LAIS LI

Er staat een grote kale man naast haar,
zijn ogen glimmen van genot. Zijn neus
glanst zacht van rust, hij is daarvan gebaar.
Hij heeft geen mond, dat oogt wel omineus.
Van waar is hij en waarom hier, die reus?
  De nacht is leeg en zwart en eindeloos,
geheel de ruimte is bestemmingsloos.
  Plots wijst de man naar ginds, daar is nu licht,
de einder was een zoom, een dichte doos,
maar die wordt nu heel langzaam opgelicht.

inputtekst (2011)

dv 2019 – A.L. van LAIS LI

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.