LAIS CCXLIII

voor n.l..

De liefde is een lamp waaronder al ‘t
donker zijnde gans glimt en glooit rondom:
sensuele schaduw in het klare valt
van waar de liefde liefde plooit rondom
en argwaan als gelogen wijkt alom.
Wanneer zij zelfs maar even heeft gebrand
brengt zij een eeuwigheid in ons tot stand
waarin beweging wordt tot werveling,
waarin de hand in hand na hand belandt
en steeds de hand is van jouw lieveling.

invoertekst (2014)