Barthes over Réquichot (9)

<Barthes-Réquichot (8)Barthes-Réquichot (10)>

dag 8 van de Réquichot Rotbak. toegevoegd: een handvol berkennootjes

Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling vrij autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire vormen voor de dode auteur.

Vandaag: midden in het hoofdstuk over de mythische keuken moet er toch een en ander de afvalbak in…

vuilnis

Rond 1949, helemaal aan het begin van zijn werk, tekent Réquichot een schoen; de gaten aan de wreef zijn leeg; er rest slechts een stukje veter; de tedere vormen ten spijt is deze schoen een verworpen object. Zo begint bij Réquichot het lange epos van het vuilnis (het klopte dat de schoen aan de basis zou liggen van dit epos, Fourier maakt van de slof, dat stuk vuil van de orde van vaatdoek en rommel een flamboyant object). Wat is het vuilnis? Dat is de naam van dat wat een naam had, het is de naam van het ont-noemde; we zouden hier kunnen ontwikkelen wat we later zullen duiden: het werk van de de-nominatie, waarvan het oeuvre van Requichot de scène is; maar het is beter om op dit ogenblik het vuilnis met de voeding in verband te brengen. Het vuilnis bekladt het voedsel omdat het er de functie van te buiten gaat: het is dat wat niet opgenomen is; het is voedsel dat buiten het bereik van de honger is gesteld. De natuur, te weten de omgeving van de boerderijen, is vol met vuilnis, dingen die Réquichot ook fascineerden en die hij in zijn composities bracht (bot van kippen, konijn pluimen van gevogelte, alles wat hij meebracht van de “ontmoetingen met het platteland”). De dingen die in de schilderkunst van Réquichot terechtkwamen (de dingen zèlf, niet hun gelijkenissen) zijn altijd afval, afgewezen supplementen, achtergelaten delen: dat wat zijn functie verloren heeft: verfwormpjes vanuit de tube op het doek gegooid als in een vuilbak, foto’s uit verknipte magazines, geschonden, gedesorganiseerd (de journalistenroeping in de vuilbak) korsten (van brood, van verf). Het vuilnis is het enige excrement dat de anorexialijder zich kan permitteren.

de originele Franse tekst van Barthes in  R. Barthes, M. Billot, A. Pacquement: Bernard Réquichot, Bruxelles 1973 p. 17

commentaar

kijk, ik zei het gisteren nog maar net en hier heb je Fourier al, de utopist uit Barthes’ magistraal drieluik ‘Sade, Fourier, Loyola’ van 1971.
en ja hoor , de man loopt straal verloren hier : het verband met de schoen van Réquichot is simpelweg van de pot gerukt. de schriftuur van de meester in deze paragraaf is ook gewoon slordig in taal en in denken te noemen (“La nature, à savoir les abords des fermes, sont plein de…”). Op het eind van de paragraaf vinden we de tweede* verwijzing naar het veronderstelde mentale ziektebeeld van Réquichot, zijn vermeende anorexia. Als je dat soort diagnose suggereert moet je die meteen èn hard maken èn duidelijk maken waarom het vermelden van de diagnose relevant is voor je bespreking van het werk, anders ben je niet veel beter dan Hubert, een sloffige roddelnonkel van bepaald kwalijke inslag die ik ken van ergens waar ik ooit gewerkt heb, helaas …Barthes doet geen van beiden en suggereert alleen maar een belangwekkend inzicht dat hij zelf duidelijk niet ervaart.


*de eerste zie het stuk gisteren : “il n’aimait pas la viande rouge et se laissait mourir de faim” (“hij hield niet van rood vlees en hongerde zichzelf uit”): ik heb het vrij proper vertaald maar ‘zich laten sterven van honger’ getuigt niet dadelijk van veel begrip voor een medemens met eetstoornissen. soit, en oké, dit was 1973, maar dat wil niks zeggen: de toestand in de geestelijke gezondheidszorg is heden veel erger…

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

<Barthes-Réquichot (8)Barthes-Réquichot (10)>