ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

pastoraal


 

pastoraal

dv2009 –  “la muse asemique” ink & water color on paper, varnished, A4, €150

1

Dat geschipper liefje, hoeft niet meer.
Het strand is uit, de hemel af,  de em
is  uit haar hel geheven. De zee
valt stil, ze golft nog uit
in flauwe kabbeling.

& Ook de zon zijgt  neer, het zand
versmelt in radiatie tot een ál van glas.
Ik kijk  erdoor & zie je weer zoals het was.
Het bed was weken ons een troon,
de vale lakens van het licht in dikke plooien
tot een stralend wereldbaken opgericht,
&  jij er zingend middenin.

Ik maan je aan in dat bestaan.
Altijd moest ook toen al
altijd vlugger gaan.

Ik maak je leeg vertelde zinnen nu weer boordevol
ik vul de holtes van je dromen tot ze bollen
vol van infernale glinstering. Ik herneem
jouw tekens uit een pastoraal verhaal.

 

2.

Kom, sla je zomerrokje om je badpakslip,
sluip druipend weg langs zanderige wegels,
toeter tonen met getuite lippen, klak
verwachtingsvol je tongetje & rep
je billen in het ritme van een deuntje
dat je dapper maakt & los van zeden.

Haast je, hemelelfje, kom & speel
voor mij het hamelmeisje op de weide
in dit lang vergeten achterland, haal
je handen langoureus & onverschrokken
door mijn korzelig vergroeide vacht, schurk
je dijen droevig langs mijn grijze sik
& spreek mij nostalgiek terwijl ik snik
van rijke oogsten of  plagerig van  ‘t zicht
uit kelderkamerramen op de spieren
van je vaders knoeste meesterknecht.

Schuddebollend sta ik straks wel weer
het likken toe aan bokkehieltjes
& het haken van je blauwe blouse
aan mijn afgeknotte stompjes hoorn.

 

3.

Breekt uit het kader dan in bliksemflitsen
& stort het natte stomend op de hitte in?
Kom  in mijn stal & berg je tere lijfje
voor des donders droeve buldering.

Haal je daar het zilte zweet & schimmen op het lijf
van spinsels in mijn maan- en winddoorlaatbaar
krocht, hecht je hijgen aan het kattenkrijten
buiten in de duisternis, waar de wereld
naar zijn wet & uit gewoonte aan het razen is.

Stop je morrelende borrelen dan
bij het krols gezwiep van hagedissen,
slaak je diepste zucht met kille tong
onder, dieper, dáár waar ik
al heel de tijd zo donker droef
& hoekig nors van zong.

2000-2017  uit “101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze”

Categorieën:101 Aanroepingen, gedicht van de dag, Grafiek, lyriek

Tags: