LAIS CCLVIII

Donker en rood en traag gaat alles dood,
volmondig stil dit begrepen heelal.
Vergeven van leven, rot, nijd en nood
de wereld verwatert, ’t zit in de val
dronken torende in ’t vunzige dal.
Zwart en zacht is de nacht, zonder kabaal:
er hoeft dan niet per woord gedacht. Is taal
de vriend niet die verraadt, zijn god vertaalt
tot rot dat in zichzelf begon? Hoe kaal
de code nu die Het tot niets vermaalt.

invoertekst (2014)