Dijkbreuk


We zitten hier wel wat lager te priegelen, maar ik wou toch ook wel effie reageren op heel dat NRC gedoe naar aanleiding dus van dit artikel. De hoeveelheid nonsens die er middels de geschreven pers deze onderwereld bereikt, neemt ondertussen dermate grote proporties aan dat het ook voor mij niet meer te harden is. Breukers schrijft een open brief, dit is wat mij betreft een op openbarsten staande zweer, waar ik volgaarne het mes in plof.

~

Ik zat dus met toenemende hoofdpijn  wat te kribbelen in het reactieboxje op de Contrabas, maar dat werd al gauw te eng dus doe ik het hier maar verder.  Mijn vrouw en kinders zitten ondertussen beneden rond een inderhaast opgetrokken kerstinstallatie angstig te bidden dat het moge overgaan, dat er alsnog ruimte zal zijn voor een vredevolle stemming met Liefde voor de Medemens in Al Haar Gedaantes, Hoe Dom Ook .

Wat   Hanz Mirck daar suggereerde, daar haakte ik op in, aanvankelijk, om dan hopelijk naar de kern van de zaak af te dalen.

Het probleem zit ‘m m.i. immers niet bij literaire tijdschriften die niet op een serieuze manier aan literatuur willen doen, het is misschien eerder heel de literaire wereld die zich verder en verder in een inwaartse spiraal wegdraait van de werkelijkheid. Het niet willen zien van wat er op internet gebeurt, is daar maar een symptoom van, daar krijgen we nu (eindelijk) de eerste hulpmiddeltjes tegen. Maar aan een hoopgevende heroriëntering van de literaire praktijk zijn we nog lang niet toe.

Laat me dus maar weer  effie wat raaskallen daarover, misschien komt er ergens wel wat reactie op dat ergens toe leidt, dat mij corrigeert ook. Ik blijf immers hopen dat ik de zaken helemaal fout zie, want dat kan eigenlijk alleen maar goed nieuws zijn, dat merk je zo wel.

~

De teneur in de verwoede pogingen van diverse dichters om aan glans en vooral publiek te winnen,  is er  helaas nog altijd  één die  vertrekt van een exploitatie-model waar alleen plaats is voor de ‘beste’, lees:  wat de markt het beste slikt.
Je zou van mensen die zichzelf intellectueel noemen kunnen verwachten dat men dat onderhand wel door heeft, dat het onmogelijk zo verder kán, dat die spiraal sowieso doodloopt,  & dat je na aftrek van het literaire gebaar van blote dingen op je cover alleen maar blote dingen overhoudt. En dat op een moment dat het elders, in de échte wereld op onmiskenbare  en soortgelijke wijze doodloopt. Maar  nee dus, ook deze tragedie blijft ons blijkbaar niet bespaard.

Na het post-modernisme kwam als een vanzelfsprekende opvolger het jazeker-maar-sorry-want-me-neus-bloedt.

Wat deze affaire betreft (ik las het ding pas daarnet : een krantenartikel plegen over poëzie op internet en er dan in slagen om De Contrabas zelfs niet te noemen is euh, gewoon affreus, dus ik noem het maar een affaire) : je moet het probleem dus niet bij de tijdschriften ( die worden toch enkel gelezen door andere auteurs of/en ze worden, grotendeels ongelezen, gesleten aan de instellingen), maar wél bij die kranten gaan zoeken, en dan met name bij de manier waarop er daar, zeker qua cultuur, met objectiviteit wordt omgesprongen.

Seffens die kranten maar eerst nog dit, over dat fameuze artikel zelf. Die madame schrijft daar zonder blikken of blozen in koeien van letters dat er ‘Ook voor gevestigde dichters zijn er nauwelijks mogelijkheden zichtbaar te worden op het internet’. Alsjeblief. Hoog & Droge Torenzitter Van Bastelaere zou het vanuit de badkamers van zijn failliet Hotel écht niet beter kunnen.

Een gevestigd auteur is natuurlijk veel en veel dommer dan al die miljoenen bloggers, die kan dat helemaal niet, zo’n blogje beginnen. Enkel een oen als Komrij slaagt daar in. Of  zo’n ouwe hippie als Vinkenoog. Of, for that matter ( excuus voor het Engels, waarde  landgenoten, het gaat hier richting Ollanders, dan doe je dat zo) eender welke ‘gevestigde’ auteur uit het lijstje links hiernaast.

Het zijn er weinigen, helaas. Het worden er dagelijks meer, gelukkig. Maar als je beweert dat ze die mogelijkheid niet hebben verdien je gewoon een pak op je blote billen  (darn, seffens heeft ze dat nog graag) (sjonge, & zegge dat  Chrétien daar nog brieven naar schrijft).

De waarheid, mevrouw Yra Van Dijk, is dat die fameuze gevestigde dichters  van u gewoon NIET WILLEN op internet aanwezig zijn, dat ze daar als de pest bang voor zijn, dat ze vrezen vergeleken te worden met – o horror-  eender welke sterveling, dat ze hun laatste restantje zorgvuldig gemarket aura gaan kwijtspelen zo.

Want, mevrouw Yra Van Dijk, je mag ook niet vergeten, het is hier net zo als bij de opkomst van de talkies in de cinema: als je niet kan schrijven ga je hier onherroepelijk voor de bijl. Then ( excuus,  weerom) they will be on to you! Dan heb je het vlaggen (dat begrijpen ze daarboven  dan weer niet meer)! Dan kan je het wel schudden (hm, een twijfelgeval)!

& Waarde mevrouw, voor ik het vergeet: het is hier in het levende gewoel van de lopende code, ook zo dat je je niet kan verschuilen achter liefderijk weggemoffelde overschotten van met veel gebral aangekondigde bundels waar niemand, soms zelfs de familie van de dichter niet meer,  want ook die worden dat beu, na al die jaren, waar niemand dus enig exemplaar van zou willen, zelfs niet als je het gratis aanbiedt.

Mevrouw, ik wou dat eigenlijk nooit zeggen, maar het is zelfs zo dat ik al herhaaldelijk van mij totaal wildvreemde mensen prachtig uitgegeven gedichtenbundels van ‘gevestigde auteurs’ toegestopt krijg, welja,  ze geven die mij, gratis, gewoon omdat ze weten dat ik daarmee begaan ben (een stijgend aantal mensen ként mij gewoon in die hoedanigheid, ik weet ook niet hoe dat komt want in jullie kranten  kom ik echt nooit, maar soit),  zij zeggen mij dan, die mensen dus ,  dat zij er niks aan hebben, maar zo gewoon weggooien dat kan je toch ook niet maken, dus, begrijp je?

Misschien, Mylady  o’ Dike,  Ma’m,  kan u dan enigszins de baarlijke angst begrijpen, de volslagen paniek waarin sommige dichters terecht komen als zij zelfs maar effen moeten fantaseren dat er zoiets als een teller, laat staan publiekelijk raadpleegbare statistieken zouden bestaan omtrent het aantal keer dat hun gevestigde gedichten worden gelezen, en dit naast de euh niet-gevestigde kladjes van de gewone,  met een armtierig blogje behebte sterveling?

Iemand die dus geen werkende schrijfpraktijk heeft, die begint daar niet aan. Die zit goed, gevestigd & al, die heeft daar geen boodschap aan. Die moet seffens bij collega X & Y op de koffie & daarna met recensent Z op café en dan nog effie langs bij jeweetwel. Die gaat veel & véél  liever naar een TV-show, want daar moet ge niet schrijven, alleen maar jong en schoon zijn en een beetje brutaal uit de hoek komen. Het excuus is dan dat ze ‘van al dat computergedoe niks begrijpen’ en ‘ik ben een schrijver, geen informaticus‘. Terwijl ze in het zicht van de deadline natuurlijk niks anders doen dan met hun modieuze Macs het net afschuimen naar nog niet vertaald ‘spul’ dat aan dat rotding  van hen nog tijdig  een verkoopbare draai kan geven.

Mevrouw Yra Van Dijk, over die onoverbrugbare moeilijkheid van de informatiecultuur, over dat fameuze digital writing: ik heb hem weliswaar  effie moeten helpen, maar zelfs nonkel Didi kan een blog runnen. Mijn dochter Annelien (11) kan het (maar ze wil niet, dat wordt een échte). Ik zou het mijn zoon Toon (8) kunnen aanleren op één dag.

De gevestigde dichter (m/v)  kan op internet nergens terecht omdat zij een gevestigde dichter (m/v)  is. Dat dicht niet om te dichten, dat doet het om gevestigd dichter te zijn. En ik, mevrouw Yra Van Dijk, helemaal dankzij u en uw verheffend schrijfsel in uw stichtend ochtenblad,  ik ben dat gedoe van die gevestigde dichters vanaf vandaag 20/12/2008 om 19u31 gewoon stikbeu.

Mevrouw Yra van Dijk, uw kortstondige bemoeienis met de Nederlandse Literatuur zal niet vergeefs zijn geweest.

Het is , lieve vrienden van het gedrukte gedicht, u hoort het goed, gedaan.
Het was leuk, heel die tijd,  maar de pret is er af. Ik zeg hierbij eenzijdig de zorgvuldig bewaarde vrede op.

Vanaf nu, maintenant, tout de suite, heute godverdomme is iedereen die zijn nek en vooral zijn schrijvende hand hier via een blog of een forum of wat dan ook ( de middelen daartoe zijn legio, mevrouw Van Dijk) NIET laat zien en de moeite die wij ons hier dagelijks getroostenNIET wenst naar waarde te schatten, voor mijn part gewoon gevestigde dichter áf, die mag wat mij betreft op de VRT en op de Hollandse buis in zijn blote flikker gaan staan dansen,  die mag boekskens verkopen in getale die zelfs Den Heer Zelve niet zijn gegund, chère Madame De Digue,  die doet vanaf nu  voor mij als serieuze literator gewoon niet meer mee.


~

Soit. Maar hoe is het in godsnaam mogelijk dat dergelijke nonsens in een krant getolereerd wordt, hoe kan het dat met gezette tijden soortgelijk gewauwel de pagina’s van Knack ontsiert, of standhoudt tussen de allengs agressievere advertenties in de literaire bijlagen van De Standaard of De Morgen? Dáár moet toch iets zinnigs op te verzinnen  zijn. We hebben in het aanschijn van dergelijke ondoorgrondelijkheid & in afwezigheid van de Heer, medunkt recht op een verklaring hiervoor.

Here goes (tja, kinders, nogmaals:  het is gewoon een tongval, méér hoef je er niet achter te  zoeken):

Cultuur is voor een krant niet meer of niet minder dan merchandise, die is onderhevig aan de deals die men heeft met productiehuizen die hen van veelkleurige bijlagen, kortingen en dvd’s voorzien, een markt die zich overigens  in een snel tempo aan het opbranden is.

Dus daar kom je enkel in als je de krant wat te bieden hebt, als je bij de agenda-leveranciers opduikt en anders besta je niet of je moet zo onmiskenbaar groot zijn dat het slechte reclame voor de krant zelf wordt om je niet te gebruiken, als je niet als item aanwezig bent, want dan hoor je eigenlijk bij wat in de perceptie het ‘nieuws’ is. In dat laatste geval vormt de mediavorming rond je persoon dan weer een mini-marktje op zich waar een krant zich als afnemer van jou pakket gaat gedragen.Als auteur zit je dan allicht samen in een pakketje met de gespotte borst van Britney Spears ofzo.

In ieder geval gaat het daar dan in de eerste plaats om lectuur, entertainment, desnoods nog het betere vertaalde romanwerk of een enkel schandaalboekje. De prestige-objecten van de literatuur dienen daarbij enkel nog als spiegels om de glans van intellectuele waarde tot bij verkoopbare producten te krijgen, de eenheidsworst die zich ‘gedraagt’, t.t.z. het voetvolk dat hun boekjes tijdig levert, geschreven volgens de regels van de Kunst.

Literatuuronderwijs wordt dan voortaan in, euh, vakscholen gegeven, de uitgeverijen organiseren die ‘workshops’ al zelf, nog effie en we hebben echte bestsellersweatshops.

In dat soort landschap zal, vermoed ik, die mevrouw van Dijk toch nog wel een blamage krijgen, want het hele stuk is voor iedereen zo’n evidente miskleun dat het de krant zelf in diskrediet brengt. Men mag als journalistieke mier de redactionele deniability niet in het gedrang brengen. Dat levert immers een al te zichtbaar bewijs van het zo negatieve plaatje dat ik hierboven schetste. Enfin,  ik hoop nog altijd dat het te negatief is, ik wil zo nodig ook ergens wat anders kunnen zien, maar het lukt me echt niet meer.

Je kan hopen dat deze plotse opleving van de aandacht voor het literaire gebeuren op internet een tegenbeweging op gang zet die ook een positieve invloed op de krantenredacties zou hebben, maar eerlijk gezegd heb ik daar weinig vertrouwen in.

Zeker met die ontzaglijke crisis voor de deur, met de bezuinigingsmaatregelen die nu al massaal gebeuren ( bij ons staat half De Morgen al op straat) is het eerder zo dat de globale economische crisis gepaard zal gaan met een gigantische crisis van de geschreven  pers als kanaal voor de vrije meningsuiting. Je kan dat op vanzelfsprekende wijze aflezen aan de stijgende discrepantie tussen de headlines van  De Standaard en die van Indymedia ( zie RSS feeds in de zijbalk). Uiteraard zijn ook de berichten en de voorkeuren van Indymedia zelf gekleurd, en vaak, helaas, op al te negatieve wijze, maar  de discrepantie is van die orde dat het te duidelijk wordt.

Dat heb je met de dingen dezer dagen. Re het klimaat ook al. Alles wordt té duidelijk.
Je begint die duidelijkheid te háten. Je krijgt er de uitgerafelde  zakken van je perceptie niet meer rond.

Hoe dan ook is het m.i. zo dat je wat de kranten betreft misschien beter alle hoop op een betrouwbare berichtgeving over poëzie laat varen, een literaire redactie zoals we dat vroeger kenden (als verlengstuk van een literair establishment), dat bestaat gewoon niet meer en ik zie niet in hoe dat daar vlug nog verandering in kan komen.

~

Mocht iemand zich afvragen, tweede en enigszins heikel ( heikel omdat ik niet graag negatief doe over een evidente knuffel als Bruinja én omdat ik hier van mening moet verschillen met de redactie van De Contrabas)  punt op deze agenda,  waarom ik dan niet hoog enthousiast meeloop met iemand als Bruinja die het gebeuren op internet tenminste wél serieus neemt, dan moet je weten dat dat gewoon is omdat het vanuit zijn houding evident is dat ie al die commerciële refleksen (jong? onnadenkend?) wil doorvertalen naar dit terrein.

En sorry mocht dat pretentieus klinken:  ik ervaar dat een beetje als een vijandig overnamebod, want voor mij dien je hier tot nader order eerst je praktijk op te bouwen, te groeien, je waarde te bewijzen, net dat wat de Contrabas al sinds jaar en dag doet. Dan mág je het mij, nee: ons, allemaal komen uitleggen, dan luisteren we graag.

Maar wat ik zie en  lees van Bruinja  wil mij  doen geloven dat er dus een reële schaarste aan ‘gedichten’ zou zijn  (zijn gedichten dan nog wel),  dat je die (dus) middels een eenmalige en kortstondige actie op die manier moet marketen (omdat je dan voldoet aan een maatschappelijk gebrek? ) , dat je dan ook maar vlug-vlug een blog dient open te doen want nu moet je die verkiezing toch wel binnenhalen, want de markt ligt open, en hier zijn de oplossingen voor de poëzie, en bij uitbreiding welja, enfin,  dat soort flauwekul.

Al even grote flauwekul als dat het eerste keer zou zijn dat ‘iemand met enige naam zoiets doet’ dixit Papieren Man die net zo goed, maar dan vanuit een obsessieve nostalgie (“dan slapen we gewoon nog een uurtje minder”, dat soort ijzervreterij in dienst van De Cultuur)  het krantenpakketje dat hij beheert wil doorvertalen naar internet (hij doet dat overigens uitstekend en tot ieders tevredenheid, maar AJB, alsjeblief &  als het enigszins kan:  je moet toch wat verder durven kijken en dan zie je dat dat een (effectief nostalgische) uitbesteding is in de aanloop of in het verlengde naar een systematische afstoot van heel het literaire pakket. Als je die zwanezang niet opent naar het levende, dan help je gewoon het afsterven te bespoedigen, en dan doe je net wat je absoluut niet wil. Maar het blijft kwaliteit ( vervelend toch, al die nuances).

Het heeft weinig zin  – terug naar de aspirant-moederlanddichter – om je dan met je opgefokte ‘primeur’ te gaan spiegelen aan rocksterren, want de muziek van die mensen heeft (had) op dat moment wél een echte economische waarde, & die deden dat om hun street credibility (nee kinders, dit, dat móet gewoon zo, dat hèbben we niet,  sorry) te verzilveren op een moment dat het nog niet te laat was.

Bruinja draait een beetje te fel met zijn klokkenspel: je moet eerst wachten tot je boekjes entertainment lopen, en dan binnen dit en een dik jaar heb je die e-ink toestand, dan zit je met een vergelijkbare situatie in boekjesland , want dan is er geen boek nog ‘veilig’, vergelijkbaar dus met wat er nu piraatgewijs in cd- en dvd-land gebeurt.

En van piraterij, lieve Tsead,  spreek je overigens  alleen als en alleen dan er iemand financieel voordeel poogt te halen uit het verspreiden van  illegale kopieën van je werk. Ik wil je dat ook niet kwalijk nemen maar ik moet het zeggen omdat het mij duidelijk maakt dat je niet echt méé bent wat deze toestand aangaat. Ik snap dat, het is dan ook allemaal vrij nieuw voor je.

Wij,  mensen van de Open Source beweging, zie je,  wij beschouwen het, euh, eigenlijk als een ondersteuning als er iemand je digitale bestanden mee helpt verspreiden.  Ik zag ook niks staan in je pdf dat daarmede in tegenspraak was, dus ik ging er eigenlijk van uit dat je dat wel graag zou hebben. Wij weten namelijk al effie dat de ware economische waarde in het proces zit, in hoe dat we de dingen doen en blijven doen, in de aldus opgebouwde expertise en niet in het gegenereerde afval, zijnde onze productie die wij niet als een finaal te bereiken stadium beschouwen maar als output die meteen  ( à la fois zou Derrida zeggen) voor ons of voor anderen nieuwe input is.

Lees het anders nog ‘s.

Vroeger- ik zal het maar zeggen, voor men mij hierin van digitale vakidiotie beschuldigt (het zou niet de eerste keer zijn), van een bevuiling van de literaire traditie met hoog-technologisch gezwam – vroeger, toen literatuur nog een vak was, noemde men die in de dagelijkse praktijk opgebouwde expertise ook wel ’s ‘meesterschap’.

Nee, je wint daar geen titels mee, heden ten dage. Integendeel, eigenlijk, helaas.  & Ja, ik durf dat te zeggen, zelfs al impliceert dat uitspraken over mijn eigen werk die ik absoluut niet wil doen, want mijn geloof in de bereikbaarheid van een ambachtelijkheid gaat samen met mijn trouw aan een renaissancistisch bescheidenheidsideaal.

Absoluut niet wou doen.  Desalniettemin. Want ik ben het inderdaad een beetje beu op dit moment. Er zijn afgelopen jaar in mijn gezinssituatie ook dingen gebeurd, dingen waar ik het verder niet wil over hebben, maar het zijn ernstige dingen  en het zijn dingen die een rechtstreeks gevolg waren van het soort hypocrisie waar ik nu  met dat artikel van mevrouw Yra De Dijk in één slag genoeg van heb. Ik slik het niet meer. Noem het een dijkbreuk.

~

Overigens, ik heb ook allerminst iets tegen de versmelting van literatuur met popmuziek, ik vind Bob Dylan ook een ‘literaire’ grootheid, maar het laatste wat ik van een dichter hebben moet, is dat ie zichzelf gaat marketen als een idool. Ik word daar eigenlijk nog altijd vrij misselijk van.

& Dan nog Bruinja is natuurlijk veruit de beste keuze als het over dat malle DIDEVA gedoe gaat. & Zijn gedichten zijn ook al heel erg goed, dat hele Angelding is vreselijk mooi.

Men heeft mij geleerd, dat merk je, dat je elk betoog altijd positief dient te beeindigen. Er is dan ook niks verloren. We hebben volgende week nog drie volle dagen de tijd om de kerstaankooprecords van verleden jaar naar de tabellen te verwijzen.

Weg met dien lozen Afrikaan! Spendeer uw zuur verdiende centen aan Uzelf en Uw Geliefden. Gooi het weer massaal de Balken over. Het Einde is in Zicht! Doen!


Een gedachte over “Dijkbreuk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.