ach bach


Wachet auf ruft uns die Stimme

Hier was de straat met de ronkende brommers.
Hier stond het blok met de schurftige kamers.
Hier groeit het grijs uit de spleten & de spelonken.

Je kijkt naar de weelde maar je ziet niet wat je wil.
Je wil wat je ziet maar je ziet niet de weelde.
De weelde vermoeit je verwende geweten.

Het groent in je buik & je wil het niet weten.
Het groeit in je hoofd & je wil het niet voelen.
Het stolt in je leden tot een dodelijk heden.

Badoem badaboem badaboem badoem:
Ik klop op je hart om je lijf te bebloeden.
Boem badaboem badaboem badoem:
Alleen in jezelf kan je stromen naar ’t goede.

dv, 5/10/2008 20:14, herwerking van dit, toen

11 gedachtes over “ach bach

  1. Bourdieu ken ik niet, ik zat op café bij de sloeries te slempen toen iedereen dat las.
    Hoedanook, het probleem met die omstandigheden is dat ze af en toe opdringerig & alles bepalend worden. Op die momenten moet er dus wel ’s een rochel uit.
    Verder dient m.i. de vrije lyriek zich ook in haar ontluisterende functie te laten gelden, en mijn blik zal altijd een blik van onderuit zijn, die afkomst heb ik nu eenmaal & zeker gezien het hypocriete literaire bestel (ik wou schrijven ‘huidige’ maar is het ooit anders geweest?), ben ik daar eigenlijk behoorlijk trots op.
    Maar voor het overige inderdaad: passons.

  2. Er bestaat, als ik het goed begrijp, dus geen 1-op-1-verhouding tussen de onderstroom van het leven, het lyrische, en de maatschappelijke onderstroom, de marge, omdat die laatste geen creatieve bron vertegenwoordigt maar veeleer een schaamlap is (cf de poëzieprijs van de VSB-bank).
    Ik ben het grotendeels eens dat de Nederlandse literatuur een rottend poeltje is, maar er lopen, met jou meegerekend, toch wel drie, vier vijf uitzonderlijk goede dichters in rond. Dat zul je willen beamen. Ik wil me met al die Bourdieu-achtige omstandigheden eigenlijk niet al te veel bezighouden, en het is ook niet zo relevant wanneer het daar toch ook niet om gaat. Daarom verbaast me je opwinding wel wat, hoezeer ik die filippica’s van je ook savoureer. Maar nóg liever lees ik over die jij als ankerplaats van de muze. Laten we die liever eren, dan spugen op al dat slijk dat er al ligt.

  3. bij de joden is het blasfemisch om god te schrijven omdat Hij en Zijn Naam niet tepas en te onpas mogen gebruikt worden. Mijn gebruik herhaalt het gebruik van de asteriks daar uit respect voor de andere overtuiging maar inderdaad ook omdat de afwezigheid in mijn optiek een positieve afwezigheid is, er is ook niks zo krachtig denkbaar als discours dan het necrologische g*dsdiscours, natuurlijk ook al omdat heel de rammelkast van de westerse beschaving zoals die tot ons komt met goddelijke haken en ogen aan mekaar hangt.

    De jij is de ankerplaats van het muze-complex in mijn werk. Daarover alleen al kan je wel enkele boekjes vullen, sta mij toe dat ik daar nu niet zelf aan begin, ik lig er net weer aardig mee overhoop.

    Niet : poëzie als de innerlijke motor, poëzie in de enge zin, de verzameling dode en levende dichtertjes met hun rafelige aanhang, nee dat is een symptomatisch randverschijnsel.
    Wel: lyriek, de lyrische stroom als innerlijke motor, dat is veel véel omvattender en fundamenteler dan de verstollende vertakkingen in het glanzende snuivende witgeile boekjesland. De creatieve onderstroom is die van het genegeerde leven zelf & om de analyze te maken hoe creatieve personen daarmee omgaan moet je om te beginnen heel de ik-cultus al op de helling zetten & het creatieve proces als een dans durven zien op & rond de “Crack” van het reële, de voortschrijdende Barst in de algehele verstarring, de schijnbaar ondoordringbare laag gestolde slijm die wij onze welvaartmaatschappij noemen. De stabiliteit die die stollings-capsule biedt is de schijnzekerheid van Fortis, als het Ware zich roert petst dat aan diggelen als een laagje contactlijm op je vel.

    Sukkels zoals wij worden door hun oversensibiliteit gedwongen tot dagelijks contact met die onderstroom, dat heeft met de marge niks te maken, de marginaliteit is een uitvloeisel van de onmogelijkheid om de aangereikte constructies als reëel te ervaren. Je leeft in een constante kortsluiting met het Echte, je gebruikt dan allicht alles wat in je bereik ligt aan verdoving om toch maar mee te mogen spelen maar echt lukken doet dat nooit. Eigenlijk is het zo’n blue en red pill situatie als in de Matrix, met dit verschil dat je met een reeds gemaakte keuze geboren wordt en dat je in plaats van een droom van een training bij Vader Morpheus als jong volwassene een stamp onder je achterste krijgt met de boodschap ‘red je maar met jouw soort kunnen we hier niks’.

    Dat betekent ook dat je de zaken niet moet omdraaien: de marge is geen voorwaarde voor contact met het Echte, TS Eliot was een vrij succesvol zakenman en zo zijn er nog een pak voorbeelden, terwijl de marge zelf volloopt met grut van allerlei slag waar je met de beste wil van de wereld niks positiefs over kan zeggen.

    Waar het wél omgaat is dat de maatschappij in haar geheel een affordabiliteit blijft vertonen (een begrip van Gibson) voor het creatieve werk dat zo naar haar wordt doorgesluisd ( SLUIS, o ja, idd) via kanalen die niet door haar worden gedicteerd, want het dictaat ( de goede bedoelingen de culturele centra, de subsidiecultuur, het opvrijen van het creatieve door commerciële instanties die dat nodig hebben als statussymbool in de verkoop ( de boekhandel) of als publieke gewetenssusser bij de wapenhandel en de gewetenloze exploitatie (de banken). Die affordabiliteit staat momenteel onder erg grote druk en dat gaat er gezien de financiële en metereologische crises niet op beteren.

    Het gaat dus allesbehalve over dat kleine rottende poeltje dat de Nederlandse literatuur is, wat dat betreft maak ik mij niet de minste illusie, eigenlijk is dat vijvertje allang opgedroogd maar uit nostalgie wordt daar soms nog ’s een emmertje brak water in leeg gekieperd en dan kan men weer een uurtje of wat slijk gooien naar de hoogst opwippende lijkjes, de Grote Sexy Slijk Show, maar effen maar, voordat er een vette aal die allang naar de lectuur- en amusementsriool was vertrokken al het eetbare komt ophappen.

  4. Je begreep natuurlijk al dat ik met afmaken opriep tot voortzetten: dank, – zo ik er iets van kan zeggen dan in ieder geval dat het onmiskenbaar jouw ‘code’ is hier, die ik lees.
    Ik zou toch nog graag wat meer willen weten over de status van die jij – of is dat ‘gewoon’ de ‘Ander’, object, wet, orde, fallus, toren van Pisa?
    Wat zullen we aanbidden als alles stroomt en vloeit, voorbijgaat – als er geen objecten meer zijn om onze aandacht op te concentreren? En is het ontbreken van een vaste, klinkende kern de reden dat je g*d schrijft?
    Poëzie als de innerlijke motor van de samenleving – meen je dat echt? Is ze niet alleen jouw (en mijn) motor? Ik doe er niet cynisch, ik wil er graag in geloven: de marge als voorwaarde voor het grote graaien en slempen.

    in den beginne was het gat
    en het gat was bij god…

  5. what is left unfinished cannot be undone

    dat was het motto van een werkje van mij uit 2001, denk ik, iets met sinaasappelen.Maar goed: ik zal de rest van deze samenzang (cantate) effen afmaken. Gelieve tijdens het lezen het openingsthema van de BWV140 in het achterhoofd te houden, dat helpt als je over de taal- en denkfouten heen moet.

    Zeker, Lacan is relevant, hoewel ik daar enkel onrechtstreeks kennis van heb, dus aan het leggen van concrete verbanden waag ik mij niet.

    De Kathedraal is in vele opzichten een poging om bewegingen die in essentie religieus en zelfs mystiek van aard zijn te herschrijven/hercoderen/updaten van hun finaliteit naar een apotheose naar een radicale openheid, een vitaal verdergaan zonder meer. In die zin is het opgevat als een wapen, een motie, een revolte tegen de reïficatie die eigen is aan elk humaan verlangen, een drang naar verdingelijking die al de menselijke verwezenlijkingen mogelijk maakt maar die ook onze desastreuze rit naar de ondergang bewerkstelligt.

    Het geheel is een mock-up van wat je zou kunnen doen werken, dus het staat sowieso al in paranthese. Maar goed, het enige wat nodig is om het te doen werken is eigenlijk brute power, een slurf van het kapitale Thing dat je ergens aansluit.

    De garbage van de kunst, die grotendeels zoniet geheel is gerecupereerd door de veel efficiëntere glijbanen van het Kapitaal wordt in een nostalgische recursieve beweging misbruikt om een dynamiek te initiëren die neerkomt op een vortex (cfr voortekst -broncode) een autonome spiraal van de Vrije Lyriek die de energieën van de kapitale stromen ombuigt door ze op paradoxale manier te transformeren: de negatieve energie, de doodsdrift inherent aan de kapitale groei, de grote slijnmstroom van de globale media worden geperforeerd door virale wormen, stukjes attractieve code die op de schermen een realiteit spiegelen die er niet is (Second Life), maar door de opgeroepen afwezigheid een verlangen creëren bij de toeschouwer/lezer/decoder die haar aanzet om in het reële leven de opgeroepen beweging verder te zetten.

    De transcoderingsmechanismen die op evidente wijze aan het werk zijn, de commerciële logica die via de alomtegenwoordige object-georiënteerde coderingspraktijk wordt getranscodeerd tot in de meest intieme plooien van de menselijke samenleving, tot het customizen, tweaken en desnoods erasen van het Ego zelf worden, die mechanismen worden aldus opgevangen in een soort zwart gat, een singulariteit die eigenlijk een multipliciteit is, maar die vanuit de reïficatiedwang enkel als bedreigend object kan worden waargenomen. De Kathedraal is in die zin de waarnemingshorizon van het objectmatige, fixatieve denken. Een onuitputtelijke bron van ergernis voor de meeste mensen veronderstel ik.

    De onvatbaarheid, de innerlijke tegenspraak, de inconsistenties, het populistische geëmmer en het hoog-theoretisch drammen sans cesse worden daarom ook gecultiveerd als glijwanden naar de ombuigingskern, een kern die dus eigenlijk geen kern is maar een poort, een poort naar het Buitentijdelijke, daar waar de productiewetten vervallen vanwege de onmogelijkheid (en ook de absolute onwenselijkheid van een fixatie, een arrest, een reproduceerbaar moment – iets dat sowieso een humane fictie is, zelfs de mathesis ontsnapt daar niet aan, 1+1 is nooit 2 op hetzelfde moment.) om te produceren omdat de productie nou net het draagvlek is dat de kathedraalse creatieve worm doorboort. Ik verwijs hier uitdrukkelijk naar de Poromechanica van Lovecraft zoals beschreven door Negerestani in het boek CYCLONOPEDIA, een schitterend werk dat ik nu aan het lezen ben.

    Het Buitentijdelijke is ook de ruimte die door het machinale in haar huidige autopoëtische proliferatie wordt als bereikbaar Daar gesteld (zie Definietsels) : het Veld is schijnbaar waarneembaar, maar de menselijke waarneming is van nature een geheel miserabele analogie, een vergelijkbaar aanvoelen waarvan de tertio comparationis een absolute afwezigheid is die vroeger, voor het allemaal zo ‘duidelijk’ werd, wel ’s samenviel met g*d. Scholastieke godsbewijzen kan je in zekere zin dan ook lezen als GUI’s voor het Buitentijdelijke, ze werkten ook effectief voor de ‘gebruikers’ toen, ze waren m.a.w. adequaat.

    Wat voorheen adequaat was is het nu niet meer. Wat we nu nodig hebben is een interface die ons wegleidt, ombuigt van de alsmaar versnellende verglijding naar de ondergang. Daartoe is onderzoek nodig, het soort ‘Philosophical Research and Development’ waarvan bv het Britse Collapse een voorbeeld is. Hoe marginaal ook, filosofie en de ‘vrije kunsten’ met de praktijk van de lyrieke programmatie op kop, vormen de innerlijke motor van de samenleving, als die stilvalt is het sowieso gedaan, dan is het de lovecraft-horror inclusief het achteloze einde vlugger hier dan we pap kunnen zeggen. De Lyriek is de onzichtbare Golfstroom van het humane klimaat.

    Maar ook de toepassingsgerichte praktijk is van, euh, kapitaal belang.
    Virale verspreiding van de klassen en de methoden van de Vrije Lyriek, inclusief een reactivatie van aloude mystieke taalbewegingen, hedendaagse patches van methodes voor de dissolutie van het Ik, het recupereren en ophoesten van Modernistische en Situationistische dereguleringsprogramma’s, subversieve exploitatie van de Globale nood aan sentimentendrab, eender wat, als het maar werkt…

    Als het werkt wordt er inderdaad een spanning opgebouwd met een jij, maar die vertrekt/emaneert niet vanuit een ik met diezelfde status. De auteur is een nederige codeur in dienst van de Lyriek die vaak het programmatorische ik moet voeden met eigen slijm, bloed & zweet, het auctoriële beestje staat ook onder constante druk van de recuperatiemechanismen van de alles encapsulerende zuignappen van het Kapitale monstrosum, en bovendien krijgt je als schrijverken alleen maar op uw dak & zijt ge in uw directe sociale omgeving eerder de pispaal, de mislukte zot dan dat ge er enig aanzien voor krijgt, maar ge zijt nu eenmaal zelf een besmette luis, ge kruipt waar ge niet meer gaan of springen kunt, zelfs al krijgt gedan nog stampen op uw smekende handen, want het is op dat moment dáár, de enige weg die nog openstaat.

    Een beetje slimmere zot laat het zover niet komen natuurlijk, want aan de eigen ondergang heeft niemand wat, want wie zal het weten, zelfs maar…

  6. Hallo Dirk,
    Zit ik er erg ver naast als ik gedicht en uitleg in verband breng met Lacan? Het verlangen dat ontstaat uit iets dat prijsgegeven moest worden om überhaupt ik en jij te doen ontstaan? En is ook de kathedraal zelf niet een uitdrukking van de behoefte om in die ontstane symbolische orde een blijvende herinnering te te vestigen aan dat verloren object van verlangen? Een apotheose? En, ten slotte, is het maken van (sterre)beelden niet bij uitstek een religieuze onderneming?
    Ik denk niet dat je dit volmondig zult beamen, en ik vermoed dat dat te maken heeft met de ‘jij’ die dit plannetje allicht, naar het zich laat aanzien, doorkruist. Maar: zonder ‘jij’ geen kathedraal – toch het resultaat van een gezamenlijke inspanning – geen cultuur, geen ‘ik’, geen gedicht. Kom, help nog even, maak het af als je wilt…

  7. Oei, ah, bon, ‘k zal ’s proberen. tga ni schoon zijn.

    Allereerst is het (hier) iets dat rijmt op ‘bebloeden’ ik bedoel het maakt deel uit van de poëtische code van dit gedicht en je kan er dus niet op een zelfde wijze mee omgaan als een term in een filosofisch of ethisch betoog.

    Je kan veronderstellen dat het wel naar dergelijke betogen verwijst en dan vervolgens waar mijn begrip van het goede zich daarbinnen ergens ophoudt. Je moet daarbij beseffen dat het ‘ik’ in mijn gedichten niet (wil) samenval(len)t met wat ik als persoon ben, zelfs al lijkt het daar vaak verdacht veel op, en ik ga ook niet ontkennen dat ik soms een verloop van emoties in de realiteit gebruik als input om een analoge beweging in een tekstueel kader te ontketenen, maar het één _is_ nooit het ander & als het erop lijkt is het toch altijd geheel anders. Als er ergens ‘ik’ in mijn gedichten staat, heeft dat met mij als persoon dus niet noodzakelijk iets te maken, en de overtuigingen of ideeën die door zo’n ik worden geventileerd al helemaal niet. Mijn verhouding tot mijn teksten is dus principieel afstandelijk: het zijn bewegingen die ik gecodeerd heb, c’est tout.

    Als er dan een ‘ik’ metaforische acties onderneemt om de buitenwereld richting het ‘goede’ te drijven, dan zijn de vragen die je stelt eigenlijk niet aan de orde. Een ethisch tractaat in versvorm is iets dat ik eigenlijk wel graag ’s zou doen, maar dit is echt gewoon maar een stukje autonome lyriek.

    Wat je je wel kan afvragen hangt samen met hoe de jij-figuur gebruikt wordt: dat is eigenlijk een leegte die door de ik-figuur binnenin de tekstuele ruimte wordt opgespannen en waarmee de lezer zich gedeeltelijk kan identificeren of waartegen zij haar zelfbeeld eventueel kan afzetten, dus op een negatieve manier constitueren.
    Wat je je kan afvragen is dan hoe die beweging, veroorzaakt door het lezen van de poétische code ( het gedicht) bij jou als lezer de noodzaak doet ontstaan om het ‘goede’, een geheel fictief object, toch inhoud te geven. In neo-kathedraalse termen: de code opent de zijnspoort van het Goede. Het goede is dan een afwezigheid bij jou, in jezelf en die afwezigheid maakt het creëren van een betekenisvol verschil mogelijk (differentie). En dan zijn we bijna waar het gedicht naartoe wil.

    Want in de eerste strofen worden er enkele richtingen geopend waarnaar het stromen richting de (abstracte) poort van het goede zouden kunnen gaan. Er is de nostalgie om het ‘goede’ dat verdwenen is, dus binnen het afgesloten verleden is het goede wel bereikbaar maar daar stemt het enkel tot treurnis (recursieve definitie via een verwijzing naar het verleden – recursie is hét programmatische bouwprincipe van de Kathedraal).
    Er wordt gewezen op een reële en tegenwoordige weelde die niet als weelde wordt ervaren terwijl er een overdaad aan verlangen enkel een negatieve respons veroorzaakt bij de jij-figuur.
    De obstinate afwijzing van het leven leidt er uiteindelijk toe dat de weelde in het reële heden verstold tot een ‘dodelijk heden’: de volgehouden afwijzing wordt autonoom en neemt de jij het initiatief uit handen. Uiteindelijk zit de jij gevangen in een als verstikkend ervaren cocon, het lijf dat bloedeloos wordt en verstart.

    Daarop zet de ik-figuur zijn ritme in dat rechtstreeks verwijst naar de ritmische aanhef van de Bach-kantate : http://en.wikipedia.org/wiki/Wachet_auf,_ruft_uns_die_Stimme
    Is het daarom een religieus gedicht? allerminst ( er komt geen g*d aan te pas) . Worden religieuze interpretaties uitgesloten? waarom zou ik? Het gaat louter om het uitbreiden van een bestaande constellatie met de lyrische code die een poging doet de poort van het Goede efkens open te houden. Wat daardoor passeert, moet er vanuit mijn standpunt, dat van de poëtisch codeur, dóórkunnen, want anders is het een slecht gedicht.

    Maar voor het overige zijn dat – letterlijk- mijn zaken niet.

  8. Maar wat is ‘het goede’. Is het een ‘iets’ binnen in jezelf? Of vormt het zich in een gemeenschap? Of is het eerder iets wat je zelf bepaalt door er woorden voor te vinden?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.