LAIS LVIII


Men zegt (de goden fluisteren) dat door
de barst de ziel valt in ’t mensenlijf
uiteen alsof iets daar zichzelf verloor,
de vent vernederd werd en ook het wijf.
Men spreekt maar weet met eigen taal geen blijf.
En ’t feit dat wij zo triest zijn naderhand
wanneer wij weer op ’t strand zijn aanbeland,
waar alle dingen vatbaar zijn bij naam,
waar niets gebeurt dan sterfte in het zand!
Maar keer op keer wij hijgen toch tesaam.

invoertekst (2011)

dv 2019 – Asemische Lezing van LAIS LVIII

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.