journal intime #45

jt#45 – le repos n’est jamais qu ‘apparent – EI KE BA

dat alles beweging is, en de rust der dingen slechts oppervlakkige schijn, dat denkt Paul Klee samen met Henri Bergson. van Herakleitos is bij Bonnefoit geen sprake, maar de hausse in de belangstelling voor de voorsokratische filosofen na de publicatie van Diels’s standaardwerk in 1903 kan ook aan hem niet geheel zijn voorbijgegaan.

maar het vitalisme van Bergson ligt alleszins duidelijker in het Goethe-spoor dat Klee verder uitdiept. het is tijd om op een verschil te wijzen in de manier waarop soortgelijke gedachten verder doorrotten, toen bij Klee, en nu bij mij. dat het bij mij erger is, dat weet en ziet het kleinste kind, dat is een triviale vaststelling. véél erger zelfs, je wordt er welhaast misselijk van. maar op welke manier is het erger?

als ik ’s ochtends kribbels maak en die verbind met uitgesproken klanken volg ik louter mijn programma. mijn programma vraagt mij om die en die handelingen te verrichten en ik volg.
het programma heeft in dezen de functie om het gebeuren te laten gebeuren zonder inmenging van mijn steeds opdringerige intentionaliteit, het nijdige ‘waarom’ in mij dat u wil beleren met de almacht van mijn Zijn.
het programma is zo men wil, een soort van fenomenologische haakjes waarbinnen ik het beestje beest laat zijn. in nerdentaal heet zoiets een ‘sandbox’: een soort labo-omgeving waar er niks al te erg fout kan gaan.

ik wil dan ook geen nieuwe kribbeltaal uitvinden die dan als missing link tussen de verschillende expressievormen kan worden opgevoerd en gebezigd. enfin: dat wil ik nou net wèl, maar het kan en mag geen ‘taal’ zijn:
het Schrift van het Reële is per definitie altijd strikt individueel, zinloos en onbruikbaar. als het zin krijgt wordt het zinloos, want dan gebeurt het niet meer als Schrift van het Reële.

dan is het al een Kleekunstje. ik zeg dat met opzet zo oneerbiedig omdat de beweging die Klee maakte, en die hij gemeen heeft met vrijwel geheel het Modernisme, die beweging is au fond een megalomane scharrel, een inhalige, reductionistische graai van het humane ‘intellect’ naar het Echte dat het ook in zich weet gebeuren, maar dat het wil dwingen tot een onderdanige formalisatie, een Gestaltung die al het echte ervan vernietigt, omzet naar het ‘bruikbare’. het is een goed bedoelde plavei naar de Hel.

in die zin zijn onze (met ‘onze’ bedoel ik de gans hypothetische schare van aanhangers van de Neo-Kathedraalse Gignomenologie) ogenschijnlijke ‘vrienden’ onze grootste ‘vijanden’. Herakleitos, Goethe, Bergson, ja zelfs Deleuze: het zijn allen hoogst viraal-infectueuze ‘lakeien’ van het Zijn! infiltranten! tripelspionnen van Westmalle! collaborateurs met de eng-rationalistische wetenschapsadoratie! sletjes van Van Ranst! Trumpeske pussy grabbers!

de ‘geometrische kleurentheorie’ van Klee is daar een mooi voorbeeld van. Klee documenteert nauwgezet zijn voortgang, en onderwijst de resultaten van zijn onderzoek meteen aan zijn Bauhaus-leerlingen. uiterst voorbeeldig Neo-Kathedraals gedrag is dat!
maar wat gebeurt er? Klee legt een louter intuïtief verband tussen de ervaring van geel, rood en blauw en de geometrische basisvormen driehoek, rechthoek en ellips.
hij hanteert daarbij een quasi-wetenschappelijke methode, die onze ervaringen correct beschrijft tot er een cognitief sprongetje wordt gemaakt dat nergens enige empirisch fundament heeft.
hij laat het gebeuren gebeuren tot hij het nodig heeft om het te begrijpen.

hij wist dat duidelijk niet: een verklaring werkt maar zolang men ze niet wil begrijpen. een verklaring die je wil begrijpen gebeurt niet meer, dat wordt een ding, dat stort in tot de orde van het Zijn, waarin enkel het Niets mag gebeuren, het Fundament ervan.

op het eerste deel is wetenschappelijk weinig op aan te merken. hij stelt vast dat de intensiteit van de kleurervaring van rood vrijwel onmiddellijk verdwijnt, spectaculair afneemt bij vermenging met wit of zwart: op de asse van licht-donker heeft de rode kleur slechts een piek.
het geel daarentegen kan je wel quasi eindeloos lichter maken: de intensiteit blijft lang quasi stabiel. maak geel donkerder en dan pas verdwijnt de intensiteit.
het blauw tenslotte blijft qua kleurintensiteit in de ervaring heel lang stabiel, onafgezien van hoe licht of donker je het maakt.

de cognitieve ‘sprong’ van Klee’s kleuronderzoek terwijl ze gebeurt in zijn schrift, kijk naar de leesfilm vanaf http://www.kleegestaltungslehre.zpk.org/ee/ZPK/BG/2012/01/02/132/

maar dan gebeurt het. vanaf BG I.2/132. Klee schematiseert zijn verbindingen en neemt vervolgens zijn schema voor het echte: de louter cognitieve grafische voorstelling van zijn onderzoeksdata ‘zijn’ voor hem de grafische equivalenten van de objecten ‘geel’ , ‘rood’ en ‘blauw’:

de lijn waarop elke kleur een gelijke intensiteit vertoont is de equator van zijn kleurenwereld. het rood ligt daar duidelijk plat op als een vlak, vandaar: ‘rood’ = ‘rechthoek / vierkant’

het geel daarentegen moet volgens dezelfde schematisering een driehoek wezen, en het blauw is dan logischerwijze twee driehoeken, dus eigenlijk een ruit, maar ach kom we gaan onze goede vriend Kandinski niet tegenspreken dus een ruit is een gekwadrateerde ellips en een perfecte ellips mag bij hem dan wel een cirkel wezen. blauw dus.

tja. voor dat soort klaverjassen behoedt mij dus mijn programma. ik besef en ik weet dat mijn kribbels hoogst individueel zijn en en ik weet dat zij enkel voor mij persoonlijk een gevoel van walging via een verklanking daarvan verbinden met het gebaar dat ik uitteken en de heel erg talige uitspraak die er minuten erna vind bij ‘passen’.
ik weet dat het nergens op slaat, dat het ‘zinloos’ is, dat het nooit ‘algemeen geldend’ zal zijn maar ik laat het gebeuren, binnen het programma, omdat het gebeurt zoals ik altijd zal gebeuren, op dat unieke moment daar.

het is de grootst mogelijke intimiteit die ik blootgeef, het meest obscene vertoon van mijn echte gebeuren. ik zou mij moeten schamen, eigenlijk, zoals Réquichot! EI KE BA, Vekemans!

de expressie van het gebeuren daar is hoe ‘ik’ gebeur zonder dat ‘ik’ mij meng met het gebeuren: het is een geheel analoge opname in klank, gebaar-schrift en cognitief-talig denken. mocht het zin hebben dan zou het zinloos zijn, want valsheid in geschrifte.

zo. da’s voorlopig wel genoeg om over na te denken, dacht ik zo.
de hamvraag is natuurlijk waarom ik dan wel zoveel erger ben nog dan de hoogst knuffelbare Klee, die met zijn fabelachtig onderzoek uiteindelijk de uitverkoop van de creativiteit aan het kapitaal enkel bespoedigde, ja ze faciliteerde zelfs.
want het kapitaal scheurt steevast van alle humane intentionele onderzoeksresultaten de louter humane motivaties en aspiraties af en houdt enkel het bruikbare over, zijnde in dit geval een degelijke kwantificatiemethode voor de evaluatie en aanwending van kleurindrukken op de Klant.

de rest mag steevast lekker Kunst blijven, Branie en Gepoch, dat alles is perfect onschadelijk, en zoals geheel de mensheid louter instrumenteel van belang. want het Kapitaal is een natuurkracht en de natuur is geheel onverschillig. it doesn’t give a sh*t.

het antwoord op die vraag, waarom ‘ik‘ nog veel erger ben, is wat ze altijd is, natuurlijk: het zal u leren.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma