14 sonnetten – 1


Op een winteravond slaat de voortgang af
en in het licht daarvan, per zilverling,
drupt elke tel de tijd als lek gerinkel
uit aan hun stad verknochte kranen.

Hooguit blijft een laatste meeuw nog 
krijsend uit het zwart betakte grijs 
gesneden tot ook haar schreeuw zich nestelt
in het ijs op het oog van de nacht : bid

tot het licht dat ijlings uit de kamer vlucht,
en bid tot de stem die naarstig, slag op slag 
uit poederdroge rozen wordt gebannen, bid

tot de rillende engel die zich in ademnood
het gedoodverfde ding benoemt, een ik, bid
dat daarin nu dit alles nog verzinken mag.
uit Spelen dat het Donker Wordt (1995-1999/ rev. 2018)

bid.jpg
dv 2018 – “asemisch embleem – gebed voor een vrijwaring van nijd”
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.