klokken

voor a.c.

zij wordt onwezenlijke klaarte, licht
dat zich aan onbestaande vreugde laaft.
het wankelt als het denkt aan haar. de mond
snakt naar het bepaalde, ’t wil weer tastbaar zijn.

het blijft slechts lied dat niets verwezenlijkt.
het kent wel vrede, donker, droef en stram,
het schuift het onbepaalde laag na laag
in ’t nimmermeer. ’t is voos en arm en lam.

het laat zijn hand in gouden haren dwalen
het ziet weer zonlicht in haar ogen staan,
het ruikt haar huid, voelt veelkleurige geluiden.

het schrijft haar teder weg in zijn gedichten:
het hoogtepunt van een verstrikt heelal.
het hoort de klokken van de stilte luiden.

invoertekst (2015)

NKdeE 2020 – ‘woestijnroos’ -potlood A6

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording