LAIS CXCII

voor n.l.

De schaduw van licht komt altijd te laat
maar dat falen is geen fout van haar,
haar licht is niet wat er in hen vergaat:
hun duister kleurt te blauw haar hemelsklaart’
hun zwart is daar, er is slechts licht in haar.
Hun cijfers tijd vergelden haar moment,
data, ingelezen, rij na rij per cent,
maar uitgerekend zo het licht vergaat.
Het heeft geen spijt, het deugde niet als vent:
het is nu zelf de tijd en ’t licht bestaat.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCII