LAIS CLXXXVIII

Niets kan haar in schoonheid evenaren,
zij heeft de plek bereikt waar ruimte tijd
en tijd weer ruimte wordt. Hun gebaren
in de stilte stremmen zonder spijt
om hun bewegen, vroeger bron van nijd.
Strijkt het haar lichaam aan, zijn woord is glas:
het ziet wat komt, wat is, en wat er was.
Het jaagt zich uit de verzen die het maakt
het is niet daar, geen woord is pad of pas:
zij is het voorbij, daar waar het niet raakt.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CLXXXVIII