journal intime #81

jt81 – le rève se cultive dans les ténèbres – OR GEL AA PJE

Jean-Francois Chevrier sluit zijn boek ‘Zone sensibles’ [CHEVRIER 2019] op klassieke Koenstboekwijze af met een soort van eindwaardering.
ofwel dient men zich in zulk een sjabloon uit te putten in superlatieven, zeker aangewezen als het een grote naam betreft met astronomische marktwaarde, of men kan ook opteren om de net ontwikkelde eigen kijk op het werk in de verf zetten. er staat dus weinig vermeldenswaard in dat slothoofdstuk.

maar ach, ik ben mij pas in de laatste hoofdstukken beginnen ergeren, en al bij al is dit een meer dan behoorlijke monografie. er is ook nog een heel bruikbare uitgebreide ‘Chronologie’ van het leven van Réquichot aan toegevoegd, uitgebreid op basis van de bestaande chronologie in de Catalogue Raisonné van 1973 met eigen onderzoek van Chevrier. en een degelijke bibliografie, zodat het werk zeker een onmisbaar document is voor ieder die zich voor Réquichot interesseert.

daarbij is het natuurlijk zeer jammer dat al dat werk gedoemd is om enkel voor de enkelen beschikbaar te zijn die het zich kunnen veroorloven, tenzij dan in gespecialiseerde bibliotheken maar die zijn voor het brede publiek de facto sowieso moeilijk toegankelijk. in een tijd dat digitale verspreiding van data nauwelijks meer kost dan de stroom die het verbruikt, getuigt dat van een vrij obsceen te noemen elitarisme, surtout daar het voortbestaan, ook van die gespecialiseerde bibliotheken, in een tijd dat de afdelingen menswetenschappen aan de universiteiten geslachtofferd worden aan een onbegrijpelijke besparingswoede, allerminst gegarandeerd is, evenmin als de publieke toegang ertoe in tijden van beperkte mobiliteit.

als excuus voor die hebzuchtige toeëigening van het werk van een auteur die in 1961 overleed, gebruikt men zoals steeds het zogenaamde auteursrecht dat op dergelijke wijze de rechten van de overleden auteur op een vrije verspreiding van zijn werken die immers tot het publieke domein zijn gaan behoren op een afstotelijke manier verkwanselt aan het eigenbelang van de uitbaters ervan. dat ‘auteursrecht’ is op die manier bovendien verworden tot het voornaamste obstakel in de weg van een natuurlijke overlevering van het eigenlijke werk van een auteur, een conclusie waartoe ik al in 1996 kwam.

het duurde evenwel tot in 2004 vooraleer ik tot enige serieuze bezinning kwam rond die problematiek, een bezinning die mij uiteindelijk pas in 2017 deed besluiten dat de enige uitweg uit dit moeras van nijd en absurditeit de radicale verwerping van de begrippen ‘publiek’ en ‘productie’ waren, dat de enige zinvolle invulling van het auteursconcept er een is dat open staat voor iedereen, dat de activiteiten van het ‘lezen’ en ‘schrijven’ in mijn hoekje van het brede gamma aan creatieve activiteiten gelijkwaardige instantie zijn van een algemene I/O van de creativiteit en dat dergelijke I/O enkel in een open, anti-elitaristische en a-commerciële cultivatie ervan, een zuiver altruistisch georganiseerde waardering ervan, kan bijdragen aan een gezonde samenleving. het ideaal hier is met onafwendbare evidentie dat van een volstrekt rationele, dynamische religie van de enkeling als deelnemende aan de expressie van de wereldziel.

maar strijden daarvoor heeft geen zin, omdat zulks geen doel is dat bereikt kan worden, daarvoor staat geheel de humane nijd ons te zeer fataal in de weg, daarvoor is de mens vooralsnog te zeer gefocust op de eigen ondergang, een ondergang overigens, die, moest het je nog niet zijn opgevallen, met rasse schreden nadert in de vorm van een globale crisis in vergelijking waarmee het huidige corona-incident een – met het nodige respect aan de slachtoffers – verwaarloosbare peulschil is. en de strijd is ook zinloos omdat het de enige mogelijk uitweg is uit het dilemma ‘mens’. het komt er m.a.w. hoe dan ook van, wij hebben daar zelf geen enkele controle over.

het enige wat het vrije individu aan dat ideaal kan bijdragen is het activeren van voorbeeld van een praktijk ervan, een werkend exemplaar van hoe het anders zou kunnen, moest niet een ieder gekluisterd blijven hangen aan de eigen eerzucht, hebzucht en nijd t.o.v. de ander.

zo’n praktijk van het exemplarisch activisme kan je als individu echter enkel uitbouwen als je zelf, zoals ik, in een uitzonderingssituatie aan de kant geschoven bent door de bestaande samenleving, en/of als je (anderszins) de luxe hebt om je aan de grijpgrage klauwen ervan te kunnen onttrekken. je moet m.a.w. niet alleen zo zot zijn om het te willen proberen, je moet ook effectief ‘zot’ genoeg zijn om het te mógen doen. of rijk genoeg natuurlijk, maar de rijke exemplaren zie ik nog niet vlug in de eigen voet schieten, om niet terug te moeten vallen op de meer voor de hand liggende , maar aggresievere kamelenoogparabel.

waarmee we uiteraard vol in het onbedwingbare en uiterst subversieve terrein van de waanzin zijn belandt, een terrein dat we in dit ‘journal intime’ nu verder op kousevoeten gaan verkennen aan de hand van een lezing van ‘Création et schizophrénie’ van Jean Oury, oprichter en stichter van de La Borde kliniek en de peetvader van alle Deleuzianen [OURY 1989].

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (11)

het denkt en de gedachten spiegelen de broze dingen in de val naar hun vernietiging. flessen niets op zoek naar ’t hele ding daarvan. het lijf is hunkering. er zijn geen ramen daar, geen deur naar een besluit.

alles zinkt in d’ inkt van de beslommering, de schadeloze schijngestalte van het ware woord dat opgewonden dromen tot goedkope brol verwoordt. winst is zijde zachtjes glijdend op haar huid. ’t genot is van gebrek verdubbeling.

uit het rot van alle dingen wordt het heden als een vuurbal opgelicht. kijk, de wereld wil zichzelf verklaren in de mal van haar weerspiegeling. mensen worden opgeslagen in een waardeloos bestand.

het vrijt en de gebaren zijn verslingering rond haar. de vlammen in haar ogen verlichten het totaal. het wordt gezegde diep in haar, ontplooid zijn zwijgen op de toendra van haar orgelpunt.

invoertekst (2015)


dagboek zonder dagen (13)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Soms moet je vechten tegen je denken en als het denken ons overstijgt kan het ook een middel worden om ons te overstijgen.

p.117

Voor de dingen van het dagelijkse leven, zij kunnen schilderkunst worden als zij [als?] dingen van buiten resoneren met de wereld van binnen, en de schilderkunst gelijkaardig aan de dingen wordt.

De mens van de toekomst zal begrepen hebben hoe hij gemaakt is en hoe hij functioneert, hoe de mekaniek in elkaar zit van zijn denken en zijn voelen; hij zal dat kunnen maken en laten werken, hij zal denkende en voelende machines maken en die kunnen zich zelfs perfectioneren: ze zullen gemaakt zijn naar zijn beeld. Hij die hen maakte zal hen domineren en hen begrijpen: weinig zal voor hem nog een daad van begrip of gevoel zijn.

Stelling: De beweging ontbindt de materie: hoe meer de beweging toeneemt, hoe meer de materie zich wegvaagt.

God is een eenvoudig idee gebruikt door mensen die zich geen vragen stellen.

Men kan zich de fenomenen van de dood heel goed voorstellen en dus bestuderen zonder al dood te zijn of bezig te sterven.

De auto-analist experimenteert met ongerepte psychische toestanden.

Als de getallen enkel een ingebeelde existentie hebben kunnen de wiskundige bewijzen dan iets anders zijn dan ingebeelde waarheden?

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

journal intime

jt81 – plus je m’approche de moi moins je vois – WINST MA KE

Jean-François Chevrier heeft het verder in zijn hoofdstuk XII over oppervlakkige gelijkenissen met werken van Schongauer, Redon en over Flaubert die het ook wel ergens over iets anders heeft.
het aanhalen van de bekende seizoenshoofden van d’Arcimboldo gecollageerd met eetbaar spul lijkt misschien al wat meer gerechtvaardigd, maar het gaat bij Réquichot niet om een dergelijk verbluffend technisch truukje maar om echt erotisch geladen bewegingen en provocaties van instinctieve responsen: als hij voedselprenten combineert met concave dierenbeelden, tongen met taarten en gebak met bloedige gruwel wil hij de letterlijk de mond-hand- oog interactie van de toeschouwer aanspreken als omkering van de geregistreerde eigen automatismen, hij wil dezelfde aantrekking en afstotingspulsen en repulsies opwekken van het creatieproces, hij gebruikt de instinctieve walging die de beelden opwekken om zijn gewelddadige, monomane en sadistische panerotiek op de toeschouwer over te brengen. hij gaat door het oog recht naar de (onder)buik van de kijker.

Bernard Réquichot, NEKONK TANTEN TANK MANA, detail


het oog midden in het kluwen van de ringen van NEKONK TANTEN TANK MANA is tegelijk de opslokkende vaginale poort en het beloerende, beslijmde eikeloog waarmee hij de kijker wil confronteren met die afschuwelijke oscillatie van binnen-buiten, het heen en weer van het spel dat hij speelt om het moment te bereiken waarop het experiment zich ontpopt tot moment, tot een ijkpunt van de duurte in het verglijdende niets.
de mystiek van de lelijkheid is wat Réquichot zegt dat het is, lelijk en schaamte verwekkend. je kan daar niet zomaar conformistische verkoopbare Kunst van maken. Réquichot is wat dat betreft het finale eindpunt van de Kunst als artistiek gezwets dat enkel wil winst maken. daarna is het echt wel pure handel geworden, het werkt enkel nog als handel. niks mis met pure handel hoor, ons niet gelaten.

al die referenties die Chevrier uit zijn kunstkennershoedje tovert zijn dus totaal naast de kwestie, om dat te beseffen moet je enkel de teksten van Réquichot zelf maar te lezen en ernstig te nemen. nu, ik kan van Barthes nog begrijpen dat hij weigerde dat te doen, misschien omdat hij besefte dat wat Réquichot daarin beweerde al zijn noties van auteurschap onderuit haalde, misschien gewoon uit luiheid en uit gewoonte om liever de eigen theorie over het gepresenteerde werk te draperen, misschien uit onwil om een niet-gepubliceerd geschrift enige echte aandacht te geven of omwille van een combinatie van al die factoren.

maar Barthes schreef zijn stukje in 1972 en hij had ten minste nog een theorie waar je wat mee aankon. en hij schreef het tenslotte in opdracht van de commerçant Cordier, de werken dienden op literaire wijze gestut te worden. misschien speelt er in de motivatie om de echte thematiek en de ware aard van het werk van Réquichot te verhullen achter al dit droppen van modieuze namen alsnog iets soortgelijks mee, de marktwaarde van de werken van Réquichot zijn op tien jaar tijd vertienvoudigd, dus je kan dat zeker niet uitsluiten dat men zo er nog een nul wil bijflappen.

soit. wij hoeven er alleszins niet van wakker te liggen want wij hebben nergens wat te winnen of te verliezen. en we hebben voor de kennis waar wij op uit zijn, vooral de teksten van Réquichot zelf om ons haarfijn en exact uit te leggen waar het hem om te doen was.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

voorwaardelijk

pour Halette

op de tippen staat heel benig
’t klepelkleedje in de aanreikstand.

arabesken hebben droef en lenig
de deur naar buiten goed omrand.

’t weer is koud en grijs daarbuiten
en binnen is het stil en om het even:

geluid zal Annabel wel geven
wanneer de hand in ’t klokje

en de centen in de lade
van het kastje zijn beland.

het moment (10)

voor c.b.

de dag zit in het web der dagen, weerloos ingesponnen tot cocon. de minuten  willen uren duren verslingerd op hun een met zestig zijn.
de seconde heft haar treitervingertje en wakkert weer ’t verstrijken aan.

het denk aan nergens, ziet de jaren daar verglijden, hoe zij tijd aan tijd en lijf aan lijf verdoen. ’t oktobergrijs is hen een zilvereinder, die bleke zon te schamel voor hun gouden schaterlach.

de mensen zijn maar mensen in de wereld en de katten hebben zich van hen verschoond. vissen slurpen zee en algen wiegen slierten op hun traagste liederen van slaap en lieverlee.

liefde heeft in hen haar zotste lief gevonden. “kom,” zegt het, “we gaan weer heden maken, lieveling: maak een einde aan het einde, knoop het in je haar en vlinder weergaloos”.

invoertekst (2015)

dagboek zonder dagen

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Reactie impliceert gewaarwording op een variabele graad van bewustzijn. De niet gewilde keuze van de reactie veronderstelt een reden, dus een betekenis.
Voorbeeld van betekenis: klauwen op de grond indiceren de passage van een leeuw.

De toeschouwer van een dergelijke gevoelige plaat heeft de rol haar te lezen; de lezing begint in de omgekeerde richting van het schrift: de toeschouwer ziet eerst dat waarmee de analyst eindigde en, om de zaken redelijk grof te beschouwen, keert langs omgekeerde opeenvolging op de loop der acties terug.

Wij, de introverte anderen, wij hebben onze twijfels over ons, zoals jullie extraverten waarschijnlijk jullie twijfels hebben over de anderen.

De communicatie onderneemt haar pogingen in de experimentele emoties. Wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik.

Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen.

Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

eigenlijk is het onvoorstelbaar wat voor een verschrikkelijk slechte lezers de geschriften van Bernard Réquichot hebben moeten doorstaan. ik heb in ieder geval bij al het geschrevene dat ik over Réquichot las nergens de indruk gekregen dat de auteurs daarvan ook maar iets van deze geschriften hebben begrepen.

het zijn nochtans geen obscure geschriften, ze verhullen totaal niks, ze zijn doodeerlijk en zeggen exact wat ze ‘willen’ zeggen. maar je moet het geschreven wel willen activeren als gedachte in je hoofd, je moet ze (durven/willen/ de moeite nemen om ze) open( te )vouwen van tekst tot gebeurende gedachte.

je moet Réquichot dus lezen zoals men vroeger boeken las, en zoals men ze ook schreef, niet als kant en klaar consumptieproduct maar als een hulpmiddel, een werktuig om gedachten te laten gebeuren.

(de Trionfi van Petrarca moet je ook zo lezen, als een programma om alle verhalen achter de korte vermelding in de tekst van de ‘optocht’ te laten gebeuren in je hoofd, de echte tekst van de Trionfi werd geschreven door de lezers van Petrarca die de code nog konden lezen als programma, als code voor de machine van het geheugen – hoe denk je anders de immense populariteit van die tekst te verklaren die door zijn tijdgenoten duizend keer hoger ingeschat werden dan de liedjes voor Laura? omdat al die duizenden lezers zo loemp waren misschien? wie is er hier loemp? de evolutie in de cultuur is een constante devolutie, het wordt alleen maar erger met de loempigheid…)

neem een zinnetje als: ‘Si le diable existait nous nous connaîtrions davantage’ ( ‘Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen’).

wat betekent dat als je het eenmaal, driemaal honderdmaal leest? als je weigert te denken, weigert bij jezelf op zoek te gaan wat het zou kunnen betekenen, blijf je enkel achter met een gratuit bon mot, een aforisme zoals je er wel duizend per dag zou kunnen consumeren.

maar hoe kom je tot de gedachte die deze zin activeert als je het toelaat? wel, de zin zegt dat de duivel niet bestaat en dat we daardoor onszelf niet zo goed kennen dan wanneer dat wel het geval zou zijn.
waarom zouden wij onszelf dan beter kennen?
wat is de duivel? het kwaad in de mens. we kennen dus niet het kwaad in de mens want dat zit in ons denken, en moest het niet in ons denken zijn, dan zou het bestaan als duivel en dan konden we het kennen, want dan viel immers ons denken niet langer samen met het kwade erin, met de duivel ervan die evenwel niet bestaat.
voila, nu is de gedachte vrij en kan ze beginnen wérken, je hebt een pad geopend in de gewoonte van je denken dat er nog niet was, want aja, dat was uw gewoonte niet om daar zo over te denken, maar nu bestaat die duivelse gedachte in jou en ken je jezelf iets beter, maar wat ken je beter? is dat wel jezelf? is het Réquichot? de duivel?

zie je, je kan die geschriften niet zomaar ‘consumeren’ zoals je wel met deze teksten van mij kan doen, dat is daar slappe koffie tegen (geeuw maar, je mag, ik sta het jou toe).

nog een voorbeeld? oké, volgende zin: “L’extrême aigu du bruit est une forme de sadisme”( ‘Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme’).

hoe gaan we van deze uitspraak opnieuw een actieve gedachte maken? wel hop, dezelfde manier van ‘lezen’: wat is lawaai, wanneer is lawaai lawaai en geen geluid?

lawaai is lawaai wanneer het als lawaai wordt waargenomen, wanneer het herkent wordt als lawaai, wanneer het zich herkent als lawaai. wat kan het lawaai anders doen dan genieten van zijn lawaai-zijn, zijn hinderlijk zijn, van de ergernis die het opwekt, het spoor daarvan dat het aanricht, hoe prachtig is het niet om lawaai te zijn, hoe je de teerbewaakte stilte kan openrijten, hoe je het ongerepte met een gilletje kan aansnijden, openrukken, vernielen verwoesten. maar nee hoor lawaai is gewoon bot betekenisloos lawaai, het is alleen het meest extreem scherpe van het lawaai dat een vorm is van sadisme, het soort lawaai dus dat genoegen schept in het lawaai zijn.

beide zinnen staan na een vrij omstandige uitleg dat een schilder die experimenteert met zijn automatisme van de toeschouwer verwacht dat deze de omgekeerde weg zal afleggen om zo te lezen wat de schilder emotioneel heeft doorgemaakt (weerzin, enthousiasme, wantrouwen) door de confrontatie met die automatische expressie.

midden in die uitleg, lees daar ajb niet over in je post-corona haast, gaat het over het gebrek aan vertrouwen dat ook de extravert wel moet kennen (veronderstelt toch de introvert) in de ander, terwijl de introvert natuurlijk nooit verder komt dan twijfel aan zichzelf, omdat zulks tenslotte het enige is waar hij zekerheid over zou kunnen bereiken, maar zie je zelfs dat lukt mij niet, ik ben nou eenmaal introvert dus ik twijfel in de eerste plaats aan mijzelf…

maar kom, besluit hij dan (twee dagen later? een maand later? we weten het niet, geen enkele lezer van Réquichot heeft het zich afgevraagd blijkbaar, hoe kan je dit lezen en het je niet afvragen???)
kom, besluit hoedanook de auteur van deze als 1 doorlopend geheel gepresenteerde tekst, ik zal jullie deze twee zinnetjes prijsgeven, zodat deze geschriften werken zoals mijn schilderijen, zodat jullie als lezer de omgekeerde weg kunnen volgen en mijn gedachten kunnen lezen door ze bij jezelf te activeren, want als dat in schilderijen zo werkt is dat omdat ik geleerd heb dat het in geschriften ook zo werkt, dat weten jullie toch ook, die zo wanstaltig zeker lijken te zijn over jullie zelf, jullie duivel-loze ikjes in de sacrale stilte van jullie zwijgen?

wat Réquichot ons biedt in zijn geschriften is geen onthulling, geen revelatie, geen epifanie, maar wel de ervaring van een autonoom denken, een belevenis van het gebeuren van het denken zelf.

het is een experiment (zoals alles wat hij doet experiment is, onderzoek, Faustiaanse queeste naar het echte) dat niets minder doet dan pogen om momenten van verbinding tot stand te brengen over de dood heen, een dood die voor de voltrekker van de eigen ondergang, voor de duivelskunstenaar, de leerling-Faust Réquichot op elk moment in zijn leven en in zijn handelen aanwezig was. wat is schrijven anders dan een poging om iets achter te laten van je gedachten? wat is schrijven anders dan een passie die je beoefent alsof je leven ervan afhangt, want dat doet het ook echt op elk moment dat je schrijft.

“wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik. ”

welkom, jij hypocriete lezer, mijns gelijke, in het moment van Bernard Réquichot.