LAIS CXC

voor n.l.

Zij. ’t Wou haar vatten in een klankgedicht,
haar naam verletterd tot een toverspreuk,
verhullende de spijs waarvoor het zwicht:
bazeltaal met intellectuele jeuk,
perverse onderstroom, dat maakt het leuk.
Het zie haar nu, het wonder dat ze is:
der minne eenvoud is gewoon LAIS.
Het. Zij leert het door zich heen te kijken
naar het lege waarin het wordt gestemd
tot instrument, maat om ’t niets te ijken.

invoertekst (2013)

dv2020 – asemische lezing van LAIS CXC