14 sonnetten – 1

Op een winteravond slaat de wereld af
en in het licht daarvan, per zilverling,
drupt elke tel de tijd als lek gerinkel
uit aan hun stad verknochte kranen.

Hooguit blijft een laatste meeuw nog
krijsend uit het zwart betakte grijs
gesneden tot ook haar schreeuw zich nestelt
in het ijs op het oog van de nacht : bid

tot het licht dat ijlings uit de kamer vlucht,
en bid tot de stem die naarstig, slag op slag
uit poederdroge rozen wordt gebannen, bid

tot de rillende engel die zich in ademnood
het gedoodverfde ding benoemt, een ik, bid
dat daarin nu dit alles nog verzinken mag.

bid.jpg
dv 2018 – “asemisch embleem – gebed voor een vrijwaring van nijd”

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.