journal intime #54

jt #54 – la concordance sonore des choses – AAI NI PA TA

het dirigeren gebeurde blijkbaar eerst met de stok gewoon om de maat aan te geven, de kindjes in de pas te houden (je ziet zo Lully aan het hof op de vloer van het paleis beuken terwijl zijn pruik alle richtingen uitgaat) maar later ook meer en meer verfijnd met de hand in de klassieke kruisbeweging zoals voorgeschreven door Michel Pignolet de Montéclair

[BONNEFOIT2013, 6]

de degeneratieve lijn in de ontwikkeling van de Westerse muziek richting meer en meer complexiteit neemt een kattensprong in de Romantiek wanneer Franz Liszt zijn briljante melodieën en phrasen met de handen in de lucht begint te tekenen en de opwippende violisten in de bak zich moeten reppen om hem te kunnen volgen.

Klee komt dan ook in zijn navolging van de spatio-temporele muziekanalyse van Ernst Kurth al vlug tot sinusoïde lijnen die de brute kwantificatie van de beweging lijken te ontstijgen:

Paul Klee Theorie van de picturale vormleer BG 1.4/82

de genealogie van de kwantificerende recursie komt mooi tot uiting in de analogie die Klee maakt: het lijken stappen van een man in de sneeuw: de bewegende muziek is zelf beweging maar ook en tezelfdertijd spoor van een achterliggende beweging, de muziek drukt geen liefde uit maar de beweging die de liefde als emotie maakt.

de cognitieve recursie volgt het spoor van de intuïtieve en legt die vast in ontologiserende schema’s: ze geven zo de mensen houvast, maar de dynamiek veroorzaakt ook meteen de nodige antagonie in het creatieve spanningsveld.

de reïficerende degeneratie komt pas tot een echte recursie in het feitelijke gebeuren van de simulatie in de informatietechnologie waarbinnen het menselijke een ‘afwijking’ wordt ten opzichte van het mathematische stramien, indien men dat weerstandsloos zijn gang laat gaan, want dan vertaald het de kosmische entropie naar de locale negentropie.

vergelijk daartoe ’s het lijnenspel dat de Amerikaanse creatieve programmeur Jim Andrews genereerde op basis van enkele wat hij dan exotic functions noemt:

de beweging gegenereerd door humane code valt samen met de picturale beweging die Klee op het spoor kwam in de muziek .

het is misschien maar goed zo dat de hoge humane en uiterst complexe aspiraties toch weer samenvallen met de sonore eenvoud in de harmonie van de kosmos. we hadden en hebben het blijkbaar allemaal al heel de tijd in onze handen.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960