LAIS CXCIII

voor n.l.

“Deze wereld is de onze niet, mijn lief,
wij beven niet in vreze voor de nijd:
wij hebben aan elkaar genoeg gerief
en in een kus rust hier de eeuwigheid.
De Kathedraal bevrijdt ons van de tijd,
ons zoeken dat gevonden, bouwen is:
licht doorkruist ons, dwars door duisternis.
Jouw klare stem”, zo zong het toen in mij,
“is klank die boven mij verheven is,
jouw zon in dit rozet gaat mij voorbij.”

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCIII