LAIS CCXXXIV

Een raam, rondom raast hongerig de storm.
Het ziet haar dolen in haar huis dat huilt.
Het vreet zich door de tijd heen als een worm.
Lust is de wanhoop waar de angst in schuilt.
De schoonheid heeft zich met zichzelf vervuild.
Alle wegen lopen dood in Rome.
Mensen zijn de doden die nog dromen.
  Een wolk scheurt weg, de straal verbindt het oog
met waar het was, waar het nog moet komen
en tranen tonen haar als regenboog.

invoertekst (2014)