LAIS CXCVII

voor n.l.

Terwijl het op haar wacht, draait de aarde
in de aarde, schuift de hemel in de
hemel, zien de sterren toch de waarde
in van warmte bij elkaar en in de
nacht spreekt het haar toe met: “Jij, beminde,
die de wereld tot haar kern herleiden
kan, die jou en mij tot ons verleiden
wil, wil ook dit doen: mij van mij ontdoen.
Zo, ik laat de wereld dra terzijde
ik word als adem eeuwig in jouw zoen. “

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CXCVII