koude vlam

voor c.b.

haar lijf is koude vlam, heur haren vuur
haar lippen zee waarin ’t verdrinken wil
haar ogen licht dat geselt en bestuurt
haar huid is rein, dat maakt het boze stil.

het wil haar wereld en daarvan ’t moment
het wil geheel in haar vergaan bestaan.
het wil wel het nog zijn, maar enkel zoenend
het wil in haar slechts onbepaald bestaan.

de krullen van heur haren krullen in zijn mond
haar woorden worden daden, vast ongezond.
haar handen strelen, het wordt eenzaam, lont.

in de stilte, midden in het ruisen van de storm
treedt het haar bij, ze rilt en zweet, zo dicht erbij.
zij wordt heel tenger dan, ze maakt het blij en vrij.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording