moeder aarde

de maan wentelt zich vol
in het licht van de zot
die het ros opstookt     onder

die grotten vingert tot het gorgelt
die aardlippen likt tot ze    wolkt

en de aarde raast ze raast
     hitsig en heet raast    ze
barst in de kop van het golvende rot
scheur in de bol van het spugende zaad
snee in het hart van het rillende kwaad

slok in het diepst van de donkere zee
vonk op de heetst van het vurige ijzer
zweer op het zerpst van de walmende haat
raast ze raast ze     ze raast
en de stem is de stem    van god
en de stem wil weg uit de holte
weg uit dit kot van de loeiende stilte
de stem wil met klankorkanen 
     nog eenmaal

riviermonden doen tongtrillen
de berglongen legen
de ruimte befluimen 
de sterren doen huilen

want het codewoord mens is kapot
zijn letters zijn riet in de schrokgrot
witheet van nijd naar betekenis
brandend van lust naar een zin
ze krast de betonkorsten open
verplettert de steden en breekt alle dijken

en het zwart van hun drijvende lijken
is het zwart van het stof op de maan
stof dat de ruimte doet niezen
stof in het licht van de zot
die het ros opstookt     onder

en ze is weer genezen
en ze stinkt weer zalig       naar god.