LAIS CCXLI

In de mist, ’t kleffe niets waarin het staat,
ontwervelt Het de rug der gedachten –
het Het fileert zichzelf van eigen graat –
en de zon brandt door tot hoe zij lachten:
bot is alles wat het kon verwachten.
Zijn land is in een waan ontstaan, vergaan,
Het hecht niet meer zo fel aan dit bestaan.
Het had haar vast in ’t licht van ’t moment
Het laat haar straks in haar, in jou ontstaan:
’t gekende schone is altijd present.

invoertekst (2014)