CCLXXX

Het is de bodem buiten het bereik.
Het is het vallen vallend in het zwart.
Het was gebaar, maar smelt als sneeuw in slijk.
Het werd een woord, dat dra tot naam verhardt.
Het wordt gezegd, gezicht, het boek is hard.
Zij vinden slechts elkaar nog in’t bestaan:
de taal heeft hen met blindheid aangedaan.
Zij zochten iets dat nooit begonnen was.
Het is geheel tot niets in haar vergaan:
Het was zichzelf nog toen het nergens was.

invoertekst (2015)