VLAK 14


eilandvlak
dv2017 – “lelies” – pastel/inkt/waterverf – 21×18 cm

[Zanger Izeganz & twee Ingezetenen van het Salon]

Izeganz klopt zich het kunstroet van de loden jas.

De handen zijn hem opgezwollen met de zweren van beteugeling.
Hij stinkt: de zon zelf zou zich blauw in het roestige donker willen splijten
om hem uit de weg te kunnen gaan, en uit zijn sliertige haren gutst een
zure spray van schilferig bestipte dauw die dwars door elke hel kon branden.

  • Zijn aanblik baart het onbedachte in het weke van uw brein
  • Zijn bewegingen plonzen door het web van de gekende werkwoorden
  • Zijn stem valt woorden af, zij zet geen zinnen in of aan

Maar het vuur dat in zijn zingen huist, schroeit, bezweert alsnog de bezwaren:
het bloeden van de kreten stelpt, de vogeltaal verstaald, de straten zullen sidderen.
Zich preparerend met een zucht voor sterfscene nr 14, versie 3.1, take 2
richt hij zich tot wat er nog rest van de Ingezetenen
en zich richtende spreekt hij en

  • bij het gebonk en het geraas van de splijtende toon- en trekbanken
  • bij het kreunen der krukassen onder het instuikende verhaal
  • bij het gieren der sirenes en het afschrikwekkende gebrul der hongerige horden
  • bij de stervensweeën woelend in de opstoffende droogvlakte
  • in de natuurwinkel te midden het bonte kluwen van het botergeile kapitaal

orakelt hij als volgt:

“en de duisternis zal duisternis uitademen
en het licht zal uit de gezichten vallen
in de duisternis van het reeds
volledig uitgevallen licht

en de tijd stokt en stroopt zich de minuten op
tot een verduurde ring van uren

en de tranen stelpen in de oogleden en
met dikke brokken zilt glazuur
bedekken de tranen de tranen,
bedekken de tranen de ogen,
dekken de tranen
de gezichten
toe.

en in het zwart schiet een schicht
zwart dieper het zwart in.

en jouw lippen met mijn lippen roer ik je de lippen om.
en jouw handen in mijn handen neem ik je de handen aan.
en jouw tong vertel ik met mijn tong dat onze tongen tongen raken:
hoe wij al lichaam waren lang vóór de aardse tijd begon;
hoe elke duisternis met licht begon;
hoe het licht de duisternis bezong;
hoe het licht zich tot de duisternis verschoonde
en het leven als ware het niets
met de schaduw van het al
beloonde.

en de krijsende kreeften van je angsten
hak en sleep en sleur ik uit jouw lijf:

ik hak en ik hak en
ik hak een tijd uit voor het hakken
en ik hak een tijd uit in het uitgehakte hakken

het is een diepe schelp versteven in het donkerrood,
met naast de zotte polsslag van jouw krolse heden
een droeve nis voor al het nakende gemis”

 

1ste Ingezetene:

Sjonge, sjonge is er nog chips? het
heeft wel wat om het lijf allemaal…

2de Ingezetene:

Het ís een lijf, en het blinkt ook wel af en toe,
maar het zou wel ’s in de douche mogen,
en bovendien wat meer eten want je kan
welhaast de lucht doorzagen
met die kartels van ribben!

 

Uit : Het Pad van de Wenende Nacht, een Illegale Patch voor het Zangezi programma van Velimir Chlebnikov (1922)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s