LAIS CCXXIV

Er was gebrek aan hemelrijk, dus werd
Het maar verliefd. “Jij geeft geen zier om mij!”.
Haar schater klonk in schichtigheid van hert.
De godheid gleed er af, ging Het voorbij.
Het zag haar lijf, haar zijn was er niet bij.
Heur haar streelt thans haar naakte schouders daar
waar handen ijlen naar hun handen maar
LAIS is weg, haar snode vlucht vertakt
zich in de snedigheid van elk gebaar.
Een bliksemschicht, en niets is nog intact.

invoertekst (2014)

as van LAIS CCXXIV