Harusmuze #376

22B18

376 – elk wijzen bewijst alleen maar zichzelf

hexagram 21 噬嗑 (shì kè) – “Doorknagen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/28/harusmuze-72/

commentaar

als je wat doorkauwt (‘sjikken’ zegt men wel ’s bij ons) op de flard van Herakleitos van vandaag (” Wie het onverhoopte niet verhoopt, zal het niet vinden, onvindbaar en onbereikbaar als het is. “), kom je (ev. via de wijsheid van Dupin in Poe’s Purloined Letter ) al vlug uit bij de gedachte dat elke vorm van verbergen in een diepere wending van de beweging, eerder een tonen is, een aanwijzen: hoe meer moeite men doet om iets te verbergen, hoe zekerder men kan zijn dat het ooit gevonden zal worden. de daad van het verbergen is immers een wegwijzen van, een poging om de blik af te wenden van het gezochte, dat daardoor net (meer) het gezochte wordt, de nieuwsgierigheid wekt.

we komen hier in een grijze zone waar de cryptografie omslaat in een ‘grafein’ tout court en de informatie zich autonoom lijkt te gaan gedragen om zich af te zetten van de data t.o.v. dewelke het net informatie is. wat is wanneer nog ‘informatie’ en en wat is er ‘sleutel’ in een autonoom proces van versleuteling?
een soortgelijk ‘autonoom pseudo-intelligent’ gedrag duidt men in de biologie aan met de protodiacrisis, de oervorm van onderscheidend vermogen. hoe ‘slim’ is een virus dat de T-lymfocyte cellen aantast (hiv), waar haalt het dat soort onderscheidend vermogen vandaan? hoe lang blijft ‘random‘ toeval als de bepaler van de contingentie zelf een contingent agglomeraat van een lagere orde is dan de intelligentie die nood heeft aan een randomizer in zijn simulatieproces?

elke fictie creëert ook op dergelijke wijze ook haar ‘waarheid’, een waarheid die echter altijd lokaal blijft, en omgekeerd. de terrorist is de held die terrorist was, de held de misdadiger die verafgood wordt.

het zit ‘m natuurlijk in de beweging zelf want wanneer Herakleitos ook zegt dat de natuur de neiging heeft, ervan houdt om zich te verbergen, dan begrijpen wij meteen dat de natuur zich net wil tonen ook.

zoals de aspirant-hermeticus (de verworpene die zijn thuis dan maar in zichzelf maakt?) maar al te goed weet, ‘weet’ ook de natuur dat je ’t moet verstoppen omdat men het anders niet kan vinden. elk kennisobject moet verlangd worden als onbereikbaar om ‘waar’ te zijn, hoe kan het anders waardevol worden?

de natuur ‘kent’ ons omdat wij zelf de natuur ‘zijn’, die ontologische grens is iets wat ‘wij’ nodig hebben om onze individualiteit in stand te kunnen houden. maar hoe meer autonomie wij onze ‘intelligente’ processen verlenen, processen die almaar meer voor onszelf onbegrijpelijk worden, hoe vager al deze grensgebieden worden, en hoe minder legitiem, hoe minder vanzelfsprekend onze aanname van de causaliteit omdat elke causaliteit berust op de ontologische fictie, een tijdelijk bestand van Zijn in het Rot dat energie vraagt om ‘in stand’ te houden. het Zijn houdt op als er niks meer te krijgen valt, de fameuze bovengrens van onze planetaire draagkracht. existentie vraagt expansie, maar als we dat niet als natuurwet erkennen, verklaren we onszelf tot virus, on est tous corona.

het is pas wanneer we ten volle beseffen hoe waanzinnig onze rationaliteit is dat we ons op een gezonde manier rationeel kunnen gaan gedragen. het besef van de fictie maakt de ervaring van de waarheid mogelijk, er moet leegte zijn om een gevoel van volledigheid te verkrijgen, afschuw om lust te kennen: als het niet kan verschuiven gebeurt er niets, en het referentiepunt is altijd een afwezigheid.

in feite ‘bestaat’ er nooit iets want alles staat op alles en dus nergens. dus als je staat te wijzen naar iemand van helaba jij daar, dan wijs je enkel naar jeelf, en dat is dan ook het enige waar je toe gerechtigd bent, gezien de geheel fictieve status van de ‘stand der dingen’…

de mens is inderdaad de maat van alle dingen, maar als alle dingen slechts bestaan in de ogen van de mens is het cadeautje nogal vlug uitgepakt.

ta dam ta dam ta dam ta dam.

ritme.

scève

Tu es le Corps, Dame, & je suis ton umbre,
Qui en ce mien continuel silence
Me fais mouvoir, non comme Hecate l’Umbre,
Par ennuieuse, & grande violence,
Mais par povoir de ta haulte excellence,
En me movant au doulx contournement
De tous tes faictz, & plus soubdainement,
Que l’on ne veoit l’umbre suyvre le corps,
Fors que je sens trop inhumainement
Noz sainctz vouloirs estre ensemble discords.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.