LAIS CCXIV

Diep in het zwarte hart van Vlaanderen
op een bed van maden en rottend vlees
ligt de haat bij de nijd te zinderen,
genietend van pijn en van spijt. Zwoel, hees,
de Vlaming likt des Vlamings holtes, ’t vlees
rot, het ‘ik’ verliest de identiteit.
Maar zie hoe fors de nijd de haat nog splijt!
Eilaas! ’t Zicht moet nu snel onder het slijm:
Dank, dierbare vrienden, uw pers komt op tijd!
Diep in Vlaanderen, hoe schoon is ’t geheim!

invoertekst (2013)