LAIS LXXXIII


Ijswind op de lippen, kusmonden aaien
de stilte, wildgroei van ontsteltenis
in een decor van licht dat wil laaien.
  Ogen verdwalen in de gelijkenis,
armen benen zwart uit hun duisternis.
  Nimfenbloed ruist diep in de geluiden
“aan de dood zal ’t zich in leven stuiten”.
  In spanning elk bewegen wordt een streep,
klanken komen los van ’t lijf als huiden,
rauwe lust krijgt het zingen in zijn greep.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS LXXXIII

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.