LAIS CXLIII


Het heeft haar ziel niet lief, waaraan het vreemd
is, wijl het zich door haar toch weet gestuurd.
Het voelt zich in haar geest geheel ontheemd
want in haar veld wordt het als ding ommuurd.
Haar geld is gif dat anderen verzuurt.
Haar lijf verkettert het, het is een goed
waaraan het zich onthechten wil, dat doet
alleen ’t gemis en pijn als klaarte aan.
Maar in haar diepte weet het wat er moet:
dit glijden blijft de gloed van het bestaan.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXLIII

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.