journal intime #48

jt#48 – l’ art s’impose à l’ oeil – TAI TA PÁ TA

in zijn composities neemt Klee het oog van de toeschouwer mee op een wandeling. want waarnemen is een proces dat verloopt in de tijd, het oog tast af, men ziet niet iets, men leest iets, zodat het in het bewustzijn kan gezien worden. kijken is constructie.

in die visie wordt de toeschouwer enkel getolereerd, er kan nergens sprake zijn van enige actieve betrokkenheid, laat staan mede-creatie zoals bij het Asemische Schrift in haar ‘open’ varianten:

[BONNEFOIT2013, 3 L’oeil_en_promenade]


de waarneming is voor Klee een toe-eigeningsproces, net als voor Réquichot die de bergen en de zeeën wil signeren, en ze zodoende welhaast in te lijven, te incorporeren want zijn signeren is een lijflijke toe-eigening van het beschreven vlak, een snee, een penetratie, een verschil dat het verschil maakt: betekenis.
de Kunst is altijd een fallocratisch dictaat van de visie van de Kunstenaar, die de natuur tot zich heeft genomen en haar nu deelt met de lezer/kijker, de hypocriet, son semblable, die dan ook vol zijn verachting genieten kan.
het Publiek is de laffe massa die door het genie onderwezen dient te worden in Park Slope, de gecommodificeerde Natuur waar zelfs de volle maan haar vaste stekje heeft, netjes zich spiegelend in de vijver. Verboden het gras te betreden.

het Modernisme heeft geen plaats voor een actieve Lezer, een kijker die mede-creator is. van de hand van de Schilder vloeit het Dictaat van de Logos, het Zijn en de Dingen: zijn Ding.
maar anders dan bij Réquichot is er bij Klee nog sprake van intellectualistische en esthetiserende verhulling van de geënsceneerde publieksfornicatie. Klee is nog de potente verleider, en hij verkoopt dan ook dat het een lieve lust is. Réquichot is de zielige masturbator die zich schaamt voor zijn hoogst-individuele expressie, die al geen expressie meer is van zijn bewuste ‘ik’, maar een machteloze uitloop van zijn ‘essentie’: een louter lichamelijk gebeuren, waarin zijn ego leegloopt zonder een climax te bereiken.
de ‘angoisse’ van het ik wordt bij Réquichot zodanig ten top gedreven dat het geen ‘ik’ meer is, maar een ‘het’ dat gebeurt. de wandelaar in het park is een obscene lokker geworden die een toeschouwer nodig heeft om zichzelf te kunnen zien gebeuren.

het publiek keert zich dan ook walgend af van deze Kunst die haar eerst
verleidde en verkrachte, haar dan poogde te indoctrineren en nu haar wil lokken voor zielige, obscene vertoningen. de massa wordt mondig en spuwt. de helden worden kevers, nimfen en schokkende pelvissen.

maar elk eindpunt is een beginpunt, en wat Réquichot achterlaat bij zijn suicide is de potentie van het Schrift van het Echte. het valt nog te bezien wat daarmee gedaan kan worden, en vooral: door wie. want de ideologie van Joseph Beuys, ‘iedereen is Kunstenaar’ was misschien geen ideologie, maar eerder een beschrijving van wat er gebeurde, en nog steeds gebeurt. waar gaat dat eindigen, denkt men dan, en men verstopt zich diep in de bouwvallige enclave van het Auteursrot waar ons nog ons kent. de fermettekunst tiert welig, de keerbergse junkiepowezie slaat wild om zich heen.


het publiek is ondertussen al mijlenver verwijderd van de wegkwijnende, bedreigde Kunstenaar. men zingt uiteraard veel liever mee ‘Bei mir bist du schoen’ met het idool waarbij men ‘zichzelf’ kan zijn. bijna 100 jaar later stuurt Bob Dylan zijn kat naar de uitreiking van de Nobelprijs voor Literatuur.

en de techniek staat voortaan niet meer in dienst van de Kunstenaar maar ontwikkelt zich autonoom om de interactie van het auteursprodukt met het publieksobject zo optimaal mogelijk te laten verlopen.
goed is de boodschap die rendeert, mooi is wat verkoopt, en laat de theorie maar lallen.
de cultuurindustrie trekt zich op gang, de neo-liberale middenstand regeert en ontdekt uiteindelijk dat de auteur overbodig is, een verwaarloosbare lastpost. het publiek kan zich immers nog het best zèlf exploiteren. bergaf bolt alles beter.

en toen was er virus.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960