14 sonnetten – 2

In havens opgebaard, vuurrood geprangd
tussen drijfijs en grondvorst, hout,
des zomers rot van zee gehaald en toen
de herfst het vale zeil verregend had,

voor dood aan land geklonken, verlinkt
als brug aan polderwegeltjes, een mijn
ter ondersteuning van de diepste schacht :
scheepsskelet dat nu zijn kamer tooit.

De zondagsverf gebaart in overvloed
van voorjaarsstorm en triest gemis
aan klaarte die de kruik hem schenkt,

maar dat het later barsten moet is hem,
die onder golven dekens haar te water
laat, een kwade zorg voor morgen.

deemoed
dv 2018 – “que sera”

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.