LAIS CCXXVII

Van ’t onbestemde lyrische wezen
is Het ontvangstantenne als zij lacht.
Maar stroeve droefenis, ’t volle leven
verpletterd Het en heeft het snel ontkracht:
Het is werkmier hier, werktuig zonder macht.
Het was bij haar, het sprak, het vroeg, zij loog
maar Het was het die zich met haar bedroog.
In de onmacht van de wezenloze
nijd heeft Het in haar zichzelf gezien, boog
en pijl, blind, met strak de blik omhoog.

invoertekst (2014)

as VAN lais ccxxvii