LAIS CCLXXI

In het verdroogde oord van dit bestaan
worden mensen woorden, en ze breken
hun licht aan, jaren nog van hen vandaan:
een kromme zonnestraal geeft ros-bleke
schijn van wat zo handig werd ontweken.
Starrig blijft het staan, als ware het iets
echts in een onwezenlijk verhaal. Past
die hand niet in de handschoen van het niets?
Gaat het daarom steeds weer mis? Is dit last,
jeuk die niet weg wil gaan? Is dit wel iets?

invoertekst (2014)