ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

gignogram ‘verwelken’


gignogram_verwelken

‘gignogram verwelken
dv 2017, ink & water color on paper A5

gignomenologische noten

  • het eigenlijke verwelkingstraject begint vanaf de doodsvernauwing die in feite een ultieme bloeiopstoot is
  • de leefweerstand of doodsaversie en de simultane verwelkingsescalatie zorgt voor een onhoudbare trajectspanning die dan ook tot trajectdesintegratie (overwerpontbinding) leidt: er ontstaan divergerende trajecten die enkel middels  objectontbinding kunnen worden opgelost
  • in de uitwaai van het rot (bovenaan het gignogram) kunnen rottingswervels optreden: men vermoed dat deze ontstaan door subatomaire attractiepolen, ‘materiële’ bloeirestanten in de rotuitwaai. Bewegingspuristen evenwel verwerpen deze hypothese en beschouwen het als een ontoelaatbaar binnensmokkelen van ontologische materiedwang duidend op  een Platoonse grotneurose en schrijven dan poeptewameerylpillekens voor…

Etymologische info

verwelken (verflensen)

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch (incl. Supplement uit 2007)

verwelk ww.
Verdor, verlep.
Uit Ndl. verwelken (al Mnl.), ’n afleiding met ver- van welken, met lg. van welk (Mnl. welc) ‘slap’. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm ferwelk.
D. verwelken.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch Woordenboek

verwelken* verflensen 1351-1400 [MNW]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Van Dale Etymologisch woordenboek

verwelken* [verflensen] {1351-1400} van ver- + welken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek

verwelken ww., mnl. verwelken, mnd. vorwelken ‘verwelken, verdorren; wegkwijnen’. — Afl. van welken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck’s Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal

welken ww., mnl. welken. = ohd. wëlkên, wëlchên (nhd. welken), mnd. meng. wëlken (eng. to welk) “welken”. Van mnl. welc (door Kil. “vetus” genoemd) “verwelkt, slap”, ohd. wëlc, wëlch “id., lauw, vochtig” (nhd. welk), mnd. wëlk “verwelkt, verdord”. De oorspr. bet. is “vochtig”: voor verwanten zie wolk.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement

verwelken. Reeds mnl. mnd.

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

bron: N. van der Sijs (samenst.) – http://etymologiebank.nl/trefwoord/verwelken

Categorieën:Grafiek, Kathedraalse Leer, lyriek