Barthes over Réquichot (20)

<Barthes-Réquichot (19)Barthes-Réquichot (21)>
foto van Dirk Vekemans.

// Réquichot Rotbak dag 22 – het verschil verschaalt

Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire vormen voor de dode auteur.

In ‘het offer’ kan Barthes ook vandaag nog met recht en reden stellen dat het niets is als het de handel verwerpt. De verloste geesten die de kennis al hebben zijn geheel in de minderheid. Kennis? Wel zij weten dat hoe minder het is, hoe beter het gebeurt. En het ‘slachtoffer’ Réquichot gebeurt fantastisch in onze tijd. ‘Live, as we speak’

het offer

Modern zijn, dat is weten wat er niet meer kan. Réquichot wist dat de “schilderkunst” niet meer kon terugkomen (tenzij misschien ooit op een andere plaats, ’t is te zeggen in de spiraal), en hij heeft deelgenomen aan haar vernietiging (met zijn collages, zijn sculpturen). Tegelijk was Réquichot toch schilder (hij genoot van de olietoets, het uitlopen van een inkt, van het tracé van een griffel, erkende oude schilders te doorkruisen, in dialoog te treden met het kubisme, de abstractie, het tachisme). Door de historische noodzaak en door wat men de druk van een verantwoord genot zou kunnen noemen veroordeeld om te doden wat hij beminde, tenminste dat wat hij kende en kon, werkte hij met de status van het offer.
Maar dat offer had niets van de oblatie; Réquichot offerde de apocalyps van zijn kennis, van zijn kunnen, van zijn ‘cultuur’ aan niemand, aan geen enkel idee, geen enkele wet, aan geen enkel verhaal, geen enkele vooruitgang, geen enkel geloof. Hij heeft gewerkt met volledig verlies; hij wist dat hij zijn toeschouwer niet kon raken op gelijke manier zoals hij geraakt was; hij beoefende dus een ronduit suïcidale economie en besloot dat elke communicatie van zijn werk (meelijwekkende communicatie) niets kon opbrengen van wat hij erin had geïnvesteerd. Als wij nu Réquichot dankzij de zorgen van enkele vrienden kunnen bekijken, moeten we wel weten dat dit enorm verlies van kracht en genot niet voor ons is gemaakt. Réquichot wou zomaar verlies lijden: hij heeft de handel gecontesteerd. Historisch gezien is het weelderig oeuvre volledig onderworpen aan het onvoorwaardelijke verlies waarvan Bataille gesproken heeft.

Franse tekst:

commentaar

op een zonovergoten lentedag was ik ooit, lang geleden, bevoorrechte deelnemer van een dichterlijke ontmoeting met Stefan Hertmans in de feërieke omgeving van de Bron in Oud-Heverlee. Hertmans sprak daar op een bepaald moment over Bataille – het zou kunnen dat ik de naam ter sprake bracht – en hij zei daar toen over dat je toch maar wat moest opletten met Bataille want dat was een ‘gevaarlijk’ auteur. even daarna ging het weer over totaal wat anders dus ik bleef daar wat op mijn honger want wat kon dat nou in hemelsnaam betekenen: een ‘gevaarlijk’ auteur? ik vermoedde toen dat het ging over een denktrant die bevattelijke zielen in een suïcidale maalstroom van ongezonde gedachten zou kunnen brengen, hetgeen mij prompt in mijn jeugdige oordeelswoede deed besluiten dat die bedeesde Hertmans met zijn lijzige stem (van wie mijn toenmalige naderhand niet zonder enige glinster in heur oogskens beweerde ‘kijk, dat is nou ’s een echte dichter’) toch wel een echte pussy was, ja die gozer was een geslepen lafbek, gewoon!

ik weet niet wat er van de feeën aan de Bron geworden is, maar mijn naïviteit van toen is door het voortschrijdende gebeuren bepaald onklaar gemaakt sindsdien.
een ‘gevaarlijk’ auteur is uiteraard altijd eerst gevaarlijk voor iemand, voor een belanghebbende en dan, in tweede, verklarende instantie ‘ongezond’ of anderszins ‘verdacht’ of eender hoe de belanghebbende zijn publiek kan duidelijk maken dat de auteur in kwestie dient gemeden te worden. wie weet waarschuwt men her en der in de Vlaamsche Donkerte wel voor het Gevaar van Vekemans! die vunzige Zwarte Veek! Corona Dirk!

Het is dan ook bepaald grappig om Barthes, in zijn uiterst professionele commodificatie van het erfgoed Réquichot, in zijn o zo sympathieke onwapeningsmonoloog tegen het gevaar Réquichot de naam Bataille op deze manier in stelling brengt. oei oei oei: Réquichot deed dàt waarvan Bataille sprak!!!

het is uiteraard ook ondanks Réquichot dat wij van zijn werk mogen genieten, want daarvoor was het niet gemaakt. op soortgelijke manier praat de kunsthandelaar zijn marchanderen goed omdat hij toch, niemand anders dan arme hij, voor de culturele nalatenschap van deze pauv’ con d’artiste zorgt. in dezelfde geurige adem hoor ik ook nu nog soms zeggen dat ik ‘mijn werk onrecht aandoe’ door te weigeren om de bedrijfsdeuren van de zieltogende uitgeverijen plat te lopen om het ‘gepubliceerd’ te krijgen, terwijl ik nota bene meer lezers heb dan waar de gemiddelde dichter in hun ‘fondsen’ nog van kan dromen.

als het niet verkoopt, is het niets, zegt de wet van de handel: juicht gij kinderen van de Vrije Lyriek want wij zijn als eersten bevrijd van het Zijn!

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

<Barthes-Réquichot (19)Barthes-Réquichot (21)>