LAIS CCXXXVIII

Niets is eindig en open is het Al.
  Exclusief benoemt elk woord het lege,
diep in zichzelf: het buiten was er al
en daarin zit, om zichzelf verlegen,
eindig niets in nietig niets gelegen.
 Haar lippen raken vluchtig de zijne,
haar handen ziet Het sierlijk verdwijnen
in droef ontbreken nu van tederheid.
  Niet met woorden wil Het haar omlijnen,
met strelen openen haar eeuwigheid.

invoertekst (2014)