Harusmuze #386

22B1

386 – de waarheid toont maar lenigt geen noden

hexagram 14 –  大有 (dà yǒu) – “Groot Hebben”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/18/harusmuze-62/

commentaar

als we Sextus Empiricus mogen geloven begint Herakleitos zijn betoog met een boutade over de dubbele onwil van de mensen om met het ware te doen wat men ermee zou moeten doen: men begrijpt het niet, zelfs al legt men klaar en duidelijk uit hoe het zit en als men het dan toch begrijpt en wakker is, slaapt men wakker zijnde gewoon voort: men handelt niet naar de gewonnen inzichten.

ja, tja, inderdaad. het heeft blijkbaar niet veel geholpen, dat betoog van Herakleitos, 2500 jaar geleden. de boutade aan het begin van een betoog over de waarheid heeft zich in de loop der eeuwen als een pandemie over heel het betoog uitgespreid.

nu, belangrijk in verband met de waarheid is misschien wel dat er niemand zit op te wachten, en dat bijgevolg wie de waarheid spreekt wellicht hetzelfde lot te wachten staat als H. zelf, namelijk millennia lang onder de mat geveegd worden, gehoond en wegbekritikasterd. het verkondigen van de waarheid wekt immers meestal enkel ergernis. de waarheid over het coronavirus bv. wekt enkel ergernis want iedereen wil ‘normaal’ verder doen, terwijl het ‘normaal verder doen’ de pandemie net veroorzaakt heeft en de rode loper spreidt voor meer van dat.

het verkondigen van de waarheid roept ook enkel maar ontkenning op, want men voelt het aan als een verwijt, maar omdat het dan dé waarheid is, lukt dat niet toch niet met rationele argumenten, dus zoekt men een irrationele oplossing en daar zijn wij mensen nu eenmaal veel beter in dan in het rationele denken. iedereen heeft dan ook onmiddellijk veel meer begrip voor irrationele argumenten dan voor de waarheid. aja, hoe zou je zelf zijn?

pas dan kunnen we H’s waarheid over de waarheid gebruiken, wanneer we inzien dat de waarheid geen noden lenigt, maar ons wel tonen kan waar de bestaande noden optreden. pas dan kunnen we stilzwijgend werk maken van het lenigen van die noden tenminste, zodat we voor de noodlijdenden ruimte voor de waarheid maken, zodat ze die niet enkel kunnen begrijpen, maar ook willen begrijpen en zelf in staat zijn om ernaar te handelen.

want de waarheid heeft ruimte nodig, plek om zich te nestelen en zich met zachtheid te omgeven. de naakte waarheid is een onaantrekkelijk, hard staketsel, dat staat te kletteren tegen de ondoordringbare gevel van het Echte.

de meest eenvoudige, en meteen ook minst verwijtende en dus minst ontkenning opwekkende manier om de waarheid te verkondigen is dus erover te zwijgen en er naar te handelen.

naar waarheid handelen doe je best zwijgend, zonder de plaag van de taal, zoals de dieren dat doen, die hebben immers geen taal nodig. wij mensen staan echter een omwenteling verder in de spiraal van het Rot: er is weinig aan te doen, maar hoe meer we kunnen zwijgen, hoe beter het met ons gaat. plezant is anders, maar dat wisten we al.

op die wijze begint het verkondigen van de vaak erg theoretische waarheid best met het zeer praktische en concrete helpen van de ander (of eerst van jezelf want je kan de ander niet echt helpen als je zelf hulpbehoevend bent). want het verkondigen van waarheid zonder die praktische moeite helpt enkel uzelf in uw nood om iets te zeggen te hebben, en daar heeft niemand een boodschap aan.

waarmee ik mij lijk tegen te spreken, als was ook dit een boutade, maar ik doe dat omdat mijn programma het mij gebiedt, een programma waarin de Harusmuze ons nu effen wou duidelijk maken dat we de waarheidsproductie en de ‘uitwas’ van de waarheid, de expressie ervan in ons gedrag, nooit zomaar aan de individuen mogen overlaten, want die individuen geraken op zichzelf nooit uit de vicieuze cirkel van het betekenen, en ze voelen zich daar alleen maar slechter bij.

zie je wel…het lot blijft een harde noot om te kraken.

scève

Quand Apollo apres l’Aulbe vermeille
Poulse le bout de ses rayons dorez,
Semble a mon oeil, qui lors point ne sommeille,
Veoir les cheveulx, de ce Monde adorez,
Qui par leurs noudz de mes mortz decorez
M’ont a ce joug jusqu’a ma fin conduyct.
Et quand apres a plaine face il luyt,
Il m’est advis, que je voy clerement,
Les yeulx, desquelz la clarté tant me nuyt,
Qu’elle esblouyt ma veue entierement.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.