Harusmuze #379

22B22

379 – het is wat het was voor het geweest is

hexagram 42 (yì) – “Vermeerderen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/25/harusmuze-69/

commentaar

het is de Herakleitoscommentaar blijkbaar ontgaan dat de uitspraak in fragment 22B22, door Paul Claes vertaald als “Goudzoekers woelen veel aarde om en vinden maar weinig “, misschien wel meer over het omwoelen van de grond zou kunnen gaan dan over het al dan niet vinden van goud. de interpretaties die ik tegenkwam, hadden het over het uitzonderlijke karakter van kennis enzo, over de geringe slaagkansen.

maar misschien wou de Efezische Profeet ons eerder wijzen de misleidende poeha der goudzoekers, en dat zij wellicht beter ‘woelratten’ zouden worden genoemd dan naar het eerder uitzonderlijke gevolg van hun onaflatende woelen.

het ligt ‘natuurlijk’ in ‘onze’ aard om een activiteit te benoemen naar de intentie: ons denken is nu eenmaal door-en door verziekt door de finaliteit van het Zijn. iets is pas belangrijk als het is wat het is. zie ook onze reductie van de plant tot de vrucht of de bloem. ik weerhoud mij ervan om de beruchte reductie van de vrouw in dit rijtje te zetten omdat ‘we’ dat niet meer gingen doen, toch? want ‘het’ is waarschijnlijk maar ‘natuurlijk’ in zoverre het mannelijke natuur is en ‘onze’ aard in zoverre die aard de dominantie van het mannelijke ondergaat. ik zeg ‘waarschijnlijk’ omdat we het niet anders proberen, terwijl dat wel zou kunnen.

‘onze aard’ is immers een hoedanigheid die iedereen voor zich kan (zou moeten willen kunnen en mogen)* bepalen.
kwantiteit is een uitkomst van een telling, daar kan je niks aan veranderen. kwaliteit is een waarde die we hechten aan het getelde, dat ‘veranderen’ wij voortdurend in functie van onze belangen, waarbij elk ‘wij’ het resultaat is van een negotiatie in de omgang (de commerce/Umgang binnen de sociale ruimte, in ons oord/Ort/site) .

elke ‘wij’ die je aan ‘onze’ aard toekent is een falsifieerbare ‘normalisatie’, een repressieve normopathie waarvan ‘wij’ misschien beter zouden genezen, al was het maar in momenten van helderheid tijdens de voortrazende bedwelming van onze consumptieverslaving. zie je, zo werkt ‘wij’ werkt, de klasse: de uitspraak constitueert de groep en dwingt elk individu binnen de groep om de waarheid van het toebehoren, de onschuld te bewijzen. ‘wij’ is de erfzonde.een goed begrip daarvan schenkt ons een moment van helderheid, een genezing. en elk moment van genezing van de ziekte heet ‘gezondheid’, daarvan kan je beter genieten.

soit. ook indien er geen finaliteit te bespeuren is, maken wij er liever een aan dan te pogen het gebeuren ‘neutraal’ te bekijken, zonder verlangen naar het ‘goede’, of afkeur van het ‘slechte’. dat is immers lastiger meestal want bv. die goudzoekers zou je meteen moeten gaan wijzen op de ongelooflijke mest die ze maken en dat die onmogelijk in verhouding kan staan met de kleine nuggets aan potentïele goudwinst/

finaliteiten zijn ook negatief, meestal noemen we ze dan geen doelen, maar ziektes of gebreken. ze herleiden net zo goed een gebeuren tot het resultaat ervan, meestal is dat dan de onmogelijkheid om bepaalde handelingen te stellen. de ziekte als einddoel van de gezondheid.

een onvrede in het gevoel, een maladaptatie aan de snel veranderde leefomstandigheden, een slechte reactie op de stress van het hedendaagse gewoel en men gaat ogenblikkelijk als een woelrat op zoek naar een oorzakelijke benaming, een verklarend label, een diagnose.

de diagnose is , het woord zegt het zelf, een soort dwarsdoorsnede van wat men weet over een bepaald onderdeel van het gebeuren. men weet niet precies wat er gebeurd maar in het merendeel der gevallen is er sprake van [lijstje met kwalitatieve benamingen die kunnen gemeten worden].

op het moment dat je de diagnose stelt evenwel, zou je meteen dat lijstje met kwalitatieve benamingen moeten uitbreiden met de vermelding ‘gediagnosticeerd als [naam van de diagnose]” want vanaf dat moment valt de gediagnosticeerde persoon of toestand samen met de diagnose: hij, zij of het ‘is’ een [naam van de diagnose]-lijder.

het effect van dat ‘lijderschap’ is in het algemeen een serieuze stimulans voor een kwantitatief meetbare uitslag, een woeker van de eerder vastgestelde kwaliteiten, in vele gevallen heden ten dage jammer genoeg een ziektebeeld.
wat benoemd is wordt immers ervaren zoals het benoemd is, met alle secundaire invullingen van het benoemde die voorheen onbekend waren, aja: ‘het had geen naam’.

“nu weet ik wat er scheelt”! jeuh! aja, ipv: mijn rug doet zeer omdat ik te lang in bed gelegen heb, of omdat ik scheef hang van ’t mij slecht voelen is’t nu: er zit een zenuw gekneld”.

op die manier wordt ‘het is wat het is’ heel snel een excuus om niets aan verandering toe te laten: de rest van de werkelijkheid moet maar aangepast aan de benoembare werkelijkheid, die ‘is’ er tenminste.
maar ja: die werkelijkheid ‘is’ niet wat ze is, die ‘is’ enkel hoe ze was op het ogenblik van de diagnose en in functie van een meting van het lijstje met vooropgestelde kwaliteiten/kwalen. het zijn bestaat hoogstens als een uiterst fictieve vorm van ‘geweest zijn’: op die moment was het ongeveer zo en zo. Maar ja: op het moment van de diagnosestelling doe je de persoon in kwestie wel een dusdanige cadeau, een verklaring voor alles wat er scheelt, dat je al bijna misdadig zou zijn om de persoon in kwestie die diagnose nog te willen ontnemen. Aja: hij had nu eindelijk ‘iets’. ‘iets’ dat al die ellende kon verklaren: een vrijwaring en dus herstel van het genot door uitsluiting van de benoemde Kwaal.

ik ben gezond op mijn ziekte na. als ik lijdt lijdt ik aan mijn ziekte en niet aan mijn slechte gewoontes. enzoverder, tot na St. Juttemis, want het Zijn is een virus dat kruipt waar het niet gaan kan…het resultaat is voornamelijk dat de gezondheidssector snel verwordt tot een bende goudzoekers: in plaats van het zeldzame goud van de gezondheid creëert men enkel meer en meer ziekte, ziekte, die met het gewoel gemeen heeft dat ze tenminste zichtbaar, benoembaar en dus behandelbaar is.

en, eens er gewoeld is, kan er niet alleen in het blootgewoelde gespit en gegraven worden maar vooral ook in de opgehoopte woelkennis. op dat moment is dat wat er is allang iets geheel anders dan wat het was, ooit, net voordat het ‘ontdekt’ was…

scève

Bien qu’en ce corps mes foibles esperitz
Ministres soient de l’aure de ma vie,
Par eulx me sont mes sentementz periz
Au doulx pourchas de liberté ravie:
Et de leur queste asses mal poursuyvie
Ont rapporté l’esperance affamée
Avec souspirs, qui, comme fouldre armée
De feu, & vent, undoyent a grandz flotz.
Mais de la part en mon coeur entamée
Descend la pluye estaingnant mes sanglotz.


*het pathologische pentagram van Weiszäcker: we zetten de afwijking van het ideaal in de voorwaardelijke wijs (‘zou’, terwijl het ideaal een zullen/sollen is) om zo tot een correcte modaliteit te komen

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.