LAIS CXLII


In ’t trage verloop van zinloze tijd
in de koude rust van nakende dood
in de kluiten van de nijd en van spijt,
in het lijf van de letter, in de nood
aan gebrek, wordt elkeen gelijk ontbloot:
een warrige schaduw, warende schim
rond het witte skelet van Elohim.
Het roert met een veer in een zucht van haar:
“zie mij LAIS, hoe ik jou hier bemin”.
Leesbaar blijft enkel ’t asemisch gebaar.

invoertekst (2012)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.