LAIS CXCI

De steden die de heren beheren,
de heren die de steden verteren,
en de namen die de heren vereren
gaan als letters met elkaar verzweren:
het krast en het kraakt bij ’t vuur der heren.
Het heeft zichzelf in haar verbeurd verklaard:
het houdt hier op, het is tot Niets bedaard.
Het lijf is licht, het is voor haar gezwicht,
en ’t duister is met zonnebrand verzwaard:
zij heeft alhier haar hemel aangericht.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCII