ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

later, toen de Bezorger kwam


gerbrandy

“Over Dichtkunst en over haar verschijningsvormen gaan we het hebben, welk effect elk ervan heeft, hoe je, wil het werk goed worden, een plot moet construeren, en verder in hoeveel en wat voor elementen de dichtkunst uiteenvalt, maar zeker ook over alle andere zaken die tot dit onderzoek behoren, en we zullen, zoals natuurlijk is, beginnen met de basisprincipes.”

Dat is ‘m dus. De eerste zin van de Poëtica van Aristoteles in de nog naglanzende nieuwe vertaling van stervertaler Gerbrandy.

Het boek der boeken, dat ene basiswerk waarmee gansch het Westerse pluimvee heeft (moeten) leren pennen, begint aldus. Met een spuuglelijke draak van een zin.

Ik had ‘m al in het Grieks en in het Engels en in het Frans gelezen, dus je kan je voorstellen hoe benieuwd ik was hoe Gerbrandy het geflikt zou hebben. En voorwaar: hij heeft zijn status van stervertaler niet gestolen, want de zin is bijna leesbaar geworden!

Gerbrandy zal je het niet vlug horen zeggen, maar het moet hoe dan ook  bijzonder ondankbaar zijn om als taalbeminnend mens Aristoteles te vertalen. Onder filosofen is dat gemeengoed want ook geen issue: Arie Teliwarie denkt glashelder maar schrijven kan hij niet, hij heeft daar geen tijd voor, en het interesseert hem ook niet echt, dus hij leert het niet en hij kan het niet.

Het doet ook niks af aan het belang en de grootse prestatie die de Poëtica is, maar ja: ’t is slecht voor de commerce è, een schrijver die het over schrijven heeft en eigenlijk niet kan schrijven! Hij kan alsnog soelaas zoeken in de zelfhulpgroep van Didi de Paris, 25 eeuwen later in de schrijvershel!

Veel van Arie’s boeken zijn overigens niet als boek geschreven maar als kladjes, notities voor de lessen die hij gaf. De tekst is enkel een vanzelfsprekend vehikel voor de gedachte, de λογος. Een noodzakelijk kwaad.

Het is een interessant spanningsveld, lijkt mij: Aristoteles is omwille van zijn teleologische rigiditeit zo gefocust op de heldere hoofdlijnen dat al de rest bijzaak is, vertraging. Hij schrijft over het toneel maar heeft enkel oog voor de rollen. De tekstrollen, dan, van de stukken, al dat gedoe met koor en acteurs en spektakel, daar heeft hij een bloedhekel aan. Uitrollen, lezen en klasseren die handel!
Het grootste deel van zijn aandacht gaat dan ook naar de ‘muthos’, de plot vertaalt Gerbrandy zoals alleen een vertaalster dat durft.

Voila, daar hebt ge het: de pointe, het kairos-moment waar ik nu al twee dagen naartoe werk. Het doel van het schrijven zet alles in beweging, maar het doel van het schrijven is zelf een dynamisch gegeven. Ik zocht een manier om het kairosbegrip in de NKdeE esthetiek (Kariotiek) van een treffend voorbeeld te voorzien.

Het doel van het schrijven kan eender wat zijn, het hoeft geen ‘verheven’ doel te zijn. Gewoon een gelegenheid creëren om de terecht gerenommeerde dichter, classicus, auteur en vertaler Piet Gerbrandy ‘vertaalster’ te kunnen noemen zonder dat het opvalt is al genoeg. Hihi.

De NKdeE Esthetiek heeft dit soort spielerei natuurlijk gemeen met de Franse Oulipo beweging en het Isoueske Lettrisme, maar het is ons bittere ernst hoor. Ook en vooral in het Anke Veldwerk (lap, weeral) wordt de verschijningstijd van het geschrevene betrokken in het programmatisch (min of meer) bepaalde verloop van de schrijfpraktijk.
De toekomst van de reële tijd wordt in de fictie een actieve rol toebedeeld en zo doorbreekt/vervaagt de NKdeE narratologie de grenzen tussen theorie en praktijk, tussen filosofie, fictie en realiteit.

Tja, chickt daar maar ewa op. Dat is wel voldoende, nu, in dit bedroevende Trumpdalletje.

Jaja, ge ziet: uiterst boeiend om lezen, allemaal! Je maakt wat mee met de Aartsvijand van de Nieuwe Kathedraal!

Categorieën:Kathedraalse Leer, kort, lyriek