Harusmuze #292


// geen commentaar

292 – je bent omgeven door de vrijheid die jij vernietigt

hexagram 34大壯 – DA ZHUANG – ‘grote rijpheid’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/11/21/harusmuze-156/

commentaar:

vrijheid zit conceptueel helemaal ingesloten door de dynamiek van het geven en het nemen: je struikelt niet over de vrijheid, je ontmoet ze niet, je geeft vrijheid of je neemt (de) vrijheid.

gezien de fictieve status van het zijn en en van de dingen is de dynamiek van het geven en het nemen ook een dynamiek van destructie en constructie: het geven van ‘iets’ maakt dat ‘iets’, brengt het bij de ander tot stand.
het geven/nemen constitueert meteen het ik als Ego en de ander als Ander: het geven geeft naam aan de ander, geven is ook een vergeven van de ander dat de ander niet-ik is enzoverder: elke ‘donatie’ is meteen een eindeloze recursie van geven, een viering van het geven en zo wordt het geven een stralen net zoals het nemen de afgrond van het nemen opent omdat elk nemen het ontnemen aan de ander accepteert, zich afwendt van het geven (zichzelf het geven ontneemt) en daardoor een obstructie wordt, absorptie: licht en donker maar in een recursieve dans waarvan de oorsprong in de aporie van de identiteit verdwijnt, gewist wordt, spoorloos.

maar elkwegs: de vrijheid blijft totaal ongekwalificeerd, heeft geen eigen inhoud, is vrij van elke vorm van projectie. ‘mijn vrijheid is een gevoel’, ‘ik kan het niet zeggen’, ‘als ik het ervaar weet ik het: hier is mijn vrijheid’.

en de vrijheid heeft ook geen inhoud, je kan de vrijheid niet kwantificeren, ze is ‘onbetaalbaar’, je kan ze niet aanduiden met co-ordinaten in het semantische universum, in de Geldruimte.

we kunnen daarom niet anders besluiten dan dat de ‘vrijheid’ een methode is van de functies ‘geven’ en ‘nemen’. de methode geeft bij instantiatie (aanroeping in de handelingscode) een omgeving terug waarbinnen het geven en nemen kan plaatsvinden.

ik geef de taal hier over aan het programma, aan de metafoor van het programma, zodat ik de omgeving verwerven kan, waarbinnen ik zinvol kan praten. de taal is een spreken dat zich overgeeft aan de taal van het ik.

de taal braakt ‘ik’. ik ben vrij. mijn tijd gaat nu in.

1.de gegeven vrijheid geeft ruimte en tijd aan de bestemmeling die zij constitueert.
de gegeven ruimte is de bewegingsvrijheid van de bestemmeling.
de gegeven tijd is de tijdsduur van de vrijheid.

2. de genomen vrijheid ontneemt ruimte en tijd aan de omgeving.
de genomen ruimte is de bewegingsvrijheid van de nemer.
de genomen tijd is de geldigheidsduur van de genomen vrijheid.

3. we zien dadelijk in dat het nemen van de vrijheid secundair is aan het geven van de vrijheid. het geven creëert en is gericht, het nemen consumeert en kent geen vector. in de genomen tijd doet ook het Kapitale Rot haar intrede, de geldigheid van de vrijheid introduceert de kwantificatie van de vrijheid, je kan de genomen vrijheid te gelde maken, letterlijk.

4. hoe dan ook, in beide gevallen, als je de vrijheid geeft vernietig je ze omdat het dan niet meer jouw vrijheid is, maar de omgeving van de ander, en als je de vrijheid neemt, vernietig je niet alleen de vrijheid van de ander maar kwantificeer je meteen de vrijheid, bezoedelt ze met het onstuitbare Rot van het Kapitaal (je brengt de vrijheid in de tijd en tijd is geld natuurlijk)

5. daarom zeggen we dat in de Geldruimte de vrijheid een louter destructieve methode is. als dusdanig is de vrijheid een zeer interessante methode in haar de-ontologische aanwending.

6. de gave van de vrijheid is een opgave, in de dubbele betekenis.
zij die de vrijheid geeft, geeft haar vrijheid op.
de vrijheid geven is echter meteen ook een opgave: doe er wat mee.
de opgave wordt aangeduid met de culpabilisering door de acceptatie.de acceptatie vraagt om vereffening. de opgave vernietigt bij de minste hapering in de acceptatie een cataclysme, een voortsnellende onthulling van de vrijheid als leugen, door alle recursies van het geven/nemen heen, de vrijheid wordt van haar kleed ontdaan als vermomde opdracht en slaat om in haar tegendeel, die van bevel.

7. in de gender rolbepaling, het heersende rollenmodel wordt dan die vermommingsdans van waarheid/fictie eenzijdig toebedeeld aan het ‘zwakke’ geslacht, terwijl elk geven sowieso een nemen veronderstelde, de leugen betreft altijd de ander, de waarheid is de waarheid van het ego dat door de ander ontnomen wordt.

8. aan het eind van elke rit is er het voila (gevallen doek): zie je wel, ik zei het toch.

9. hoor. het tijdSein

10. maar tine toch!

(mijn tijd is op).






Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.