LAIS CCIII

voor n.l.

Haar ogen zijdelings die diep in het
ontloken als herhaalde schoonheidsschicht;
haar zijden glans,  daarin ontwaarde het
zichzelf, ontwaarde pasmunt nu bij licht.
Als niets verdween het daar, in haar gezicht.
En tranen zouten nu de bitterheid:
zij is het diepste leed dat het belijdt
en de wanhoop waarin het nu verkeert
verstrengelt pijn met nijd in eenzaamheid,
vernietigt hoop dat zij nog wederkeert.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCIII