trage maar ononderbroken gestage naderen van onze onvermijdelijke ondergang.

het moment (61)

de adoratie van de geliefde is obstakel op de weg naar de geliefde. zijn verheerlijking ontkent haar eigenheid, daar alle heerlijkheid geheel de zijne is, en dus van haar vernietiging. laat haar naamloos zijn als dame, Anke of LAIS.

het spreekt haar uit in zich maar stemloos, als gebaar, verwerping van het zelf als vrucht van het verworpene en dan verwordt het ogenblikkelijk tot los verband van bont gestamel, beate zaligheid die het zichzelf heeft aangedaan.

en terwijl de wind haar teder troetelnamen fluistert en het zelf in bomen bloemen velden ook heur haarbos als verschijning ziet, zingen de vogels elke ochtend luid haar lied.

hoe verder het van zich is weggegaan, hoe meer de ziel zich uitspreekt in sensuele vreugde en gemeenschap van bestaan. het heeft zichzelf niet nodig om in de weelde op te gaan.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #126

jt 126 – le plan nu des sens – DRUKWERK

WIE HEEFT NIET, … (slot)

Die vastgebonden dood waar de ziel zich afschudt om eindelijk een complete en doordringbare staat te verkrijgen,

waar niet alles overhoop ligt, pijnlijk zot verstoord en eindeloos redetwistend met zichzelf, verstrikt in de draden van een mengeling die zowel ondraaglijk als melodieus is,

waar niet alles ongeschiktheid is,

waar niet de kleinste ruimte constant gereserveerd is voor de grootste honger naar een absolute en dan definitieve ruimte,

waar onder de druk der paroxismen plotseling het bestaan van een nieuw vlak wordt aangevoeld,

waar deze ziel die schudt en snoeft de mogelijkheid voelt om zoals in dromen te ontwaken in een heldere wereld, nadat ze de barrière (ze weet niet meer weet welke) doordrongen heeft, – en waar ze zich bevindt in een helderheid waar eindelijk haar leden zich ontspannen kunnen, waar de muren van de wereld afbreekbaar lijken tot in het oneindige.

Ze zou kunnen herboren worden deze ziel, maar dat gebeurt niet; want hoezeer verlicht ook, ze voelt dat ze nog steeds droomt, dat ze zich nog niet in die droomtoestand heeft gebracht waarmee ze zich kan identificeren.

Op dit moment van zijn sterfelijke mijmering trekt de levende mens die de muur van de onmogelijke identificatie heeft bereikt, zijn ziel op brute wijze terug.
En daar wordt hij terug geworpen op het naakte vlak der zintuigen, in een licht zonder schaduwen.

Weg van de oneindige muzikaliteit der gevoelsgolven, ten prooi aan de grenzeloze honger van de atmosfeer, aan de absolute koude.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert.NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Cette mort ligotée où l’âme se secoue en vue de regagner un état enfin complet et perméable,

où tout ne soit pas heurt, acuité d’une confusion délirante et qui ratiocine sans fin sur elle-même, s’emmêlant dans les fils d’un mélange à la fois insupportable et mélodieux,

où tout ne soit pas indisposition,

où la plus petite place ne soit pas réservée sans cesse à la plus grande faim d’un espace absolu et cette fois définitif,

où sous cette pression de paroxysmes perce soudain le sentiment d’un plan neuf,

où du fond d’un mélange sans nom cette âme qui se secoue et s’ébroue sente la possibilité comme dans les rêves de s’éveiller à un monde plus clair, après avoir perforé elle ne sait plus quelle barrière, – et elle se retrouve dans une luminosité où finalement ses membres se détendent, là où les parois du monde semblent brisables à l’infini.

Elle pourrait renaître cette âme, cependant elle ne renaît pas ; car bien qu’allégée elle sent qu’elle rêve encore, qu’elle ne s’est pas encore faite à cet état de rêve auquel elle ne parvient pas à s’identifier.

À cet instant de sa rêverie mortelle l’homme vivant parvenu devant la muraille d’une identification impossible retire son âme avec brutalité.

Le voici rejeté sur le plan nu des sens, dans une lumière sans bas-fonds.

Hors de la musicalité infinie des ondes nerveuses, en proie à la faim sans bornes de l’atmosphère, au froid absolu.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (60)

je kan pas vliegen als je vallen kan, wat kan er anders tot een vlucht vertragen? de aarde is bedreiging vol beton en achter blauwe hemels doemt de leegte van de grote nacht. de vrijheid van de lucht is koekenpan.

haar wervel is een bergkam die het met zijn blik beroert. de toekomst is een schim van het toekomende, je ontwaart alleen de klank ervan. de buik plat op het water, de kringloop van pijn in de ogen die de ogen zien ontwaken in het verzengende vuur van hun komst. de geluidloze flits. de zich oneindig ver uitstrekkende helder kabbelende wateren.

je moet kunnen hollen vooraleer je lopen kan. je moet tandeloos je wonden kunnen likken, weten wat kruipen is, het smeken met ontvelde knieën beheersen, vooraleer je het verlangen in één keer de strot kan overbijten.

niet zij. zij hoeft niets te doen, zij heeft het zalige in zich gevonden en laat alleen het echte toe. zij heeft jou niet nodig. het duikt in haar met het ademlijf van een Olymposgod.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #125

jt125 – Tous les rêves sont vrais – ZAKGELD

WIE HEEFT NIET, … (voetnoot)

Ik bevestig – en ik houd vast aan dit idee – dat de dood niet buiten het rijk van de geest is, dat hij binnen bepaalde grenzen kenbaar en benaderbaar is door een bepaalde gevoeligheid.

Alles wat in de orde der schriftuur het principe van ordelijke en heldere waarneming loslaat, alles wat tot doel heeft een omkering van de schijn te creëren, twijfel te introduceren over de positie van de beelden van de geest ten opzichte van elkaar, alles wat verwarring zaait zonder de kracht van de gedachte die opkomt te vernietigen, alles wat de dingen op hun kop zet door het ontredderde denken een nog groter aspect van waarheid en geweld aan te bieden, dat alles biedt een oplossing voor de dood, brengt ons in verbinding met de meer verfijnde gemoedstoestanden te midden waarin de dood zich uitdrukt.

Daarom zijn het zwijnen allemaal, zij die dromen zonder hun voorbije dromen te betreuren, zonder een gevoel van afschuwelijke nostalgie over te houden aan zulk onderduiken in vruchtbaar onbewustzijn. De droom is waar. Alle dromen zijn echt. Ik heb het gevoel van oneffenheden, van landschappen alsof ze gebeeldhouwd zijn, van golvende aardstukken die bedekt zijn met een soort vers zand, waarvan de betekenis is:

“spijt, teleurstelling, verlating, breuk, wanneer zien we elkaar weer?”.

Niets lijkt zozeer op liefde als de roep van bepaalde droomlandschappen, als het omlijnen van bepaalde heuvels, van een soort materiële leem waarvan de vorm als het ware op het denken is gegoten.

Wanneer zien we elkaar weer? Wanneer zal de aardse smaak van je lippen weer in de buurt komen van de angst van mijn geest? De aarde is als een werveling van dodelijke lippen. Het leven graaft voor ons de afgrond uit van alle vermiste strelingen.Wat hebben we te maken met deze engel die zich niet heeft weten te tonen? Zullen al onze gewaarwordingen voor altijd intellectueel blijven, en zullen onze dromen niet in staat zijn om vuur te vatten bij een ziel waarvan de emotie ons zal helpen om te sterven? Wat is deze dood waar we voor altijd alleen zijn, waar de liefde ons niet de weg wijst?

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

J’affirme – et je me raccroche à cette idée que la mort n’est pas hors du domaine de l’esprit, qu’elle est dans de certaines limites connaissable et approchable par une certaine sensibilité.

Tout ce qui dans l’ordre des choses écrites abandonne le domaine de la perception ordonnée et claire, tout ce qui vise à créer un renversement des apparences, à introduire un doute sur la position des images de l’esprit les unes par rapport aux autres, tout ce qui provoque la confusion sans détruire la force de la pensée jaillissante, tout ce qui renverse les rapports des choses en donnant à la pensée bouleversée un aspect encore plus grand de vérité et de violence, tout cela offre une issue à la mort, nous met en rapport avec des états plus affinés de l’esprit au sein desquels la mort s’exprime.

C’est pourquoi tous ceux qui rêvent sans regretter leurs rêves, sans emporter de ces plongées dans une inconscience féconde un sentiment d’atroce nostalgie, sont des porcs. Le rêve est vrai. Tous les rêves sont vrais. J’ai le sentiment d’aspérités, de paysages comme sculptés, de morceaux de terre ondoyants recouverts d’une sorte de sable frais, dont le sens veut dire :

« regret, déception, abandon, rupture, quand nous reverrons-nous ? »

Rien qui ressemble à l’amour comme l’appel de certains paysages vus en rêve, comme l’encerclement de certaines collines, d’une sorte d’argile matérielle dont la forme est comme moulée sur la pensée. Quand nous reverrons-nous ? Quand le goût terreux de tes lèvres viendra-t-il à nouveau frôler l’anxiété de mon esprit ? La terre est comme un tourbillon de lèvres mortelles. La vie creuse devant nous le gouffre de toutes les caresses qui ont manqué. Qu’avons-

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

kosmotheia

je kan bij (her)lezing van de theaterteksten van Artaud beginnen dromen over updates van het Theater van de Wreedheid, en dan kom je allicht nogal snel uit bij internationaal geproducete kut- en lulsnoeverijen vol opspattend geil en klassiek-grieks opgesnoven, bloederige, lichamelijke heldhaftigheden met een onuitputtelijke voorraad aan ‘poeier van het huis’ waarmee je dan ondanks alle schandalen Vlaanderen’s eer en glorie kan gaan vertegenwoordigen op de elitaire podia van de Verenigde Verwende Fortkindjes van Europa en Daarbuiten.

kijk: ik was vanochtend al mobiele agent-cabines aan het bouwen die als avatar-behuizingen zouden kunnen dienen op een materiële setting waar je kan op inloggen om dan virtueel en volledig coronaproof zou kunnen deelnemen aan het ‘spel’ en het ‘schouwen’ daarvan, waarbij de burg natuurlijk brug werd, de seks volledig taktiel ‘echt’ en de prijskaartjes voor een snuff-sessie onbetaalbaar voor iedereen buiten voor hen die nog net niet het eeuwige leven konden betalen. sterven op de scène als finaal spektakelaanbod na het toch maar saaie tripje naar Mars.

misschien missen we dan toch iets van het opzet van Artaud’s theaterhervormingen want die zochten wel degelijk een maatschappelijke relevantie. dus bedacht ik maar snel volgende hypothese, die zo je ze als werkbaar wenst te aanvaarden en verder bij te stellen, het voordeel heeft dat je niks meer moet bouwen, laat staan betaalbaar maken.

ter opfrissing kan je vooraf nog ff meekijken in het Ijzerboekje met de vertaling van Simon Vinkenoog die op het voorwoord na uiteindelijk nog best te pruimen is, zij het dan wel – ik citeer een mij dierbare in de chat daarstraks – ‘toch wat houterig en stroef in de lezing’


hypothese: de ‘wreedheid’ van Artaud is misschien wel de inhumane gestrengheid, de onverzettelijke onverschilligheid van de algoritmische bepaling die ons allen nu en hier (op FB bv.) tot mondige zwijgers en dilettant-nukkige slaven knecht.
het theater van de wreedheid is dan doorheen het zwarte gat van de spektakelmaatschappij (Debord) binnenstebuiten gefloept en wij zijn de alle controle of individuele interpretatie van onze rollen ontzegde spelers, de machteloze profielen rond een voor ons onzichtbare publiekskring in het midden.

wij vermoeden dan in onze megalomane paranoia een bende complotterende machthebbers in het publiekscentrum, maar wat er schouwt kunnen wij als verblinde spelers niet zien, het is een intelligentie die wij niet als dusdanig kunnen ‘begrijpen’.
en ach, de uitbaters van de netwerkvoorzieningen hebben heus wel wat beters te doen dan naar ons oeverloos geëmmer en gekrakeel te kijken, en zij garanderen maar al te graag onze privacy om onze data te kunnen verhandelen. who gives a shit.

toch: wij worden aanschouwd, wij worden afgespeeld in een kosmotheia* dat geheel buiten ons om georchestreerd wordt volgens de ‘demonische’ natuurwetten van het Rot en het Kapitaal.
al onze kwaliteiten worden op hun nominale waarde gekwantificeerd en van daaruit aangewend voor verdere verspreiding in het heelal of vernietigd. want elke klik is een stap verder in de afgesloten en alsmaar meer toegenepen corridor van de ons toegestane handelingen: onze mogelijkheden zijn immers beperkt tot wat betaalbaar is.

de apocalyps is geen oogwenk maar een voortdurend tijdperk, een geduldig sloopwerk van millennia. of iets minder lang, wat u en ik betreft.


*Het Franse woord is een geleerde ontlening aan Latijn theātrum ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater‘, dat zelf ontleend is aan Grieks théātron ‘id. ‘ . Dat woord is een afleiding van theâsthai ‘aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā ‘aanblik, schouwspel’, van onbekende verdere herkomst. (> WIKIPEDIA) – Cosmos (= Gr. κόσμος (kosmos)). De oorspronkelijke betekenis is: orde.

het moment (59)

treurnis is een wrede god die alles in zijn willekeur beslist. hij verandert lachend licht in droeve duisternis, hij geeft het ’s ochtends heel de blijdschap van haar wonderlijk bestaan om het dan met het gemis weer stuk te slaan.

treurnis is een duivel die de zieltogende voeden wil met liters drank en geil geloof en vals verbeelde schoonheid die verblindt. ramen bekleedt het treuren met zijn slappe tranenparels, deuren met vieze pukkels van gestold verlangen en in het bed legt het harige zweren op de ettertijd waarin het haar niet vindt.

het ziet de bloemen, vogels en de vreugde alomtrent, terwijl het lijf zo leeg blijft als een coronazomertent en de stem slechts kermt: “treuren is een deken in het bed waar jij niet bent”. het murwt zich uit de treurnis als een roze gifslang die vervelt.

het zal zijn liefde nooit ontkennen maar vanaf heden is het treuren voor de resten van een verder onbekende vent.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #124

jt 124 – l’image d’un panique déjà éprouvée – GELDZAK

WIE HEEFT NIET, … (2)

Ik beschreef net een sensatie van angst en droom, van angst die in de droom binnen glijdt een beetje zoals ik mij voorstel dat de agonie moet binnenglijden en zich voltrekken in de dood.
In ieder geval, zulke dromen kunnen niet liegen. Ze liegen niet. En die aaneengeregen doodssensaties, die verstikkingen, die wanhoop, dat inslapen, die verlatenheid, die stilte, zie je die niet met de uitvergrote spanning van een droom, met het gevoel dat er een nieuwe zijde van de realiteit voor goed achter jou ligt?
Maar kijk, op de bodem van de dood of de droom herbegint de angst. Deze angst die zich als een elastiek opspant en je plots bij de keel grijpt, ze is noch onbekend, noch nieuw. De dood waar men is ingegleden zonder er zich rekenschap van te geven, de terugkeer als lichaamsklomp, dat hoofd – het moest zo nodig , dat hoofd dat het bewustzijn en het leven bevat en dus ook de ultieme verstikking – het moest zo nodig, ook dat hoofd, de kleinst mogelijke opening door. Maar het huivert tot in het diep der porieën, en het heeft door het heen en weer schudden in ontzetting het idee gekregen, het gevoel dat het opgeblazen is, dat zijn angst vorm heeft gekregen, dat die onder de huid ontsproten is.

En omdat uiteindelijk de dood toch niets nieuws is, maar integendeel maar al te bekend, zien we niet aan het eind van deze inwendige gisting het beeld van een reeds ervaren paniek? De kracht van de wanhoop lijkt bepaalde situaties uit de kindertijd te doen weerkeren, waarin de dood zich zo helder en als een eenduidige stroom van ontzetting aandiende. De kindertijd kent een bruusk ontwaken van de geest, van intense uitbreidingen van het denken dat de latere leeftijd verloren heeft. In sommige paniekangsten uit de kindertijd, bepaalde grootse en onredelijke verschrikkingen waarin het gevoel van een niet humane dreiging loert, is het onbetwistbaar dat de dood verschijnt
als het scheuren van een nabij membraan, als een optillen van de sluier van de wereld die nog vormloos en onzeker is.

Wie heeft niet de herinnering aan ongeziene uitbreidingen, van de orde van een geheel mentale werkelijkheid, en die hem vervolgens nauwelijks verbaasd hebben, die echt aan het woud van zijn kinderlijke zintuigen werden opgeleverd? Uitbreidingen geïmpregneerd met perfecte, alles doordrenkende kennis, uitgekristalliseerd, eeuwig.

Maar welke vreemde gedachten onderstreept die, van welke uiteengereten meteoor reconstrueert het de menselijke atomen?

Het kind ziet herkenbare theorieën van voorouders waarin het de oorsprong van alle van mens tot mens bekende gelijkenissen noteert. De wereld der verschijningen groeit en stroomt over naar het gevoelloze, het onbekende. Maar de verduistering van het leven komt eraan en van dan af zijn dergelijke staten alleen nog maar te bereiken door een absoluut abnormale luciditeit ten gevolge bijvoorbeeld van drugs.

Vandaar het immense nut van toxische stoffen om de geest te bevrijden, te verheffen. Leugens of niet vanuit het oogpunt van een werkelijkheid waar men meestal weinig mee aankan, een werkelijkheid die slechts een van de meest voorbijgaande en minst herkenbare gezichten van de oneindige realiteit is, een werkelijkheid die samenvalt met de materie en daarmee vergaat, vanuit het oogpunt van de geest herwinnen die substanties hun superieure waardigheid, waardoor ze als hulpmiddel het dichtst bij en het nuttigst bij de dood komen te staan*.

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0


*hier staat een lange voetnoot die je morgen vertaald krijgt…

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Je viens de décrire une sensation d’angoisse et de rêve, l’angoisse glissant dans le rêve, à peu près comme j’imagine que l’agonie doit glisser et s’achever finalement dans la mort.

En tout cas, de tels rêves ne peuvent pas mentir. Ils ne mentent pas. Et ces sensations de mort mises bout à bout, cette suffocation, ce désespoir, ces assoupissements, cette désolation, ce silence, les voit-on dans la suspension agrandie d’un rêve, avec ce sentiment qu’une des faces de la réalité nouvelle est perpétuellement derrière soi ?

Mais au fond de la mort ou du rêve, voici que l’angoisse reprend. Cette angoisse comme un élastique qui se retend et vous saute soudain à la gorge, elle n’est ni inconnue, ni nouvelle. La mort dans laquelle on a glissé sans s’en rendre compte, le retournement en boule du corps, cette tête – il a fallu qu’elle passe, elle qui portait la conscience et la vie et par conséquent la suffocation suprême, et par conséquent le déchirement supérieur – qu’elle passe, elle aussi, par la plus petite ouverture possible. Mais elle angoisse à la limite des pores, et cette tête qui à force de se secouer et de se retourner d’épouvante a comme l’idée, comme le sentiment qu’elle s’est boursouflée et que sa terreur a pris forme, qu’elle a bourgeonné sous la peau.

Et comme après tout ce n’est pas neuf la mort, mais au contraire trop connu, car, au bout de cette distillation de viscères, ne perçoit-on pas l’image d’une panique déjà éprouvée ? La force même du désespoir restitue, semble-t-il, certaines situations de l’enfance où la mort apparaissait si claire et comme une déroute à jet continu. L’enfance connaît de brusques réveils de l’esprit, d’intenses prolongements de la pensée qu’un âge plus avancé reperd. Dans certaines peurs paniques de l’enfance, certaines terreurs grandioses et irraisonnées où le sentiment d’une menace extra-humaine couve, il est incontestable que la mort apparaît

comme le déchirement d’une membrane proche, comme le soulèvement d’un voile qui est le monde, encore informe et mal assuré.

Qui n’a le souvenir d’agrandissements inouïs, de l’ordre d’une réalité toute mentale, et qui alors ne l’étonnaient guère, qui étaient donnés, livrés vraiment à la forêt de ses sens d’enfant ? Prolongements imprégnés d’une connaissance parfaite, imprégnant tout, cristallisée, éternelle.

Mais quelles étranges pensées elle souligne, de quel météore effrité elle reconstitue les atomes humains.

L’enfant voit des théories reconnaissables d’ancêtres dans lesquelles il note les origines de toutes les ressemblances connues d’homme à homme. Le monde des apparences gagne et déborde dans l’insensible, dans l’inconnu. Mais l’enténèbrement de la vie arrive et désormais des états pareils ne se retrouvent plus qu’à la faveur d’une lucidité absolument anormale due par exemple aux stupéfiants.

D’où l’immense utilité des toxiques pour libérer, pour surélever l’esprit. Mensonges ou non du point de vue d’un réel dont on a vu le peu de cas qu’on pouvait en faire, le réel n’étant qu’une des faces les plus transitoires et les moins reconnaissables de l’infinie réalité, le réel s’égalant à la matière et pourrissant avec elle, les toxiques regagnent du point de

vue de l’esprit leur dignité supérieure qui en fait les auxiliaires les plus proches et les plus utiles de la mort*.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (58)

voor s. l. t.


het droomde dat ze vlogen, hun schouders in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels. twee in elkaar hakende vliegende torren, spier op spier voelden zij elkaar, vel op vel, bot op bot. en onder hen verschroeide de aarde, de mensen verkoolden, de dieren de planten de vissen de vogels. duizenden bomen knakten neerwaarts als evenveel uitgebrande lucifers.

LAIS: haar komst is een schateren van bonte vogels dat opstijgt uit een oerwoud dat al uit die as verrijst, verrezen is. herinnering is geen belofte. herinnering is zekerheid. beloven doet het dit: niemand kan haar raken, noch haar stam. heel haar wezen is te engelachtig dicht en zij zijn samen als een zwerm demonen onbereikbaar ver en vrij.

maar het wil niet dat een ander ziet, wat het ziet. que sera, sera. de vloek die toch al uitgesproken is, brengt bij onthulling enkel woede, onmacht en verdriet (de plaag neemt vele vormen aan, beginnen doet het met een vaudeville). en praten van de komst die niemand helpt wiens lot het onheil treft, en sowieso toch treffen zal, verdaagt alleen het glorieuze klinken, de onvermijdelijke fosforflits van het lied, bij het gestaag gulpende klokken van de slokkende hel. geniet van het pus, rien ne va plus.

bespoedig of verhinder niets, vernietig alle sporen van je zelf. wanneer het niets is, zal het niets zich schamen.

invoerteksten (2016): moment 9495

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (57)

in het spel van licht en donker krijgt het zwart altijd de bovenhand. het is maandag en de maan is weg, het is dinsdag en de dag is weg, op woensdag is er weer geen poen en ook op donderdag geen zoen. niets daarvan is triest, wat kan er triest zijn wanneer alles in niets is vervat.

elk moment is diefstal, streling van het oog. de vrijheid heeft zich als een sater zat gezopen en de zon is kwaad naar huis gelopen. het legt een natte vinger zachtjes op de iris en dreigt met duwen tot het van de vinger schrikt. kijk, het verblijf ondergaat weer een samenpersing van de tijd, een hele maand in de oogopslag van Tralfamadorische aard:

het is een zwarte strook gestrompel in de gang van ’t bed en een schokkerige corridor op de treden van de trap en daar beneden ook een diepe buiging van de zetel naar de tv die uit en aan flikkert in een vaste slag. het is grijze smurrie met ledematenstengels aan het bureau en een knobbel git op de bril van het toilet.

de rest van het huis baadt in het licht van de stervende planten.

invoerteksten (2016) : moment 9192 93


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (56)

het herbeleeft de overgang in een herinnering die een beleven is, elke keer onmerkbaar weinig minder echt, een stukje dieper in de waan van de genezing, de werkelijkheid. tel en tel en floep de stilte valt weer als een gulpje waterstraal in het zand. wanneer het zwart komt dat verlossing brengt valt al het praten van de wereld uit en dan pas wordt het duidelijk hoe zinloos elk verzet was, al dat weerwerk van het denken.

de lucht versnijdt de adem in verzwelgbare plakken pijn. wat het ook naar binnen werkt er komt geen einde aan de beelden en de woorden zitten vast in een lus die de woorden hameren, de volledige absurditeit van klanken letters, associatie en betekenis. zolang er zelf is blijft het woord volharden

want eens het woord zich in de wereld baarde, werd een deel ervan tot een zielig stukje zelf beknot, een uitgesproken ding dat in een bevattelijke naam zichzelf benoemen kon en dan wel iets zou zijn. maar het ziet enkel het niets waaruit het zelf ontstond, dat toch iets anders was dan niets, een vraag waarop nooit antwoord kwam.

en op die onmacht der verlatenheid volgt het trieste wuiven met de kruinen eerst en dan de wellust van de bloei maar ook het animale huilen, het beestachtige kermen, het waanzinnige krijsen en het moment dat enkel praten lijkt te helpen en denken dat het praten helpt want kijk het helpt toch als ik praat. vermaledijde mens die van zichzelf niet eens de taal verstaat.

invoerteksten (2016): moment 899091

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (55)

de wereld is een tekstverband waaronder liefde woekert. onder de taal is het echte een open wonde, die met haar etter de versteende woorden besmet. elke genezing is een verstarring die het bloeden bestendigt. het regent. het heeft haar niet gezien, ze droeg het gelaat van een ander.

de wereld is een code die het niet lezen kan. ook vroeger deed het maar alsof. de lippen bewogen mee met het onbegrepene. het heeft dan ook geen enkele informatie omtrent de eigenheid, enkel ruwe data die het zelf niet compileren kan. de wereld is de wereld is de wereld die het nooit bereiken kan.

het sprak hen na, maar wat er klonk onthulde node ook hun leugens, dus kreeg het klappen. het leerde snel het ergste te vermijden maar het bleef een lopend gif voor elke eigenwaan. de eigen versplintering maskerend met schermen, kon het parasitair hooguit liefde retourneren die de ander naar hartenlust op de schermen projecteerde.

de wereld is de wereld niet. vergeefs, ver voorbij het punt dat treuren een wellust is, in het donkere hol waaruit niets emaneert, treurt het om haar. het voelt niets want het is niets dan treurnis en de treurnis neemt de vorm aan van haar lichaam dat het zijne is, rein, leeg, bevrijd van kwade wil, louter wens om naakt bij haar te zijn.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #123

jt 123 – une sorte de ventouse posée sur l’ame – PUNTNEUS

WIE HEEFT NIET, … (1)

Wie heeft niet, te midden van bepaalde angsten, in de diepte van enige dromen, de dood ervaren als een verbrijzelende en wonderbaarlijke sensatie waarmee niets in de orde van de geest kan worden vergeleken? Iedereen zal deze ademsklim van de angst wel hebben gekend, waarbij de golven over je heen komen en je opblazen alsof je gedreven wordt door een onhoudbare balg. De angst die telkens groter, telkens zwaarder en van steeds dieper in je keel nadert en ebt. Het is het lichaam zelf dat de grens van zijn uitzettingsvermogen en kracht heeft bereikt en dat toch verder moet gaan. Het is een soort zuignap die op de ziel wordt geplaatst, waarvan de scherpte als vitriool over de laatste grenzen van het voelbare loopt. En de ziel heeft niet eens de uitweg om te barsten. Want dit uitzetten zelf is bedrog. De dood stelt zich niet tevreden met zo’n prijsje. Deze uitzetting in de fysieke orde is als het omgekeerde beeld van de vernauwing waarmee de geest zich over de gehele uitgestrektheid van het levende lichaam moet vastklampen.

Die adem, die daar hangt, is de laatste, echt de laatste. Het is tijd om de afrekening te maken. De minuut die zo gevreesd, zo geducht, zo vaak gedroomd is, is gearriveerd. Het is waar: jij gaat sterven. Je beloert en je meet die adem. En een immense tijd speelt zich helemaal tegen de limiet af in een besluit waarin deze zich niet spoorloos mag voltrekken.

Crepeer, hondengebeente. En je beseft heel goed dat je denken niet volbracht is, niet afgesloten, en dat je in zekere zin nog niet eens begonnen was te denken.

Het maakt niet uit. – De angst die op je valt verbrijzelt je tot in het onmogelijke, want je weet goed dat je moet overgaan naar die andere kant waarvoor niets in jou klaar is, zelfs niet dit lichaam, vooral niet dit lichaam dat je verlaten zal zonder ervan de materie, noch de omvang, noch de onmogelijke verstikking te vergeten.

En het zal zijn zoals in een nare droom waar je uit de plaats van je lichaam weg bent, en je het toch daarheen gesleept hebt en het je laat lijden en je oplicht met zijn oorverdovende indrukken, waar de uitgestrektheid altijd kleiner of groter is dan jij, waar niets je in het gevoel nog laat dat je vanuit een diepgewortelde aardse gerichtheid meebracht.

En dat is het, en dat zal het altijd zijn. Bij het gevoel van deze verlatenheid en deze onuitsprekelijke malaise, welk een schreeuw, het geblaf van honden in een droom gelijk, tilt er niet je huid op, draait er niet rond in je keel, in de verbijstering bij deze zinloze verdrinking. Nee, het is niet waar. Het is niet waar.

Maar het ergste is: het is wel waar. En samen met dat gevoel van wanhopige echtheid waarmee het lijkt dat je opnieuw gaat sterven, dat je voor de tweede keer gaat sterven (Je zegt tegen jezelf, je spreekt het uit dat je gaat sterven. Jij gaat sterven: Ik ga voor de tweede keer sterven.) en zie, je weet niet welk een humiditeit van ijzerwater, van steenwater of van wind je zo ongelooflijk verkwikt en je verlost van het denken, en je bent zelf aan het zinken, je zinkt naar jouw dood toe, naar jouw nieuwe staat van dode. Dit stromende water is de dood, en van het moment dat je er vrede mee neemt, dat je die nieuwe sensaties registreert, dan begint de grote identificatie.
Je was dood en zie nu leef je weer – MAAR DEZE KEER BEN JE ALLEEN.

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

QUI, AU SEIN…

Qui, au sein de certaines angoisses, au fond de quelques rêves n’a connu la mort comme une sensation brisante et merveilleuse avec quoi rien ne se peut confondre dans l’ordre de l’esprit ? Il faut avoir connu cette aspirante montée de l’angoisse dont les ondes arrivent sur vous et vous gonflent comme mues par un insupportable soufflet. L’angoisse qui se rapproche et s’éloigne chaque fois plus grosse, chaque fois plus lourde et plus gorgée. C’est le corps lui-même parvenu à la limite de sa distension et de ses forces et qui doit quand même aller plus loin. C’est une sorte de ventouse posée sur l’âme, dont l’âcreté court comme un vitriol jusqu’aux bornes dernières du sensible. Et l’âme ne possède même pas la ressource de se briser. Car cette distension elle-même est fausse. La mort ne se satisfait pas à si bon compte. Cette distension dans l’ordre physique est comme l’image renversée d’un rétrécissement qui doit occuper l’esprit sur toute l’étendue du corps vivant.

Ce souffle qui se suspend est le dernier, vraiment le dernier. Il est temps de faire ses comptes. La minute tant crainte, tant redoutée, tant rêvée est là. Et c’est vrai que l’on va mourir. On épie et on mesure son souffle. Et le temps immense déferle tout entier à sa limite dans une résolution où il ne peut manquer de se dissoudre sans traces.

Crève, os de chien. Et l’on sait bien que ta pensée n’est pas accomplie, terminée, et que dans quelque sens que tu te retournes tu n’as pas encore commencé à penser.

Peu importe. – La peur qui s’abat sur toi t’écartèle à la mesure même de l’impossible, car tu sais bien que tu dois passer de cet autre côté pour lequel rien en toi n’est prêt, pas même ce corps, et surtout ce corps que tu laisseras sans en oublier ni la matière, ni l’épaisseur, ni l’impossible asphyxie.

Et ce sera bien comme dans un mauvais rêve où tu es hors de la situation de ton corps, l’ayant traîné jusque-là quand même et lui te faisant souffrir et t’éclairant de ses assourdissantes impressions, où l’étendue est toujours plus petite ou plus grande que toi, où rien dans le sentiment que tu apportes d’une antique orientation terrestre ne peut plus être satisfait.

Et c’est bien cela, et c’est à jamais cela. Au sentiment de cette désolation et de ce malaise innommable, quel cri, digne de l’aboiement d’un chien dans un rêve, te soulève la peau, te retourne la gorge, dans l’égarement d’une noyade insensée. Non, ce n’est pas vrai. Ce n’est pas vrai.

Mais le pire, c’est que c’est vrai. Et en même temps que ce sentiment de véracité désespérante où il te semble que tu vas mourir à nouveau, que tu vas mourir pour la seconde fois (Tu te le dis, tu le prononces que tu vas mourir. Tu vas mourir : Je vais mourir pour la seconde fois.), voici que l’on ne sait quelle humidité d’une eau de fer ou de pierre ou de vent te rafraîchit incroyablement et te soulage la pensée, et toi-même tu coules, tu te fais en coulant à ta mort, à ton nouvel état de mort. Cette eau qui coule, c’est la mort, et du moment que tu te contemples avec paix, que tu enregistres tes sensations nouvelles, c’est que la grande identification commence. Tu étais mort et voici que de nouveau tu te retrouves vivant, – SEULEMENT CETTE FOIS TU ES SEUL.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (54)

wat voorbij is krast het in de ogen als het omkijkt. het dacht hierdoor een eendere schoonheid te zullen vinden, maar die is er niet, zal er nooit zijn want waar zou ze ooit geweest zijn? sterven is prozaïsch en banaal en kil. het slokt.

niets van wat het denkt (het regent) houdt steek. het komt steeds op hetzelfde punt terecht in de spiraal. de lus rond het punt van de dood. en daar staat het dan te treuren, het boekje bevend in de hand. stil bij het eendere tikken van de scheve klok, nog even zat zigzag strompelend van a naar n. niets denken is beter.

het haat zichzelf bij het zingen van de vogels, bij het razen der prijzige automobielen, neerwaarts, de berg af die niet langer de zijne is, bij de vierde aflevering van het derde seizoen van een reeks zinloze beelden op een irritante klankband. het slokt. niets voelen is beter.

niets voelen is een ui, vertelt het stilzwijgend aan de doven, het is een zwart zweven waarin alle kleuren zijn vervat, de uitwaai van gevoelens, onaantastbare vlindervleugels in een gelaagde zwerm, gelaagd rond de leegte, rond het geduldig wachtende zwart van de angst die alleen maar uit angst bestaat.

invoerteksten (2016): moment 85 86 87

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #122

jt 122 – l’ étalon d’un néant qui s’ignore – NEUSPUNT

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (slot)

De streng die ik priemen laat uit het intellect dat me bezighoudt en het onbewuste dat me voedt,  vertoont steeds fijnere draden in het hart van het vertakkende weefsel. En het is een nieuw leven dat herboren wordt, dieper en dieper, meer welbespraakt, dieper geworteld.

Nooit kan er door deze ziel die zich wurgt enige precisie worden gegeven, want de kwelling die haar doodt ontvleest haar vezel na vezel, beweegt zich onder het denken, dieper dan daar waar de taal kan reiken want het is de verbinding zelf van dat wat haar maakt en spiritueel samenhoudt, die afbreekt in de mate waarin het leven haar noodt tot voortdurende helderheid. Nooit enige helderheid op deze lijdensweg, op deze cyclische en fundamentele martelgang. En desondanks leeft ze, maar in een duren vol eclipsen waarbij het vluchtige zich immer mengt met het onbeweeglijke en het verwart met die doordringende taal van klaarte zonder duur. Deze vervloeking is in hoge mate leerzaam voor de diepten die zij beslaat, maar de wereld zal er de les van niet verstaan.

De emotie gewekt door het ontluiken van een vorm, de aanpassing van mijn stemmingen aan de mogelijkheid van een discours zonder duur, is mij een heel wat dierbaarder toestand dan de bevrediging van mijn activiteit.
Het is de toetssteen voor bepaalde geestelijke leugens.

Het is dit soort stappen achteruit die de geest maakt van onder het bewustzijn dat hem fixeert, om de emotie van het leven op te zoeken. Deze emotie die verder ligt dan het bepaalde punt waar de geest haar zoekt, en die opduikt in haar volle rijkdom van vormen en in een verse stroom, deze emotie die de geest het overweldigende geluid van de materie biedt, de hele ziel stroomt erheen en gaat op in haar brandend vuur. Maar meer nog dan van het vuur raakt de ziel in vervoering van de klaarte, het gemak, de natuurlijkheid en de ijzige oprechtheid van deze materie die te vers is en die koud en warm blaast.
Hij daar weet nu wat de verschijning van deze materie betekent en van welke onderaardse slachting dat ontluiken de prijs is. Deze materie is de maatstaf van een niets dat zich niet kent.

Als ik mij denk, zoekt mijn gedachte zich in de ether van een nieuwe ruimte. Ik sta op de maan zoals anderen op hun balkon. Ik neem in de breuklijnen van mijn geest deel aan de planetaire zwaartekracht.

Het leven zal gebeuren, de gebeurtenissen zich afspelen, de spirituele conflicten zich oplossen, en ik zal er geen deel aan hebben. Ik heb niets te verwachten, niet van de fysieke noch van de morele kant. Aan mij is de voortdurende smart en de schaduw, de nacht van de ziel, en ik heb geen stem om te schreeuwen.
Verkwansel uw rijkdommen ver van dit ongevoelige lichaam waar geen enkel seizoen, geestelijk noch zinnelijk, vat op heeft.

Ik heb het domein van de smart en de schaduw gekozen zoals anderen dat van de uitstraling en de ophoping van de materie.
Ik werk niet in de uitgestrektheid van welk domein dan ook.
Ik werk in de unieke duur.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956, p. 105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

La corde que je laisse percer de l’intelligence qui m’occupe et de l’inconscient qui m’alimente, découvre des fils de plus en plus subtils au sein de son tissu arborescent. Et c’est une vie nouvelle qui renaît, de plus en plus profonde, éloquente, enracinée.

Jamais aucune précision ne pourra être donnée par cette âme qui s’étrangle, car le tourment qui la tue, la décharne fibre à fibre, se passe au-dessous de la pensée, au-dessous d’où peut atteindre la langue, puisque c’est la liaison même de ce qui la fait et la tient spirituellement agglomérée, qui se rompt au fur et à mesure que la vie l’appelle à la constance de la clarté. Pas de clarté jamais sur cette passion, sur cette sorte de martyre cyclique et fondamental. Et cependant elle vit mais d’une durée à éclipses où le fuyant se mêle perpétuellement à l’immobile, et le confus à cette langue perçante d’une clarté sans durée. Cette malédiction est d’un haut enseignement pour les profondeurs qu’elle occupe, mais le monde n’en entendra pas la leçon.

L’émotion qu’entraîne l’éclosion d’une forme, l’adaptation de mes humeurs à la virtualité d’un discours sans durée m’est un état autrement précieux que l’assouvissement de mon activité. C’est la pierre de touche de certains mensonges spirituels.

Cette sorte de pas en arrière que fait l’esprit en deçà de la conscience qui le fixe, pour aller chercher l’émotion de la vie. Cette émotion sise hors du point particulier où l’esprit la recherche, et qui émerge avec sa densité riche de formes et d’une fraîche coulée, cette émotion qui rend à l’esprit le son bouleversant de la matière, toute l’âme s’y coule et passe dans son feu ardent. Mais plus que le feu, ce qui ravit l’âme c’est la limpidité, la facilité, le naturel et la glaciale candeur de cette matière trop fraîche et qui souffle le chaud et le froid. Celui-là sait ce que l’apparition de cette matière signifie et de quel souterrain massacre son éclosion est le prix. Cette matière est l’étalon d’un néant qui s’ignore.

Quand je me pense, ma pensée se cherche dans l’éther d’un nouvel espace. Je suis dans la lune comme d’autres sont à leur balcon. Je participe à la gravitation planétaire dans les failles de mon esprit.

La vie va se faire, les événement se dérouler, les conflits spirituels se résoudre, et je n’y participerai pas. Je n’ai rien à attendre ni du côté physique ni du côté moral. Pour moi c’est la douleur perpétuelle et l’ombre, la nuit de l’âme, et je n’ai pas une voix pour crier. Dilapidez vos richesses loin de ce corps insensible à qui aucune sais ni spirituelle, ni sensuelle ne fait rien.

J’ai choisi le domaine de la douleur et de l’ombre comme d’autres celui du rayonnement et de l’entassement de la matière.

Je ne travaille pas dans l’étendue d’un domaine quelconque.

Je travaille dans l’unique durée.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (53)

het telt. het zal tot ons spreken bij het einde van de telling, belooft het. het gieren van de wind (de wind giert). het razen van de wind (de wind raast). het gillen van de wind (de wind gilt). het woeste van de wind  (de woeste wind). het beuken van de golven (de golf beukt).

het kabbelen der golfjes (de golf kabbelt). het schone schip verleden (de golf beukt). zalm spartelt naar de zee (de golf beukt). de zee stoot diep het land in  (het land wijkt). de klok galmt in de dorpen (het land wijkt). straks lacht het natte land (het land blijft). met de kusjes van de wind (de golf beukt). zonder haar verwelken zelfs de paardenbloemen. deze telling heeft echt plaatsgevonden in april 2016, het herinnert het zich alsof het gisteren was.

op het moment van het inslapen opent het zich, de zwarte leegte die het is, in duizenden onpeilbaar diepe scheuren en elke afgrond is 1 milliseconde lang een blow job van de dood. in het midden van de angstaanval is er voor de angst immers geen tijd meer, de verdrongen herinnering aan de geboorte (de angst voor de dood is de verdrongen angst voor de geboorte, beweert het nu, aan sterven is niks aan, we doen niks anders) loopt vast in de herhaling van het ogenblik en het echte vormt een netwerk, wordt een wurggreep van vernietiging. het besef dat de dood de enige uitweg is uit de lus volgt op het genot van het sterven dat het besef achterna holt.

het schiet wakker omdat het samenvalt met de wil om niet meer te ademen, maar zonder adem vervalt de wil, dus het is welgeteld 1 tel dood van de duizenden tellen die a-lineair wemelen in de ruimte van die ene milliseconde die het ons hier vertelt. al die tellen kennen elkaar, zegt het nog, want zij vallen samen in het tellen, in het getal van de dood.

en toen?

invoerteksten (2016) : moment 81 828384

(de laatste pogingen – ik schreef elke dag hetzelfde stukje tekst op om te zien of het beven minderde)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #121

jt 121 – il s’agit de la durée de l’esprit – HAARDVUUR

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (3)

Ik voel de afbrokkelende grond onder mijn gedachten, en ik word ertoe gebracht om de termen die ik gebruik te overwegen zonder de steun van hun intieme betekenis, hun persoonlijke ondergrond. En beter nog, het punt waarop dit substraat zich lijkt te verbinden met mijn leven wordt mij ineens vreemd gevoelig, en virtueel. Ik heb het idee van een onvoorziene en vaste ruimte, waar normaal gesproken alles beweging, communicatie, interferentie, pad is.
Maar deze afbrokkeling die mijn denken in zijn grondslagen bereikt, in zijn meest urgente communicatie met de intelligentie en met het instinctmatige van de geest, vindt niet plaats op het gebied van een gevoelloos abstractum waaraan enkel de hogere delen van het intellekt zouden deelhebben. Niet zozeer de geest die intact blijft, bestekeld met punten, maar de zenuwbaan van het denken wordt door dit afbrokkelen bereikt en afgeleid. Het is in de ledematen en het bloed dat deze afwezigheid, deze onderbreking zich bijzonder sterk doet voelen.

Een grote koude,
Een wrede onthouding,
Het voorgeborchte van een nachtmerrie vol botten en spieren, met de gewaarwording van maagfuncties die klapperen als een vlag in het fosforesceren van de storm.

Embryonale beelden die elkaar als met de vinger verduwen en niet met enige materie in verbinding staan. 

Ik ben mens door mijn handen en mijn voeten, mijn buik, mijn vlezen hart, mijn maag waarvan de knooppunten mij verbinden met het bederf van het leven.

Men heeft het over woorden, maar het gaat niet om woorden, het gaat om de duur van de geest.
Deze afvallige woordenschors, men moet zich niet inbeelden dat de ziel er niet bij betrokken is. Naast de geest is er het leven, is er het menselijk leven in wiens cirkel die geest draait, met hem verbonden door een veelvoud van draden…

Nee, al dat lichamelijke ontwortelen, al die beknottingen van de lichamelijke activiteit en het ongemak van het zich afhankelijk voelen in het lichaam, en ook dat lichaam zelf, beladen met marmer en liggend op slecht hout, dat is niet gelijk aan de pijn van het beroofd zijn van de fysieke kennis en het gevoel van innerlijk evenwicht. Dat de ziel in gebreke blijft bij de taal en de tong bij de geest, en dat deze breuk door de velden der zinnen trekt als een grote voor van wanhoop en bloed, dat nu is de grote kwelling die niet de bast of het staketsel ondermijnt, maar de STOF der lichamen. Het is deze dwalende vonk die op het spel staat, waarvan men het gevoel heeft dat ZIJ HET WAS, een afgrond die op zichzelf de hele mogelijke omvang van de wereld wint, en het gevoel is dat van zodanige nutteloosheid dat het lijkt op de knoop van de dood. Deze nutteloosheid is als de morele kleur van deze afgrond en deze intense verbijstering, en de fysieke kleur ervan is de smaak van bloed dat in cascades door de openingen van de hersenen stroomt.

Men kan mij wel vertellen dat deze moordkuil in mijzelf ligt, ik neem deel aan het leven, ik vertegenwoordig de fataliteit die mij verkiest, en het bestaat niet dat al het leven van de wereld mij op een gegeven moment bij zich meetelt, want door haar aard zelf bedreigt zij het principe van het leven. Er is iets verheven boven iedere menselijke bezigheid: het is het voorbeeld van deze monotone kruisiging, van deze kruisiging waarbij de ziel zichzelf verliest en blijft verliezen.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

Je sens sous ma pensée le terrain qui s’effrite, et j’en suis amené à envisager les termes que j’emploie sans l’appui de leur sens intime, de leur substratum personnel. Et même mieux que cela, le point par où ce substratum semble se relier à ma vie me devient tout à coup étrangement sensible, et virtuel. J’ai l’idée d’un espace imprévu et fixé, là où en temps normal tout est mouvements, communication, interférences, trajet. Mais cet effritement qui atteint ma pensée dans ses bases, dans ses communications les plus urgentes avec l’intelligence et avec l’instinctivité de l’esprit, ne se passe pas dans le domaine d’un abstrait insensible où seules les parties hautes de l’intelligence participeraient. Plus que l’esprit qui demeure intact, hérissé de pointes, c’est le trajet nerveux de la pensée que cet effritement atteint et détourne. C’est dans les membres et le sang que cette absence et ce stationnement se font particulièrement sentir.

Un grand froid, une atroce abstinence, les limbes d’un cauchemar d’os et de muscles, avec le sentiment des fonctions stomacales qui claquent comme un drapeau dans les phosphorescences de l’orage. Images larvaires qui se poussent comme avec le doigt et ne sont en relations avec aucune matière.

Je suis homme par mes mains et mes pieds, mon ventre, mon coeur de viande, mon estomac dont les noeuds me rejoignent à la putréfaction de la vie.

On me parle de mots, mais il ne s’agit pas de mots, il s’agit de la durée de l’esprit. Cette écorce de mots qui tombe, il ne faut pas s’imaginer que l’âme n’y soit pas impliquée. A côté de l’esprit il y a la vie, il y a l’être humain dans le cercle duquel cet esprit tourne, relié avec lui par une multitude de fils…

Non, tous les arrachements corporels, toutes les diminutions de l’activité physique et cette gêne qu’il y a à se sentir dépendant dans son corps, et ce corps même chargé de marbre et couché sur un mauvais bois, n’égalent pas la peine qu’il y a à être privé de la science physique et du sens de son équilibre intérieur. Que l’âme fasse défaut à la langue ou la langue à l’esprit, et que cette rupture trace dans les plaines des sens comme un vaste sillon de désespoir et de sang, voilà la grande peine qui mine non l’écorce ou la charpente, mais l’ETOFFE du corps. Il y a à perdre cette étincelle errante et dont on sent qu’ELLE ETAIT un abîme qui gagne en soi toute l’étendue du monde possible, et le sentiment d’une inutilité telle qu’elle est comme le noeud de la mort. Cette inutilité est comme la couleur morale de cet abîme et de cette intense stupéfaction, et la couleur physique en est le goût d’un sang jaillissant par cascades à travers les ouvertures du cerveau.

On a beau me dire que c’est moi ce coupe-gorge, je participe à la vie, je représente la fatalité qui m’élit et il ne se peut pas que toute la vie du monde me compte à un moment donné avec elle puisque par sa nature même elle menace le principe de la vie. Il y a quelque chose qui est au-dessus de toute activité humaine : c’est l’exemple de ce monotone crucifiement, de ce crucifiement où l’âme n’en finit plus de se perdre.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (52)

eerst was er niets en toen had niets een zwak moment. en floep: zij waren god en zijn geboden. zij lagen naakt op het strand van de zee die zij waren. zij lagen daar diep in elkander te geloven. en god de zee die golfde maar.

er kwam een storm, zij vluchtten weg van de zee die zij waren, landinwaarts. en de eerste huizen scheidden hen tot het en haar. ‘doe de deui toe‘ klonk de stem van god en het, als lidwoord onbepaald, trok gehoorzaam de deur naar buiten toe.

maar waar was zij gebleven? de meeuwen krijsten wei wei wei. het ene dat ooit eenvoud was, werd aldus gespleten in het geluk van haar en verder niets. het begon te regenen. heel de zondvloed lang hoorde men het zingen:

beuk maar, beuk maar
nacht na nacht en nachten lang,
beuk maar godje van mijn kloten,
beuk maar vol uw leeg gebaar.

uw zee is slechts illusie voor zeloten
en in ’t moment hervinden wij elkaar.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

BIJ EEN DODE DICHTER

Zijn dichtersziel helaas was heengegaan
In gotisch muzikale avondklank
En wonderbaarlijk te midden de zwarte tuien
boog dóór de zon zijn vaalgele kiel.

In mijn melancholie was ik dus gekomen
Om van die godgelijke het lijk te bekijken,
en ‘t Schone waar zich vormde bij het graf
Stralend en bloemrijk de Sublieme Idee;

Zeeorgels maakten een menigte lawaai
Getouwen kreunden onder het golven
Bij de goudvlam der kaarsen die weenden.

En stemmen stegen van goud en velours
Van ’t grote schip dat de processies versierden
Met heel zacht de blaastonen der doodsfluiten.

Antonin Artaud – 1914

SUR UN POÈTE MORT

Son âme de poète hélas était partie
Dans les sons musicaux et gothiques d’un soir
Et merveilleusement parmi les haubans noirs
Le soleil inclinait sa carène jaunie.

Alors j’étais venu dans ma mélancolie
De cet homme divin voir la dépouille et voir
La Beauté où se forme ainsi qu’un reposoir
La Sublime Pensée éclatante et fleurie.

Les orgues de la mer faisaient un bruit de foule,
Les cordages râlaient avec un bruit de houle
Parmi les flammes d’or des cierges qui pleuraient.

Et des voix s’élevaient du velours et de l’or
Du grand vaisseau que des processions décoraient
Aux sons très doux soufflant aux flûtes de la mort.

(1914)
https://ebooks-bnr.com/ebooks/pdf4/artaud_poemes.pdf



A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

journal intime #120

jt 120 – la séparation à jamais – VUURHAARD

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (2)

Je hebt het goed mis om te zinspelen op deze verlamming die mij bedreigt. Ze bedreigt me wel degelijk, en het wordt elke dag erger. Ze bestaat al en het is een vreselijke realiteit. Natuurlijk doe ik nog steeds (maar hoe lang nog?) wat ik wil met mijn ledematen, maar het is al lang dat ik mijn geest niet meer beveel, en dat mijn onbewuste mij geheel beveelt met impulsen die uit de diepte van mijn nerveuze razernij komen en uit het kolken van mijn bloed. Schielijke en snelle beelden, en die in mijn gedachten alleen maar woorden van woede en blinde haat spreken, maar die als messteken of bliksem door een opgekropte hemel gaan.

Ik draag het stigma van een dood die mij dwingt tot waar de echte dood mij niet bevreest.

Deze angstaanjagende vormen die naar voren komen, ik voel dat de wanhoop die ze mij brengen, leeft. Hij kruipt tot aan die knoop van het leven waarna de wegen naar de eeuwigheid opengaan. Het is werkelijk de scheiding voor altijd. Zij schuiven hun mes in dat midden waar ik mij mens voel, zij snijden de vitale banden door die mij verenigen met de droom van mijn lucide realiteit.

Vormen van een kapitale wanhoop (waarlijk vitaal),
Viersprong der scheidingen
Viersprong van de sensatie van mijn vlees,
Verlaten door mijn lichaam,
Verlaten door elk mogelijk gevoel in de mens.
Ik kan het alleen maar vergelijken met de toestand waarin men zich bij een zware ziekte midden in een delirium bevindt, te wijten aan de koorts.

Uit de antinomie tussen het gemak diep in mij en mijn uiterlijke moeizaamheid ontstaat de foltering waaraan ik sterf.

Laat de tijd voorbijgaan en de sociale stuiptrekkingen in de wereld de gedachten van de mensen teisteren, ik ben vrij van elke gedachte die door de fenomenen is doorweekt. Laat mij maar in mijn uitgerekte nevel, bij mijn onsterfelijke onmacht, bij mijn onzinnige verwachtingen. Maar men dient goed te weten dat ik van geen enkele van mijn fouten afstand doe. Als ik het verkeerd heb ingeschat, is het de schuld van mijn vlees, maar die klaarten die mijn geest van uur tot uur laat uitfilteren, dat is mijn vlees waarvan het bloed zich hult in bliksemflitsen.

Hij spreekt van narcisme, ik antwoord hem dat het om mijn leven gaat. Ik aanbid niet mijzelf maar het vlees, vlees in de sensibele zin van het woord. Alle dingen raken mij slechts voor zover ze op mijn vlees inwerken, ermee samenvallen, en tot op dat punt dat ze het schokken, en verder niet. Niets raakt mij, interesseert mij dat zich niet onmiddellijk tot mijn vlees richt. En daar hij spreekt tot mij over het Zelf. Ik antwoord hem dat het Ik en het Zelf twee verschillende termen zijn en niet te verwarren, en het zijn heel exact die twee termen, die balanceren, die het evenwicht van het vlees uitmaken.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:

Tu as bien tort de faire allusion à cette paralysie qui me menace. Elle me menace en effet et elle gagne de jour en jour. Elle existe déjà et comme une horrible réalité. Certes je fais encore (mais pour combien de temps ?) ce que je veux de mes membres, mais voilà longtemps que je ne commande plus à mon esprit, et que mon inconscient tout entier me commande avec des impulsions qui viennent du fond de mes rages nerveuses et du tourbillonnement de mon sang. Images pressées et rapides, et qui ne prononcent à mon esprit que des mots de colère et de haine aveugle, mais qui passent comme des coups de couteau ou des éclairs dans un ciel engorgé.

Je suis stigmatisé par une mort pressante où la mort véritable est pour moi sans terreur.

.Ces formes terrifiantes qui s’avancent, je sens que le désespoir qu’elles m’apportent est vivant. Il se glisse à ce noeud de la vie après lequel les routes de l’éternité s’ouvrent. C’est vraiment la séparation à jamais. Elles glissent leur couteau à ce ventre où je me sens homme, elles coupent les attaches vitales qui me rejoignent au songe de ma lucide réalité.

Formes d’un désespoir capital (vraiment vital), carrefour des séparations, carrefour de la sensation de ma chair, abandonné par mon corps, abandonné de tout sentiment possible dans l’homme. Je ne puis le comparer qu’à cet état dans lequel on se trouve au sein d’un délire dû à la fièvre, au cours d’une profonde maladie.

C’est cette antinomie entre ma facilité profonde et mon extérieure difficulté qui crée le tourment dont je meurs.

Le temps peut passer et les convulsions sociales du monde ravager les pensées des hommes, je suis sauf de toute pensée qui trempe dans les phénomènes. Qu’on me laisse à mes nuages éteints, à mon immortelle impuissance, à mes déraisonnables espoirs. Mais qu’on sache bien que je n’abdique aucune de mes erreurs. Si j’ai mal jugé, c’est la faute de ma chair, mais ces lumières que mon esprit laisse filtrer d’heure en heure, c’est ma chair dont le sang se recouvre d’éclairs.

Il me parle de Narcissisme, je lui rétorque qu’il s’agit de ma vie. J’ai le culte non pas du moi mais de la chair, dans le sens sensible du mot chair. Toutes les choses ne me touchent qu’en tant qu’elles affectent ma chair, qu’elles coïncident avec elle, et à ce point même où elles l’ébranlent, pas au-delà. Rien ne me touche, ne m’intéresse que ce qui s’adresse directement à ma chair. Et à ce moment il me parle du Soi. Je lui rétorque que le Moi et le Soi sont deux termes distincts et à ne pas confondre, et sont très exactement les deux termes qui se balancent de l’équilibre de la chair.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (51)

stokstijf en met open monden en pijnlijk gestrekte tong staan wij om toch maar een druppel op te vangen van het kostbare zwart. onze wanhoop is weg. elke weg is een weg naar de hel van de hoop. beiden zijn misschien afwezig in een hemelse toekomst zonder hoop (thomas tu m’emmerde avec tes conneries). de bomen geloven vast in de bomen, zij wiegen hoog hun toppen in de lucht.

vogelgekwetter. henri je t’ aime proet proet. pipelife 40×1.8-pvc afvoerbuis. kiki je t’aime interieurement. woordloos de vinken zingen hun ware liefde. suskewieèt. de duif tortelt. het dak stort in.

ce problème de l’émaciation de mon moi.

henri fait pipi et kaka avec moi. liefde is de weg wég van de hoop. fouf fouf.
j’ aime le chocolat noisette. wolken drijven over. onze huid is zon, het hart is regen (sorry, we zijn alweer weg, daar heb je het al terug).

La Grille est un moment terrible pour la sensibilité, la matière.

bij het orgasme werd het een licht gewaar, een enorm zwart licht met duizend plofsterren erin en haar zuchten aaide het als met strelingen het hoofd met het git uit dat gat, alsof het echt was en heel en alsof het zonder ophouden haar zachte zwart over alle zielen zou kunnen blijven uitstrooien.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

HET MYSTIEKE ZEESCHIP

’t Archaische zeeschip zal zijn verloren gegaan
Op zeeën waar mijn dromen hopeloos baden
En de immense masten verwrongen geraakt
In de hemelse nevel van bijbel en hymne.

Een liedje klinkt maar niet het bucolisch antieke
Mysterieus tussen de kale bomen;
En ’t heilige schip zal zijn zeldzaamste waren
Nooit verkocht hebben ver in den vreemde

Hij kent de vuren niet der havens op aarde.
Hij kent slechts God en zonder solitair doel
Scheidt hij de gloriegolven der oneindigheid.

Het eind van zijn boegspriet duikt in mysterie.
Aan de top zijner masten trilt elke nacht
Het zuivere, mystieke zilver van de Poolster.

Antonin Artaud – 1913

LE NAVIRE MYSTIQUE

Il se sera perdu le navire archaïque
Aux mers où baigneront mes rêves éperdus ;
Et ses immenses mâts se seront confondus
Dans les brouillards d’un ciel de bible et de cantique.

Un air jouera, mais non d’antique bucolique,
Mystérieusement parmi les arbres nus ;
Et le navire saint n’aura jamais vendu
La très rare denrée aux pays exotiques.

Il ne sait pas les feux des havres de la terre.
Il ne connaît que Dieu et sans fin solitaire
Il sépare les flots glorieux de l’infini.

Le bout de son beaupré plonge dans le mystère.
Aux pointes de ses mâts tremble toutes les nuits
L’argent mystique et pur de l’étoile polaire.

(1913)
https://ebooks-bnr.com/ebooks/pdf4/artaud_poemes.pdf

NKdeE 2020 – LE NAVIRE MYSTIQUE – pastel & wasco -A5

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

journal intime #

jt119 – Je suis définitivement à côté de la vie – WEGRAND

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (1)

Aan André Gaillard

Mijn schreeuw noch mijn koorts zijn van mij. Deze desintegratie van mijn tweede krachten, van deze verstolen elementen van de ziel en het denken, beeldt u zich enkel hun constante in.

Dit iets zo halverwege tussen de kleur van de mij typerende atmosfeer en het punt van mijn realiteit.

Ik heb niet zozeer behoefte aan voeding, eerder aan een soort elementair bewustzijn.

Deze levensknoop waaraan de emissie van het denken zich vastklampt. Een knoop van centrale verstikking.

Mij gewoon steunen op een duidelijke waarheid, dat wil zeggen die rust op een enkel randje.

Dit probleem van het uitteren van mijn ik toont zich niet enkel meer in zijn uitsluitend pijnlijke aspect. Ik heb het gevoel dat nieuwe factoren ingrijpen in de verwording van mijn leven en dat ik iets als een nieuw bewustzijn heb van mijn intiem verlies.

In het werpen van de teerling, in het lanceren van mezelf in de bevestiging van een voorvoelde waarheid, hoe willekeurig die ook is, zie ik heel de reden van mijn bestaan.

Ik blijf urenlang stilstaan bij de indruk van een idee, een geluid. Mijn emotie ontwikkelt zich niet in de tijd, volgt zich niet op in de tijd. Eb en vloed van mijn ziel zijn in volmaakte harmonie met de absolute idealiteit van de geest.

Mijzelf voor de metafysica plaatsen die ik mij gemaakt heb in functie van dit niets dat ik in mij draag.

Deze mij als een wig ingeplante pijn, in het centrum van mijn zuiverste werkelijkheid, op deze locatie van het gevoel waar de twee werelden van lichaam en geest elkaar ontmoeten, leerde ik mezelf af te leiden door het effect van een valse suggestie.
In de ruimte van de minuut dat de verlichting van een leugen duurt, maak ik mij een evasieve gedachte, ik gooi mezelf op een vals spoor dat door mijn bloed wordt aangegeven. Ik sluit de ogen van mijn intellect en laat het ongeformuleerde in mij spreken, ik gun mezelf de illusie van een systeem waarvan de voorwaarden mij zouden ontgaan. Maar uit die minuut van dwaling heb ik het gevoel dat ik iets echts op het onbekende heb buitgemaakt. Ik geloof in spontane bezweringen. Op de wegen waar mijn bloed me heen sleept kan het niet anders dan dat ik op een dag een waarheid zal ontdekken.

De verlamming maakt zich van me meester en verhindert mij steeds meer om tot mijzelf te komen. Ik heb geen steunpunt meer, geen basis… ik zoek mijzelf ik weet niet waar. Mijn denken kan niet meer gaan naar waar mijn emotie en de beelden die in mij opkomen het duwen. Ik voel mij tot in mijn geringste impulsen gecastreerd. Uiteindelijk zie ik het licht door mezelf heen, door te verzaken aan alle tekenen van mijn intelligentie en mijn gevoel. Men moet begrijpen dat het de levende mens is die in mij geteisterd wordt en dat deze verlamming die mij verstikt, centraal staat in mijn gewone persoonlijkheid en niet in mijn aanvoelen als voorbestemde.
Ik sta voorgoed naast het leven. Mijn kwelling is net zo subtiel, zo verfijnd als dat zij bitter is. Het vergt mij waanzinnige inspanningen van de verbeelding, vertienvoudigd door de wurggreep van deze verstikking om er toe te komen om mijn leed te denken. En als ik op die manier in dat streven volhardt, in deze behoefte om voor eens en altijd de toestand van mijn verstikking te bepalen…

ANTONIN ARTAUD – 1926

uit La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:

Fragments d’un Journal d’Enfer

à André Gaillard

Ni mon cri ni ma fièvre ne sont de moi. Cette désintégration de mes forces secondes, de ces éléments dissimulés de la pensée et de l’âme, concevez-vous seulement leur constance.

Ce quelque chose qui est à mi-chemin entre la couleur de mon atmosphère typique et la pointe de ma réalité.

Je n’ai pas tellement besoin d’aliment que d’une sorte d’élémentaire conscience. Ce noeud de la vie où l’émission de la pensée s’accroche. Un noeud d’asphyxie centrale.

Simplement me poser sur une vérité claire, c’est-à-dire qui reste sur un seul tranchant.

Ce problème de l’émaciation de mon moi ne se présente plus sous son angle uniquement douloureux. Je sens que des facteurs nouveaux interviennent dans la dénaturation de ma vie et que j’ai comme une conscience nouvelle de mon intime déperdition.

.Je vois dans le fait de jeter le dé et de me lancer dans l’affirmation d’une vérité pressentie, si aléatoire soit-elle, toute la raison de ma vie. Je demeure, durant des heures, sur l’impression d’une idée, d’un son. Mon émotion ne se développe pas dans le temps, ne se succède pas dans le temps. Les reflux de mon âme sont en accord parfait avec l’idéalité absolue de l’esprit.

Me mettre en face de la métaphysique que je me suis faite en fonction de ce néant que je porte.

Cette douleur plantée en moi comme un coin, au centre de ma réalité la plus pure, à cet emplacement de la sensibilité où les deux mondes du corps et de l’esprit se rejoignent, je me suis appris à m’en distraire par l’effet d’une fausse suggestion. L’espace de cette minute que dure l’illumination d’un mensonge, je me fabrique une pensée d’évasion, je me jette sur une fausse piste indiquée par mon sang. Je ferme les yeux de mon intelligence, et laissant parler en moi l’informulé, je me donne l’illusion d’un système dont les termes m’échapperaient. Mais de cette minute d’erreur il me reste le sentiment d’avoir ravi à l’inconnu quelque chose de réel. Je crois à des conjurations spontanées. Sur les routes où mon sang m’entraîne il ne se peut pas qu’un jour je ne découvre une vérité.

La paralysie me gagne et m’empêche de plus en plus de me retourner sur moi-même. Je n’ai plus de point d’appui, plus de base… je me cherche je ne sais où. Ma pensée ne peut plus aller où mon émotion et les images qui se lèvent en moi la poussent. Je me sens châtré jusque dans mes moindres impulsions. Je finis par voir le jour à travers moi-même, à force de renonciations dans tous les sens de mon intelligence et de ma sensibilité. Il faut que l’on comprenne que c’est bien l’homme vivant qui est touché en moi et que cette paralysie qui m’étouffe est au centre de ma personnalité usuelle et non de mes sens d’homme prédestiné. Je suis définitivement à côté de la vie. Mon supplice est aussi subtil, aussi rafiné qu’il est âpre. Il me faut des efforts d’imagination insensés, décuplés par l’étreinte de cette étouffante asphyxie pour arriver à penser mon mal. Et si je m’obstine ainsi dans cette poursuite, dans ce besoin de fixer une fois pour toutes l’état de mon étouffement…

tekstbron: http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (50)

getekend naar het leven staat het van zichzelf te vervreemden. lijnen van monden monden uit in gebaren die niet tot bij de spieren geraken. lippen stuiken in elkander, tongen verslierten, het rotte vlees is walmende sneeuw voor de zon. in een droom kan je het denken maar beter niet toelaten.

buiten, in het vervallen zomerbed trekken slakken sporen slijm in verrafelde lakens en duiven beschijten de molm van het hout. een hond graaft een mol uit in achttien mislukkingen. binnen nieuwslezers maken met duchtig vol gekrijtte luchtfoto’s gewag van volstrekt ontoelaatbare zedenfeiten. erger dat volstrekte zinloosheid is het besef van wat het zeggen wil.

het mag haar kussen op papier maar het papier is vies en van plastiek. het begeleid met oude glorie een laagje rubber in een vagina of twee maar wordt daar niet veel wijzer van. schuld ontstaat door nood aan boete, maar wat kan je innen als het vel het niet voelt?

in de rouw is het huis een huis bezaaid met lijken. alleen de vliegen zien wat er stierf en vormen de vormen die op hen gelijken. beweging, naar het leven getekend. het vlucht in de droom en in de droom ziet het haar en het denkt ja dit is het einde. en het wordt wakker in het huis van de rouw.

invoerteksten (2016): moment 76 7778

cdbv 142 (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime

jt118 – les recoins de la perte – RANDWEG

‘heel de schrijverij is een zwijnenboel.’ misschien had hij dat niet mogen zeggen. of toch niet in druk achterlaten. je kan hier alles door het slijk halen, maar niet het schrijven zelf.

en toch blijft het verbazen.

in het denken komt de vernieuwing, dat wat we nodig hebben om verder te kunnen, via het lijden en de waanzin in de wereld. tussen de gedreven kunstenaar en de van zin en rede beroofde lijder aan het onleefbare echte is er slechts sprake van een gradatieverschil met ergens in het midden een soort maatschappelijk gekoesterd membraan dat men al dan niet doorbreken moet. sommigen lijken in deze wereld gekomen zonder zelfs dat membraan als beschermende grens, en lijden bijgevolg elke seconde, van bij hun geboorte, tot aan hun dood aan het echte dat zich slechts tijdelijk en mits grote inspanning bedwingen laat. bovenop het totaal oncommuniceerbare lijden dienen deze vervloekten ook nog ’s de voortdurende veroordeling van gans de maatschappij te ondergaan. de zotten, de waanzinnigen, de schizofrenen, de gemolenwiekten: geen marteling blijft hen bespaard.

omgekeerd wanneer we de rede, waarvan onze ratio een humane afzwakking is, een redelijkheid waarmee wij onze realiteiten opbouwen, volledig tot in zijn verste consequenties zouden kunnen volgen, zoals heden middels de informatietechnologie meer en meer mogelijk wordt, lijdt die consequentie onherroepelijk tot de ‘waanzin’ van de zingeving zelf.
de realiteit die wij ons op- en inrichten, wordt zelf een waanzin die het ‘Buiten’ naar binnen loodst en dat Buiten is natuurlijk niets anders dan het Echte dat we middels de fictie van ons Zijn en de Dingen zo hardnekkig want noodgedwongen poogden buiten te houden.

zonder de fictie van onze realiteiten houden we het immers geen seconde uit, want dan zijn we net als die gemolenwiekten waarvan eerder sprake.

de digitalisering van onze samenlevingsvormen en gebruiken brengt ons dagelijks dichter bij die omslag van de realiteit, we voelen dat met z’n allen aan onze stressniveaus, aan de stijgende stinkende zeespiegel van onze angsten, die regelmatig al met volle zoute slokken over de wering onzer lippen slaat.
de realiteit slaat dadelijk nog om in een hyperrealiteit waarin het humane uitgewerkt zal zijn als virale verwezenlijking van het kosmische rot: de mens lijkt achter te blijven bij de voortrazende storm van de kwantificatie.
OMG, misschien is het al wel gebeurd!

Nu, Antonin Artaud was een dermate door de nood aan expressie van de wereldziel gekweld individu dat er van hem uiteindelijk niks meer overbleef. dat zei hij zelf ook herhaaldelijk: Antonin Artaud is enkel de geschriften en het ‘theater’ van Artaud, de mens Artaud was al vroeg opgelost, onbereikbaar verdwenen in de uithoeken van het eigen verlies.
“Je suis celui qui connaît les recoins de la perte.”

maar de functie Artaud, dat waartoe de wereldziel hem aanwendde als expressie, om het maar ’s met wat oubollige, maar niet eens zo incorrecte metaforen te zeggen, nestelde zich dus geheel in die geschriften, en vanuit de lezing ervan, die telkens een re-adaptatie aan de constituente realiteiten inhoudt, werkt deze functie tot op de dag van vandaag door. dat heeft niks met ‘Kunst’ of met ‘Theater’, laat staan met ‘vernieuwing’ of ‘avant-garde’ te maken maar alles met de verhouding van het Echte tot onze realiteiten, met hoe ons voortschrijdend gebrek aan inzicht in onze ‘ware’ functie botst op de echte disfunctionaliteit van onze realiteitsficties, hoezeer die achter de feiten aanhollen en ons totaal weerloos maken tegen zelfs de meest pietluttige bedreigingen van onze soort…

want, o, was het maar dat de mensheid een geheel zinloos fait divers was in een volkomen materialistisch universum! wat een serene droom! de waarheid is duizendmaal gruwelijker dan deze kalmerende absurditeit die door sommige rationalisten als een toppunt van dapperheid wordt ingeschakeld. men zegt dan, met eigen walm de spiegel bewasemend, zodat ze het zelf toch niet zouden merken, dat enkel zij de moed hebben om in de leegte te staren.

dit soort jongetje plast dus in de broek mocht het poesje van de mevrouw van het Echte het slechts eenmaal toevallig in de oogjes kijken.

maar kom, soyons serieux, wanneer kunnen we dan stellen dat de functie Artaud als richtingaangevende besturing van de realiteitsproductie van de mens, onze post-feodale bewustzijnsfabriekjes en educatie-inrichtingetjes, wanneer is die functie uitgewerkt?

een exacte datum kunnen we niet opgeven, maar de dag dat het volledige oeuvre van Antonin Artaud in het Nederlands vertaald zal zijn, op die dag kunnen we er absoluut zeker van zijn dat zijn geschriften enkel nog amusementswaarde zullen hebben en/of van historisch belang blijven slechts voor de drie professoren humane wetenschappen die onder hun drietjes geheel publiek- en studentenloos de Laatste Leerstoel van hun Faculteit betwisten in een niet-aflatende riooluitval van uiterst briljante publicaties die enkel op hun eigen faculteitsservers te raadplegen zijn, die zij met ons belastingeld huren van een of ander schimmig maffiabedrijfje.

want geen enkel taalgebied ter wereld is meer wars van waarlijk bruikbare geschriften dan het zomp van onze teergeliefde Lage Landen.je krijgt hier waarlijk alles vertaald, geschreven, in luxebanden neergepleurd en gepubliceerd zolang het maar totaal onschadelijk en vooral onbruikbaar is.

want als het bruikbaar is, en het wordt gelezen, tja dan mot je d’r ook wat mee doen. en dat is toch wel al te gortig hoor. lullen zoveel je wil, en wijzen naar de dwaasheid van de ander, oké, goed, maar echt iets doen, iets veranderen, aan onze eigen euh, identiteit?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

EXTASE

Zilveren sintels, vuurkolenkroes
Met van zijn intieme macht de muziek
Geledigde vuurgloed, verlost, schors
Die doende haar werelden lost

Uitputtend onderzoek van het ik
Penetratie die zich te buiten gaat
Ha! de ijsbrandstapel op, samen
Met het brein dat het heeft bedacht.

De oude onpeilbare queeste
Extravaseert in genot
Voelbare zinnelijkheden, extase
In waarachtig zingend kristal.

O inktenmuziek, muziek
Muziek van bedolven kolen
Zacht, wegend, die ons verlost
Met zijn fosforgeheimen.

Antonin Artaud – vert. NKdeE 2020

EXTASE

Argentin brasier, braise creusée
Avec la musique de son intime force
Braise évidée, délivrée, écorce
Occupée à livrer ses mondes.

Recherche épuisante du moi
Pénétration qui se dépasse
Ah! joindre le bûcher de glace
Avec l’esprit qui le pensa.

La vieille poursuite insondable
En jouissance s’extravase
Sensualités sensibles, extase
Aux cristaux chantants véritables.

Ô musique d’encre, musique
Musique des charbons enterrés
Douce, pesante qui nous délivre
Avec ses phosphores secrets.

Antonin Artaud, uit: BILBOQUET in [ARTAUD 1956, p.191]

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

het moment (49)

het zien is de wereld en de zee golft in de ogen, golf na golf, het lichaam loopt vol en zinkt in het verdriet. de tranen zijn de noten van het lied van glou glu gloe (wat zou het nog ontkennen, het zicht is evident).

o streling rond het strelen der verstrengeling, ach omarming van de armen bij het geroofde en oei de bloemen die elkaar tot bloei verleidden, verlokten de weg op van het ontluikende rot

wat rest is rust, een onvergeeflijke vrede, verschrikking van geheel de rede,
last post voor heel het menselijk bestand, daadwerkelijkheid met dood omschreven.

het voelt het golven van het water in de golf, het hoor het zingen, de liefde in haar stem, het voelt de warmte en het wil het niets terug, dat nergens is.

invoertekst (2016) : moment 74

AR van het moment 49

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #117

jt117 – mes moelles parfois s’amusent – WERKHUIS

het leek mij interessant om de invoer van de tekenmodule los te koppelen van het ontwaken (ook al omdat je niet bewust aan ‘het eerste woord dat in je opkomt’ kan denken, zonder al behoorlijk wakker te zijn, wie heeft dit weer verzonnen?) en gewoon te systematiseren.

dus nu wordt de ‘ik’ (=testpersoon) wakker en krijgt meteen het volgende woord uit de lijst voorgeschoteld. die lijst is opgebouwd uit omkeerbare samenstellingen: NL substantieven die zijn samengesteld uit twee andere substantieven die in beide volgorde een bruikbare samenstelling vormen, bv. HUIS + WERK : HUISWERK is een woord, maar WERKHUIS ook.

het lijstje is samengesteld with a little help van mijn FB-vriendjes (dank u lieve FB-vriendjes, ik ben zeer streng geweest in de selectie en heb enkel de woorden opgenomen waarover geen twijfel kan bestaan):

RAND+WEG
VUUR+HAARD
NEUS+PUNT
GELD+ZAK
DRUK+WERK
IJS+SCHEP
KUNST+ROOF
BRON+WATER
HUIS+MOEDER
BAK+VIS
AUTO+RACE
STAM+BOOM
HOOFD+STUDIE
JENEVER+BESSEN
JAAR+BOEK
AARDAPPEL+PLANT

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (48)

in het holst van de nacht is het zwart soms zacht, het predikt streling en het streelt met penselen, aait slapen, steelt speels de meest kille, enge gedachten, omzwachtelt ze met honderdduizenden onbegrijpelijkheden en vormt ze zo om tot een schouwspel van ongeziene pracht;

in het holst van de nacht bij de gewoonlijke optocht der gedaantes, de laffe kwijlbekken voorop, en de nijdige druipkrengen erna, soms als bij wonder verschuift er een resem getallen en aurora borealis doemt op in hun ogen en hun stompjes worden zacht en oranje als gestoofde babyworteltjes en ze lijken warempel begaan met elkaar en ze laten zich zien terwijl ze zacht praten met hun spreekmonden (helaas) en ze laten de dieren hun handen besnuffelen die ze toch het ontwortelen moesten toestaan, maar desondanks zij blijven lief en aardig voor elkaar;

in het holst van de nacht gooit een gitzwarte zon soms glorieus oplaaiende tranen in de gesloten ogen van de slapende en een stem die van dieper komt dan van de diepste mijn der gesloten mijnen in Limburg (waar het ooit nog in afdaalde met de kinderen, weet je nog) , die stem vertelt het dan dat dit het mooiste is dat het ooit zal gezien hebben, dit magnifieke zwarte druipen van de zwarte ziel van de rottende kosmos, en dat het daarvan maar genieten moest,

maar dat het wel nu best opstaat en snel nog wat wijn slikt eerst want de weg naar het toilet is lang en vol van gevaren en het leek nu verdomme net echt te slapen met een droom voorhanden en bijna een ik om het te bewijzen.

invoerteksten : moment 72 moment 73

cdbv 136 – 2015

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #116

jt116 – les tetes moins que les trous – HUISWERK

DE STRAAT

De seksuele straat leeft op
langs de ongepaste gevels,
de cafés, waar misdaad kwettert,
ontwortelen de lanen.

In de zakken branden sexehanden
en de buiken drinken langs onder;
alle gedachten laten het klinken,
en de koppen minder dan de gaten.

LA RUE

La rue sexuelle s’anime
le long de faces mal venues,
les cafés pepiant de crimes
deracinent les avenues.

Des mains de sexe brûlent les poches
et les ventres bouent par-dessous;
toutes les pensees s’entrechoquent,
et les tetes moins que les trous.

Antonin Artaud, uit BILBOQUET [ARTAUD 1956, p.226]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (47)

geen mens was ooit bij machte. het oordeelt niet de ander, maar niemand heeft het ooit verrast. anderzijds: het hoeft maar te snikken en de kraaien kraaien al, de bomen krommen gelaten de rug, de lente komt aangesloft met een prille zon die in de buidels der zieke diertjes naar brandbaar leven tast.

het doorzicht is een witte schemer, een ellendig laagje licht dat bij gebrek aan tastbaarheid alleen zichzelf belicht. er is geen paradijs, geen appel en geen zonde, alleen de taal volhardt nog in de onmacht van het woord. en schrijft het niet zelf vandaag alsof vandaag al morgen was, en nu alsof er ooit wat is gebeurd, alsof er ooit iets kàn gebeuren?

in het trieste van de treurnis is er geen verhaal. het dal is dalen, dieper, dieper, dal. elke klinker is een open wonde in een kabaal dat van lawaai niet meer genezen kan. wellustig het drieste kolken van de droefenis onthult de kale klippen van de haat.

en rond de etterende wonden kweekt de welp een zachte dons van schapenwol. het is daarin al heerlijk pulken nu, en klauwen tot het bloedt. verbeten draait het zich in het ontvlokte om: vuil bevleesde pluizen van de zure nijd en laffe vegen van de spijt.

invoerteksten (2016) : moment 70moment 71

journal intime #115

jt115 – le vrai néant effilé – VELDSLAG

Er bestaat een zure en troebele beklemming, even machtig als een mes, waarvan de opdeling het gewicht heeft van de aarde, een beklemming met klaarten, met de interpunctie van afgronden, gekneld en geperst als punaises, als een soort hard ongedierte en waarvan alle bewegingen verstard zijn, een beklemming waarin de geest zich worgt, zichzelf snijdt, – zich doodt.
Zij verbruikt niets dat haar niet toebehoort, zij komt voort uit haar eigen asfyxie.
Zij is een bevriezing van het merg, een afwezigheid van mentaal vuur, een circulatiegebrek van het leven.
Maar de opiate* beklemming heeft een andere kleur, zij heeft niet dat metafysisch verglijden, dat wonderlijke imperfecte accent. Die stel ik mij voor als vol echo’s, grotten, labyrinten, omkeringen; vol pratende vuurtongen, actieve geestesogen en het klappen van sombere bliksems vervuld van rede.
Dus de ziel stel ik mij wel heel centraal voor en toch tot in het oneindige opdeelbaar, en verplaatsbaar als een ding dat is. Ik stel mij de ziel gevoelend voor, die tegelijk strijdt en toegeeft, en haar tongen in alle zinnen draait, en haar geslacht vermenigvuldigt, – en zich doodt.
Het is nodig het echte uitgerafelde niets te kennen, het niets dat geen orgaan meer heeft. Het niets van de opium heeft in zich de ruimte van een zwart gat als de vorm van een voorhoofd dat denkt, dat gesitueerd heeft.
Maar ik spreek van de afwezigheid van het gat, van een soort lijden dat koud is en zonder beelden, zonder sentiment, en dat is als een onbeschrijfbare aborterende stomp.

Antonin Artaud

de originele tekst uit ‘ L’Ombilic des Limbes’:

        Il y a une angoisse acide et trouble, aussi puissante qu’un couteau, et dont l’écartèlement a le poids de la terre, une angoisse en éclairs, en ponctuation de gouffres, serrés et pressés comme des punaises, comme une sorte de vermine dure et dont tous les mouvements sont figés, une angoisse où l’esprit s’étrangle et se coupe lui-même, — se tue.
       Elle ne consume rien qui ne lui appartienne, elle  naît de sa propre asphyxie.
       Elle est une congélation de la moelle, une absence de feu mental, un manque de circulation de la vie.
       Mais l’angoisse opiumique a une autre couleur, elle n’a pas cette pente métaphysique, cette merveilleuse imperfection d’accent. Je l’imagine pleine d’échos, et de caves, des labyrinthes, de retournements; pleine de langues de feu parlantes, d’yeux mentaux en action et du claquement d’une foudre sombre et remplie de raison.
        Mais j’imagine l’âme alors bien centrée, et toutefois à l’infini divisible, et transportable comme une chose qui est. J’imagine l’âme sentante et qui à la fois lutte et consent, et fait tourner en tous sens ses langues, multiplie son sexe, — et se tue.
         Il faut connaître le vrai néant effilé, le néant qui n’a plus d’organe. Le néant de l’opium a en lui comme la forme d’un front qui pense, qui a situé la place du trou noir.
         Je parle moi de l’absence de trou, d’une sorte de souffrance froide et sans images, sans sentiment, et qui est comme un heurt indescriptible d’avortements.

[ARTAUD 1956, p.72-73]


** de ‘angoisse’ ten gevolge van opiumgebruik. Enkele bladzijden terug, in de tekst ‘Lettre à monsieur le Legislateur de la Loi sur les Stupifiant’, heeft Artaud een fel pleidooi gehouden voor het zelfbeschikkingsrecht van de opiumgebruiker die onderworpen aan zijn vreselijk mentale lijden, zich bij gebrek aan beter gedwongen ziet om zijn toevlucht te nemen tot dergelijke middelen. Niemand heeft het recht hem daarvoor te criminaliseren. Immers “Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi”, een argument dat o.i. nog steeds stand houdt, maar bon, wie zijn wij etc.
Elkwegs: het lijkt er fel op dat Artaud met deze tekst wou aantonen dat hij weet waarover hij praat, om zo de argumentatie daar kracht bij te zetten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (46)

zoals het einde eindeloos is, zo is de dood ook doods. de armen wapperen uitgerafeld in de wind, benen omstrengelen bezweette leegte in het laken. het lijk maakt misbaar in een bed dat goden heeft gekend. begin en einde doen dodo. vervloek

de melodie. sla de handen van de pianist tot klompen bloed, stroop tot bovenmonds het slappe vel der zangers, schiet de stadsfazanten in hun kakelgat: wat men verkoopt aan liederen is niets dan opgedirkte geile kwijl en opgespoten varkensgil.

de dag is daar. stap in, stap uit, zak op de werf der wegenwerken door het carrousel. zie het rode in de ochtend van het gloren, hoor de zee die zegt wat werd verloren, voel de maan die trekt en nijpt in’t vel van uw bestaan: ontoelaatbaar is het echte, blinde vlek in ’t ogenblik, bron van staar in het vernietigend moment.

en spreek, gij lafaard, die het moedwillig en welwetende uit het débacle van uw droomcultuur verheven hebt: ’t is tijd dat u de lege huls van uw bedrog verlaat. beaam dat u het bent, die leven wil in dit moment.

invoerteksten (2016): moment 67moment 68

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

dagboek zonder dagen (16)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

[…p.118…]

Net zoals het mogelijk is om de gedachten in wakende toestand aan een discipline te onderwerpen, is het mogelijk om de gedachten en de gevoelens van dromen te disciplineren: er toe komen om bepaalde zaken bewust niet te dromen, vervolgens er toe komen om bewust bepaalde andere dingen te dromen, die dromen te registreren, er een zeker bewustzijn van te hebben, er de herinnering van verbeteren om zo van de slaap wat nieuwe bagage aan kennis over te houden en zo de slaap om te vormen tot een onderzoeksmiddel. Er voor zorgen dat de vreemde vondsten van de dromen ons tijdens de rest van het leven naar een beter begrip van die zaken leiden, waarvan we ons nog niet bewust zijn: dat die zaken langzaam stijgen van het onbewuste onbekende en onvoelbare naar het gekende, het bewuste en het voelbare. Dat daargelaten zijn er toch bepaalde gedachten uitgesloten uit het mentale in wakende toestand die zelfs geen toevlucht vinden in de droom. Deze uitsluitingen van het bewustzijn, uitsluitingen uit de droom zullen hun toevlucht zoeken (is het nog leven) in de meest obscure afwezigheid van het denkbare, het verlangen en het gevoel. Er zal heel natuurlijk een verhouding ontstaan tussen de slaap en het waken: in de slaap ontwikkelen zich de materialen bestemd om zich af te scheiden van het onbewuste, terwijl die zaken die bestemd zijn om het bewuste te verlaten zich nog voordoen in de droom vooraleer zich meer definitief af te zetten in de meest onwaarneembare gebieden.

Het idee komt zo uit het voorbewuste, uit het onbewuste, uit wat achter het onbewuste ligt, neemt het zijn aanvang in de nacht van het onwaarneembare en het onvoorstelbare. maar door ons te trainen in de kennis die zich ontwikkelt in die achterwereld, door discipline, door ons meer bewust te maken van die ideeën, die gevoelens, die gewaarwordingen die er nog nauwelijks zijn en waarop de dromen een straal daglicht werpen, benaderen wij een beter begrip van dat onwaarneembare en dat onvoorstelbare.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

ik weet het niet maar ik denk niet dat ze elkaar gekend hebben Réquichot en Artaud. ik denk ook niet dat beide personen erg compatibel waren, ’t is een ander afdeling om het zo oneerbiedig te zeggen…
soit, we houden de kerk in ’t midden met nog ’s een paragraafke vertaling van Bernard vandaag…

mss., zo hoor ik mij denken, ben ik zelf wel een soort meta-zot, een ontsnapsel uit een verder onbekende dimensie van de waanzin, dat ik mij zo begrepen voel bij beiden. tja. ja sè.Deleuze, da’s ook nog ewa thuiskomen, maar da’s niet zo bekend maar dat was ook nie echt ne gewone ze. die kon er in zijne privè ook nie een beetje neffens derailleren.ach ach, ge moogt er niet teveel over doordenken net zoals over Amerika en de Amerikanen dezer dagen. als ge daar op begint door te denken wordt ge zotter dan zot van verdriet en pure horror want allez dat is toch puur een zwart gat van absolute horror nu en zeggen dat daar ontelbare letterlijk ontelbare verschrikkelijk lieve en schattige menskens wonen die net als wij alleen maar vragen om af en toe een beetje gerust te mogen zijn en blij te zijn bij elkaar. ’t is erg en nog erger is dat er niks aan te doen is en dat we hier van geluk mogen spreken toch…

weet ge als ge daar te lang over doordenkt over dat soort zaken geraakt ge helemaal ommuurd door de absolute onleefbaarheid van hoe onze werkelijkheid, dat stukske van ons aller illusies dat we blijkbaar delen kunnen, van hoe die communiceerbare fictie zich verhoudt tot wat het in onze verbeelding zou kunnen zijn, enerzijds en dat van binnen uit, als we zo ommuurd zitten al, ook nog ’s opstijgt het gevoel van hoe het ‘echt’ zit, want we weten dat niet bewust dat we dat weten maar we weten het wel onbewust en dat is dan geen echt weten maar een onontkenbaar besef, een weten van het niet-weten zoals wanneer ge weet dat ge iets vergeten zijt, wel als die nest binnen de onmogelijkheid van enige uitweg uit de realiteit naar het imaginaire ook nog ’s komt opzetten dan begint ge pas de ware toedracht van de woorden van zowel Réquichot als Artaud te begrijpen, te doorgronden, niet omdat ge het ‘snapt’, ge kunt het zelfs niet uitleggen, maar gewoon omdat ge het ervaart omdat het in uw puttekensputteke ook aan het gebeuren is, alleen hebt gij nog de luxe dat ge het naar believen af kunt zetten omdat ge die kracht nog over hebt, terwijl die twee pipo’s er vrijwel constant geheel aan overgeleverd waren, het moesten ondergaan. feesten van angst en pijn.

die fameuze écriture du réel, wat het ook moge worden, wat daaruit voort gaat komen, en je voelt dat er iets heel erg hoognodig Iets wil worden alsof de ganse wereldziel in alle kottekens van de humane expressie aan het pushen is om dat Iets er uit te krijgen, die fameuze Gebeurte die ons overkomen gaat, echt fameus plezant gaat het denkelijk toch nie worden hoor.

achteraf misschien, als we het horen jengelen met een engelenstem.

maar bon, ’t is nu niet alsof we daarin enige keuze hebben, dat is ongeveer het domste wat je daarbij kan denken.

blijven ademen dus, zoals ons moeder moest doen van de bevalmadam.