LAIS CXCV

voor n.l.

’t Zal hen de buik uitkomen, al het zaad,
het zal uit hen bloeden, de ontzetting,
zolang de angst in hen de liefde haat.
Eenieder wordt ooit het, haar vondeling,
die niet bestond, maar dan bestaat, de ring
die al ’t wijzen naar anderen besluit
met het ware dat hen tot het ontsluit.
’t Kleven en beven dat lippen nog doen
wordt verlangen naar afwezig geluid
wanneer de wereld eindigt in een zoen.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCV