journal intime #52

jt 52 – trace autonome de l’âme – RA TA TA TA TA

de ontologische Bildüngsdrang zat Klee – zoals zovele van zijn tijdgenoten – danig in de weg, want ondanks al die heerszuchtige projecties zit hij intuïtief toch vaak op het voor ons juiste spoor (leuk è, zo lekker hautain doen over het geknoei in het verleden – onze aanpak van de coronacrisis staat zo binnen honderd jaar ook wel dicht bij de top op de comic relieflijsten).

als je de achterliggende ideologische motivatie uit Klee’s bekendste uitspraak haalt (‘Kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar‘)
dan is dat natuurlijk ook gewoon zo: het artistieke gekribbel maakt evident ‘iets’ zichtbaar. alleen zullen we niet in de Réquichot-val willen trappen om te willen gaan achterhalen wat dat ‘iets’ dan wel zou wezen, want dan kunnen we enkele uitkomen bij de fantasmen van de grafologie, die net als de astrologie de lichtjes gerationaliseerde wanen van de innerlijk wereld relateert aan de lichtjes waanzinnige waarnemingen van de uiterlijke*.

hier moge duidelijk worden hoe het Neo-Kathedraalse denken van het Gebeuren een perfect complement vormt voor het wetenschappelijke. want bij onze Gignomenologische benadering mag, moet en kan het gebeuren gewoon gebeuren en moeten de waarnemingen niet linea recta in de sowieso ideologisch verkleurde dwangbuis van een zingeving gestopt worden. we stellen dus met Klee vast dat het loslaten van het schrift in een vrije oefening tot een expressie leidt van de ‘ziel’ (trace autonome de l’âme, dat zijn de woorden van Régine Bonnefoit [BONNEFOIT2013] ) maar we laten al de verheven grotshit effen bij Plato en de zijnen.

wat houden we over dan? wel een expressieve flow die opwelt uit een gebeurlijk organisme en via de motorisch-cognitieve handelingen een visuele uitvoer geeft van gedurende langere tijd stabiele grafietsporen (aka ‘schrift’). weuh! u zei? welja, maar die ‘wetenschappelijk’ aandoende complexiteit in de beschrijving komt er enkel omdat je nou eenmaal exact wil zijn. maar het is veel eenvoudiger om wat je wil beschrijven gewoon te laten gebeuren in een geformaliseerde proefopstelling. dan kan iedereen die er wat aan hebben kan, het zelf zien gebeuren en eventueel aanwenden in het eigen onderzoek. zonder publicatie, want het onderzoek ‘is’ de publicatie.

in die proefopstelling (een mock-up, een schetsmatige simulatie van het eigenlijke gebeuren van een imaginair programma) ga je de verschillende fasen in het gebeuren zo goed mogelijk proberen te vatten in algoritmische stappen, waarbij je er op let dat het begeleidende algoritme enkel dwingend is waar dat voor de waarneembaarheid noodzakelijk is. en vooral niet invullen wat je niet weet of weten kan, zo weinig mogelijk proberen te vatten, want als je iets kan begrijpen in een gebeuren is het al geen gebeuren meer.

ha maar wat heb je daar dan aan, als je niet eens begrijpt wat er gebeurt? ah, wel als ’t werkt dan werkt het, en als het werkt dan is’t goed want dan kunnen we er verder mee.**

verder naar waar ? boh, geen idee, dat zien we dan wel , toch? jamaar en de auteur dan? tja, als het ‘gebeurlijk organisme’ zich amuseren kan in de proefopstelling is iedereen content, dus zorgen we er gewoon voor dat zulks het geval kan zijn, niet voor 1 uitverkoren ‘genie’ maar voor elk ‘gebeurlijk organisme’, want is niet elke vorm van expressie even broodnodig voor het organisme in kwestie? schreeuwen we niet allen in dezelfde volslagen onmachtige mate om levensnoodzakelijke aandacht?

denk d’r ’s over na en schrijf er anders ’s een dik complex boek over, zodat we jou beter kunnen begrijpen….


*de grafologie, zo zullen we later bespreken, heeft trouwens net als de astrologie in de astronomie, in de grafonomie haar rigide wetenschappelijke tegenhanger, maar die is dan weer uiterst ontologisch-reïficerend blind voor de bruikbaarheid van de eigen waarnemingen van het ‘onvatbare’.

**die vraag kan je net zo goed omdraaien, want wat heb je eraan als je na enkele weken doorploegen van een dik complex boek met zingevingen aan jaren van voorafgaand onderzoek iets denkt te ‘begrijpen’? wat begrijp je dan juist? aan wie kan je dat uitleggen?kan je d’r iets meer mee aan dan een ander dik complex boek schrijven over jouw inzichten in het werk van die en die in het licht van hoe jij toch ook graag ’s een wetenschappelijke hit zou scoren? ’t is cru, kweetet, maar we leven in turbulente tijden en we hebben dringend ‘dingen’ nodig die wèrken…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960