LAIS CCLXXXII

De huid die ons omsluit heet eenzaamheid
(in termen van gemis: gevangenis).
De trage daad waarmee die van ons glijdt
schenkt ons een ogenblik verbintenis
(wij voelen liefde weer die er niet is).
Al doende worden wij ons weer waardig,
in eer hersteld, sterk en evenwaardig.
Het herhaalt zijn haat in haar, oog in oog
lijkt de wereld wel wat men vervaardigt
(geen zon in geen gelaat negeert de boog).

invoertekst (2015)