Iemand heeft ergens de rek uitgehaald


PvO’s Bezette Stad integraal  in het Dada-archief in IOWA (da’s niet in Vlaanderen nee)

Bezette Stad van Paul van Ostaijen, integraal te bewonderen in het
vooral virtuele Dada-museum te Iowa, hier dus:
http://sdrc.lib.uiowa.edu/dada/Bezette%20Stad/index.htm


Stel : we ontwaken op een dag & iemand heeft uit de spanning van onze dagelijkse besognes plots de rek gehaald.

Bv. : de niet te stuiten digitalisering van het culturele erfgoed maakt dat de werkplaats valt samen met het werk, de beloning met het werken, het onderzoek met de introspectie, de publicatie met het lezen & de auteur met het publiek.
Alles wijst erop dat het aangewezen is om de activiteiten proceduraal te waarderen, dat we eigenlijk beter zouden stoppen met het omroepen van de fictieve schaarste, het imaginaire gebrek aan totaal overbodige objecten die ons door de exploitatiecultuur worden voorgehouden als noodzakelijke attributen, maar we zijn op evidente wijze verslaafd aan die materiële objecten. Nieuw is dat allerminst maar de idee dat we pas iets bereikt hebben als het af is, als we het achter ons kunnen laten, krijgt een rare perspectiefverdraaiing mee, enkel door de massale & onmiddellijke beschikbaarheid van het gelijksoortige. We schuiven met het gehele ‘normale’ leventje grandioos het groteske in.

Een grotesk gebeuren is echter enkel plezant als er iemand om kan lachen. Met gans het publiek aan boord van deze scheefhangende stoomboot lukt dat niet echt.

Kunnen we er ‘zomaar’ vanuit gaan dat hier geen algehele stilstand op dreigt te volgen? Een blublub naar helemaal af? Een economische impuls is er al lang niet meer, enkel de illusie daarvan, de hoop op een louter creërend bestaan, gewekt door de buitenmatige aandacht voor de gefortuneerde enkeling, drijft duizenden het bankroet in.

De kunst is écht zoals reality tv écht is: er spoelen er effectief een tiental aan op de Eleïsche stranden van de Media, waar iedereen mooi, rijk, sexy en heel erg tijdelijk is.
& Een boek is een boek is een boek. Voor twee weken, dan is het op.

Misschien moeten we niet op zoek gaan naar middelen om het poëtische te conserveren als elitaire (uitgekozen) productie, maar moeten we het dagelijks trachten op te wekken als een vitale impuls, een divergerende energie die ons door de dag kan helpen. Misschien zijn de dagelijks nauwer wordende trechters van de exploitatie daarvoor te mijden obstakels in plaats van ten alle prijzen te verdedigen verworvenheden?

Misschien is het allemaal zo erg niet, zoveel te beter, maar moeten we ons tenminste niet de vragen durven stellen? We zitten duidelijk op een kritiek punt waar keuzes kunnen worden gemaakt, het algehele stilzwijgen is een niet te miskennen teken daarvan.

Waarom slagen we er niet in om met al die technologie die ons ter beschikking staat, in al die overvloed, om de vanzelfsprekendheid waarmee het poëtische in sommige ‘ongerepte’ en ‘primitieve’ culturen aanwezig is, om dat klaarblijkelijke van de levensvreugde in het scheppende zelfs maar te benaderen? Je hoeft daartoe niet te vervallen in idealisering en een falsificerende, romantieke terug-naar-de-natuur retoriek, de potjes daarvan staan ook overvloedig in de rekken, je kan tezelfdertijd ook niet blind zijn voor het evidente gemis. Danneels zal het niet laten, die aarzelt zelfs niet om in de open graven van zijn vijanden te gaan betweteren om het grauw weer binnen te halen in zijn fabriek.

Maar voelt u zich, terwijl u schildert, beeldjes houwt of collages plakt echt de onderste laag van de kunstpiramide zoals u wordt voorgesteld in het laatste nieuwe Canvas exploitatie-model, een flauw ‘multimediaal’ opgeklopt doorslagje van de BBC kunst- en antiekveilingsprogramma’s? Bent u echt dat unieke stukje koper verborgen in de grauwe massa- zet er een camera op en het begint onwaarschijnlijk te schitteren? Produceert ook u mede Voer voor het Bollende Kunstdiscours van Hoet & cie? Zit uw dialect wel goed?

Maar onze denktrant is hard gecodeerd. In een vakje kort bij onze lusten. Je krijgt ons opgestreken met een terloopse poezenaai. Als het echt niet materieel meer kan, bij het toenemende volume van ‘metacode’, beschrijvingen en hulpbestanden bij codegenererende software bijvoorbeeld, dan moeten het ajb toch wel netjes objecten blijven. Dat mag dan wel een noodzakelijk kwaad zijn, het haakt rechtstreeks in op onze aangeboren neiging tot verdinglijking, en bevestigt ons op nefaste wijze in de excessen daarvan.

Een voortgang die niet meteen een vooruitgang is kan niet als dusdanig worden gevalideerd. De verklarende beschrijvingen in termen van gebeuren liggen voor het grijpen, maar dat is allemaal veel te simpel.

De wetenschap zelf heeft zich op vraag van haar sponsors een imago van Wetenschap gekocht en eist punctuele onderzoeksresultaten. De wetenschappers leveren vlugvlug hun dagelijkse kwakje van het voorspelbare gevraagde en gaan dan verder met het echte onderzoek.

Zo beleven we dagelijks onze eigen verscheurdheden, of het nu in de kunst is of in de sociale sector of bij onze collega’s op de bank: we houden onszelf noodgedwongen voor dat het niet anders kan, dat we de ander als machine onze stroom moeten geven & dat wij de machine moeten zijn die stroom eist van de ander. De tijd die we dan eisen ‘voor onszelf’ dient in de meeste gevallen enkel om de constructie van het ego te herladen, de wanen van nieuw voedsel te voorzien & de tijdloosheid van het consumentenwalhalla te bevestigen. We rammen het erin, desnoods.

& Wat doet zo’n snelle, heel erg voorlopige schets* met de status van de tegencultuur, de potentie van het afwijkende, van de onderstroom? Vooreerst krijgt het afgeleverde werk er daardoor hopelijk een intensiteit die het mede door het post-modernisme ingeblazen gevoel van algehele vrijblijvendheid kan doen smelten als sneeuw voor de zon.

Dat geldt niet in het minst voor de enkele kritische geest die het nog aandurft het overrompelende conformisme en de dikke laag slijm die over al onze activiteiten ter incapsulatie wordt neder gestort, te lijf te gaan met als enige wapen de taal en het denken.
De crisis van het artistiek-creatieve bestel veroorzaakt daarbij naast grote gaten die meteen worden ingenomen door commerciële blubber, ook ademruimte en zet vele jonge mensen aan om zich met het enthousiasme van de hacker een gebied te veroveren dat vroeger het voorrecht leek van een statisch te sterven staande elite.
Maar de gevaren dreigen ook op pijnlijk zichtbare wijze.

Hoe bloot & kwetsbaar komt niet het waarlijk poëtische te staan, kan het nog verleiden in de huizen die zo sjokvol zitten dat je er drie maanden uitverkoop zou kunnen houden voor bewoners van eendere huizen drie jaar geleden? Of zitten we helemaal vast, & kan dit mee het stort op met die drie vier CRT’s in de kelder? & wat is dat dan, hoe komt dat tot stand, hoe levensnoodzakelijk wordt de differentie als geheel het veld al twee, driemaal ingenomen wordt door het reeds gedifferentieerde, als de uitwijking, de afwijking zelfs niet meer perceptueel kan worden ingeschat als een vernieuwing, maar wegspiraalt binnen een spiraal binnen een spiraal die eeuwig zou verder dalen in een eindeloze recursie moesten we nóg meer winsten van het exploitatiemonster door de leidingen jagen?

Nog een Afrikaans landje of twee en we kunnen binnen Second Life een derde lus aanmaken! Avida Dollars Stelt Ten Toon! Nu op een scherm in uw scherm in uw scherm! Voor slechts 9.99 euro!

Vermoeien wij u met onze wekelijkse boutades? Is een iteratie een traject van het identieke over tijd of is de tijd een illusie die de iteratie mogelijk maakt?

Welke stad bezetten wij? Wat bedoelt iedereen toch met die fameuze ‘virtuele ruimte’? Wat suist daar toch voortdurend in mijn hoofd?

Wat zetten wij af? Tegen welke dijken? Moet je gek zijn om te creëren? Groeit de machine in de mens of de mens in de machine? Is er iets boven het normale of zit dat eronder? Zijn er hogere bestanden, te bereiken levels waarbinnen het Verlossende Woord als een ‘cheat’ te drijven hangt, enkel voor de correct-geconnecteerden? Is het normale een variabele die door de diverse standjes dient te worden ingevuld?

& Houdt de aarde nog wel van ons?

————

*als het niet ‘juist’ is , wekt het tenminste onrust, krijgt het tenminste iets aan het oscilleren als was het maar een seconde of twee – hier wordt dus wel een poging gedaan om ‘proceduraal’ te werken – u zal ook onmiddellijk begrijpen waarom deze werkwijze kan leiden tot een uitgestelde productie naar het materiële: net zoals uitgeparelde poëtische teksten een consecratie kunnen krijgen in het gedrukte woord, kunnen theoretische discours zoals zij in quasi realtime op het net worden gepresenteerd de noodzaak oproepen naar referentiële publicaties, een ‘afdruk’ in het maatschappelijk relevante. Door geheel die verschuivingen van economische noodzaak /surplus krijg je echter het bijkomende effect dat geheel de activiteit op urgente wijze in vraag gesteld wordt, of om het cru te stellen: het poeltje stroomt leeg en wild spartelen de visjes…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s