LAIS CCLXXV

Als de dag sterft, in de dood van de nacht
zal het als een ster verschijnen, minnaar
van haar al. Het kleurt haar wangen rood, zacht,
het licht wordt jurk, glijdende zijde daar
waar haar oker zich onthult: huid, gebaar
van haar, een glimp van nieuws in d’eeuwigheid.
Het laat zich door haar leden leiden, scheidt
Hemel van aarde, water van hel, vuurt
de tongen aan van het bestaan: waarheid,
kilte in de klaarte, een zien dat duurt.

invoertekst (2015)