Harusmuze #413

22B98

413 – de poort is weg voor wie er door gaat

hexagram 26大畜 (dà chù) – “Groot Vergaren”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/22/harusmuze-35-reconstructie

commentaar

we zijn er, zo zegt ons het verhaal. het verhaal van het zijn is fictie, aja, maar beter dan dat is er niet: we kunnen niet tezelfdertijd gebeuren en buiten het gebeuren staan en dan zeggen: ‘kijk, dit zijn wij, en dat daar is het gebeuren, en daar zijn wij. zo loemp was Heidegger nu ook weer niet: elk zijn is ‘altijd al ‘ (weuh!) een daarzijn, een bepaaldheid.
we zijn hoe dan ook niet ‘echt’ een zijnde, want dan zouden we niet gebeuren, en zo gebeurt het nou eenmaal niet: het is bijzonder inefficiënt om te willen doorgronden wat het ‘Zijn’ is, dat is ongeveer hetzelfde als een schaakspel dat al schakende met zichzelf zou proberen achterhalen wat schaken nou eigenlijk is.
het zijn is gewoon de fictie die we nodig hebben om het Gebeuren vatbaar te maken, een Gebeuren dat gebeurt zoals het gebeurt en ons in het ‘er’ plaatst: “hierzie, ge zijt er.” jeuh!

weuh: het ‘er’ verschuift! het beweegt! het gaat vooruit! niks is er nog vast! waar is mijn zijn!

joa sè. het ‘er’ evolueert naar ‘erger’ : we leven in een entropisch universum, het Rot. terug is er geen weg, de Tijd gaat alleen maar de kant van de toekomst op. kak.

elke vooruitgang die wij menen te onderscheiden is ‘in feite’, ‘eigenlijk (dwz ontdaan van de ficties van het Zijn en de Dingen met hun ‘Verwezenlijkingen’, dus ‘als wijze van gebeuren’) een escalatie van het Rot: het leven is consumptie van (inert gedachte) materie (ons materiebegrip berust zoals de hedendaagse fysica aantoont op humane perceptuele gewoontes, attitudes, cognitief-sensorische vergroeiingen in de epigenetische ‘cultuur’laag van onze gedachtewereld. het vooruitgangsdenken zoals dat ook nog in het Darwinisme een motiverende onderstroom is, meent in de immens toegenomen complexiteit van onze leefwereld een ‘verbetering’ te ontwaren, maar toename in complexiteit gebeurt uit noodzaak, als noodwendigheid van het Universele Rot. Het Rot streeft naar het Stille Ruisen van God, de Eindfase van de universele uniformiteit ‘bevrijd’ van de energie, een kosmische woestijn als walhalla, nirwana, de Liefde van het Ene voor het Ene, het absolute Nihil.

maar het Rot stinkt ook en er komt prut in de gaatjes en de gaatjes verstoppen en zo ontstaan er obstakels voor het Rot. weerstandshaarden. sterren planeten zonnestelsels, rotsen zeeën stranden. ophopingen waartegen de energieconcentraten van de sterren beuken en beuken zodat de expressie van het Gebeuren in de vormloze materie alsmaar meer vorm krijgt, diversificatie, uitsplitsing, complexiteit.
en door die locale intensificaties ontstaat op gezette tijden het leven, een virus dat het Rot spectaculair kan doen versnellen, maar in die versnelling ook een weergaloos schouwspel ten beste geeft van oneindige expressiviteit. en zo gaat het er steeds verder het ergere in.

maar we zijn er ook niet. want ‘zijn’, ‘wij’ en ‘er’ zijn ook maar humane verhaaltjes. als je de logica van die vertelling volgt, de stappen natelt van deze kwantificatie door en voor het Zijn, kan je enkel bij het Rot uitkomen, een soort lijk van God dat het leven zelf verpest met Zijn Nanijd.

kunnen we het er uit? bestaan er poorten weg uit het ‘er’? lap: ge stelt uw vraag al verkeerd è: bestaan doet er niks, niemandal, nada zilch, ingetinge.

poorten gebeuren. als een poort gebeurt, opent zich de poort en wie er door gaat dan, ziet, hoort, voelt of ruikt of proeft geen poort meer, want de poort is dan al weg. dag weg!
een poortgebeuren is een kwalitatief onderscheiden gebeuren binnen het gebeuren dat processen zoals de individuatie mogelijk maakt, maar ook de destructie van het individuele, wat eigenlijk een vrij identiek gebeuren is.
een poortgebeuren is ook de weg voor het gebeuren van oscillaties, trillingen, vibraties een der basisbewegingen binnen het zich voortdurend kwalificerende gebeuren.
langs een poortgebeuren is het de mens ook gegund om zich tijdelijk aan het Er en zijn Rot te onttrekken, bv. in wat wij dan noemen meditatie, extase, orgasme, hallucinatie of mystieke verlichting, bewustzijnstoestanden die allen gekenmerkt zijn door een totaal gebrek aan ‘bewustzijn’, aan ‘ego’ ook, want de cognitieve functies die we daarmee associëren lijken allen hinderpalen tot die tijdelijke ‘vlucht’ uit het ‘er’.
het artificieel exiteren van dergelijke toestanden, het doelgericht nastreven ervan met behulp van substanties of doorgevoerde training houdt steevast het gevaar in om niet meer ‘terug’ te kunnen keren naar het hier en nu, en de doodsangst is dan ook een gezonde buffer die ons bij de les houdt.

er is ook totaal geen reden om zich op een extreme wijze aan het Rot te willen onttrekken want in de expressie van het Gebeuren schuilt ook haar schoonheid en het genot: zolang we maar de teleologische verstarring achterwege kunnen laten, de noodlottige Zijnsreflex dat het allemaal naar Ergens moet leiden en dat wij die Hier Zijn alles moeten Hebben (hebben, hebben, hebben), dat het moet Opbrengen, dan zijn we hier nog niet zo slecht af.

enkel wanneer wij als soort het nalaten om voor onze soortgenoten na ons een gezond nest te bouwen waar we beschutting kunnen vinden tegen het beuken van Kosmische Kapitale Rot van de onbeheersbare Geldruimte, kunnen we weer een gezonde balans bereiken tussen ontzelving via de poortjes uit het Er enerzijds en genot in het Rot anderzijds.

de lees-en-schrijf I/O-werking (de auteur) die de NKdeE als haar onderzoeksobject heeft gesteld en die zij op exemplarisch-activistische manier als voorbeeld uitwerkt door middel van haar ‘schrijfprogramma’s’, is ook zo’n zeer gematigde (en voorheen als ‘literatuur’ vrij stabiele) poort die ons effen weg kon leiden uit het Grote Woelen , de creatieve praktijk in het algemeen is dat ook, dus alles wat mensen verzinnen kunnen aan creatieve expressie, waar ook ons ‘werk’ zou kunnen behoren, mochten we er maar in slagen om wat meer te luisteren naar ons ‘gezond’ verstand en wat minder naar de verziekte en ziekmakende dictaten van het Zijn.

scève

Honneste ardeur en un tressainct desir,
Desir honneste en une saincte ardeur
En chaste esbat, et pudique plaisir
M’ont plus donné & de fortune, & d’heur,
Que l’esperance avec faincte grandeur
Ne m’à ravy de liesse assouvie.
Car desirant par ceste ardente envie
De meriter d’estre au seul bien compris,
Raison au faict me rend souffle a la vie,
Vertu au sens, & vigueur aux espritz.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.