LAIS CCLXX

December. De bomen naakt en bevrijd.
De huizen glimmen en de spin gaat dood.
De kale maan houdt niet van narigheid,
zij wil haar aarde echt en recht en bloot.
De zon loenst schuin, zijn gluren is lood.
De mens is klein en krom, kop in kas, koud
zijn zijn gedachten, lelijk, dom en oud.
Niemand heeft haar licht gezien, ooit liep zij
hierin verloren, haar adem bevroor tot goud.
Spijt verglijdt naar nijd. Het glijdt zichzelf voorbij.

invoertekst (2014)